Brollie & Broomie, First Night

Afgelopen weekend sliepen de jongens en ik voor het eerst in het nieuwe huis. Hun enthousiasme was bijna tastbaar, want ja, nieuwe dingen zijn leuk! Toen er dan ook nog eens ongepland een vriendje dat in dezelfde straat woont, kwam binnengewaaid met zijn moeder, toen was het feest compleet.

Het is nog een klein beetje kamperen, en dat zal nog wel een tijdje zo blijven, aangezien er nog stevig gewerkt moet worden. De vloer van de woonkamer moet geschuurd, de vloeren boven vervangen (ieuw, vast tapijt …) en de elektriciteit komt nog uit de tijd dat de kabels geen kleurcodes hadden en probleemloos in metalen buizen gestopt werden. Ik probeer mijn aankopen dus nog te beperken tot wat makkelijk verplaatsbaar en niet enorm stofgevoelig is, wat betekent dat we allemaal op lattenbodems op de vloer slapen, en ook dat er nog niet direct een televisie komt. Hopelijk duurt dat niet té lang, kwestie dat ze niet te veel van Avatar: the Last Airbender zonder mij zien.

Tussen het moment dat ze met gepoetste tanden in bed lagen en dat ze daadwerkelijk sliepen, zat ongeveer twee uur. Dat was ongeveer zoals ik het ingeschat had, al bleek het toch te lang om niet af en toe frustratie te voelen. De jongens, met hun dinosauruslakens, wilden natuurlijk ook een kussen om in hun kleine sloop te steken. Ik was helemaal vergeten dat ik er ook voor hen gekocht had, dus kregen ze mijn kussens. Niet dat ze met kussens slapen. Dat van de Broomie eindigde tussen hun bedden in als een tafeltje, terwijl de Brollie het zijne even later terug naar mijn kamer bracht. “Dat is lief van mij, hè, papa?”

De Broomie had al snel het plan om niet te gaan slapen. Hij wou opstaan, zei hij. Zelfs zijn broer vond dat absurd. Het was immers nog niet eens donker geworden, laat staan opnieuw licht. Na een uitzonderlijk vierde boekje, drie kwartier na aanvang, was er nog niet veel veranderd. Ik legde me afwisselend naast hen neer, wat na een tijdje toch zoden aan de dijk leek te zetten. Zeker toen ik wakker gemaakt werd door de Broomie. De Brollie lag vredig naast me te ronken.
“Papa, ik moet pipi doen”, zei de Broomie.
“Ja, doe maar, schatje”, mompelde ik verweesd.
“Jij moet mee”, zei hij, en vertrok richting badkamer, in het volste vertrouwen dat ik zou volgen.
Dat deed ik, uiteraard. Praktisch gezien heeft hij me niet meer nodig daarvoor. Maar een mens floreert niet op het praktische alleen. De Broomie kroop uitgeput in bed en drukte zijn leeuwtje, Leeuwtje Leeuwtje Leeuwtje, tegen zich aan. Ik vlijde me naast hem neer. Na minder dan vijf minuten vielen zijn oogjes toe.

De volgende ochtend was het vroeg. Zo gek was dat niet. De jongens zijn hun wekschaap gewoon, een wekker die hen toont wanneer ze naar beneden mogen. Zoiets heb ik (nog) niet, dus zaten ze op het glorieuze tijdstip van zes uur ’s ochtends op een zondag aan mijn hoofdeinde. Gelukkig waren ze nog moe genoeg (obviously) om een half uur lang niet veel meer te doen dan wat je normaal doet zo vroeg op een zondagochtend: niet veel. Daarna moest ik wel opstaan, want ik had hen pannenkoeken beloofd, en wat voor vader zou ik zijn als ik zo’n belofte niet nakwam?

Staring wistfully

Wel, exact diegene die ik ben, blijkbaar. Want mijn intenties waren misschien goed, mijn planning was dat allerminst. Oh, ik had bijna alles, en misschien had ik iets enigszins eetbaar kunnen produceren. Maar na enkele minuten proberen om een pannenkoek te draaien met een mes zonder mijn pannen kapot te maken, half bedwelmd door de zware geur van olijfolie zo vroeg ’s ochtends, gaf ik er toch maar de brui aan. Gelukkig is een kindermond bijna even snel gevuld als een kinderhand. Havermout zou een enorme teleurstelling geweest zijn. Havermout met een stukje chocolade? Dat was bijna even goed als pannenkoeken.

Morgenavond zijn ze hier weer. Dan komt er een echte ochtendroutine bij kijken, met op tijd de deur uit zijn, kleren aan en boterhammen bij. Maar ik heb nu alles in huis om pannenkoeken te maken. Dus het komt wel goed. 

Brollie & Broomie Take a Break

Ah, paaspauze. Die tijd van het jaar waarin er nog steeds niet veel te doen is, het weer op een paar dagen tijd meer dan twintig graden fluctueert en de kinderen hun tijd hoofdzakelijk verdelen tussen de speeltuin en de zetel. Wel, mijn kinderen dan toch. Wanneer ze bij mij zijn…

Gelukkig heb ik de Brollie en de Broomie kunnen verleiden om naar Avatar, the Last Airbender te kijken met de belofte van een vliegende bizon. Met hun drie en vier jaar zijn ze er technisch gezien nog iets te jong voor. Maar als ze zelf willen kijken naar wat waarschijnlijk de beste kindertekenfilmserie van de laatste decennia is, ook al moet het nu nog in het Nederlands, dan hoor je mij niet klagen, voor de verandering. Eens we erdoor zijn kunnen we de vervolgserie The Legend of Korra kijken. En daarna alles opnieuw in het Engels, as God intended. 

Anderzijds blijft het best vermoeiend dat zowat elk afspreken met anderen een schuldig bijsmaakje heeft, zelfs wanneer het buiten en beperkt is. Maar dat hoef ik niemand te vertellen, denk ik. 

Over vermoeiend gesproken, zowel de Moeder als ik hebben een flauw vermoeden dat de Brollie en de Broomie eigenlijk niet meer op hetzelfde uur zouden moeten gaan slapen. De Brollie roept ons vaak nog een half uur tot een uur terug naar boven, voor water, voor kusjes, om iets te vertellen of om naar het toilet te gaan, terwijl de Broomie al na vijf minuten vredig ligt te knorren. 

He will rise again!

Maar noch de Moeder, noch ik hebben op dit moment veel zin om het avondritueel daarvoor uit te breiden. Misschien eens we in onze nieuwe, afzonderlijke routines zitten. Al kunnen we waarschijnlijk ook een paar maanden wachten tot de Broomie de Brollie wat ingehaald heeft. Zo’n problemen lossen zichzelf wel op, toch? 

Over anderhalve week heb ik een nieuw huis en kan iedereen op zoek naar het nieuwe normaal. Dat mag natuurlijk met vaccinaties en cafés, cultuurhuizen en vrienden. Maar met een beetje zon komen we ook al een heel eind. 

Brollie & Broomie Adapt

“Ben jij terug verliefd op papa?”

Er klinkt vooral nieuwsgierigheid door in de stem van de Brollie. Het zegt in de eerste plaats iets over de communicatie tussen de Moeder en mezelf in de afgelopen maanden, dat een weinig gespannen gesprek hem de illusie geeft van een gelukkige relatie. Het antwoord was uiteraard een wat weemoedig ‘nee, lieverd’, maar dan in de vorm van een vergelijking met hoe je omgaat met vrienden en familie. Al zou kennissen misschien beter passen op dit moment. Dat er ondertussen een rustig ronkende Broomie op mijn schoot ligt, zorgt natuurlijk voor een aura van rust en zachtheid; dat helpt ook.

Ik vraag me af in hoeverre ik het verhaal van de scheiding moet laten evolueren ten opzichte van de Brollie. Het was oorspronkelijk ‘mama is niet meer verliefd op papa, maar papa nog wel op mama’. Dat kan, gelukkig, niet blijven duren. Maar om nu tegen mijn kinderen te gaan zeggen dat ik ook niet meer verliefd ben, of toch, op z’n minst, dat het allemaal niet meer hoeft voor mij, niet meer kàn voor mij, na de afgelopen periode … Ik denk niet dat ik het zelf al ga aanhalen.

Het is wat het is, uiteraard, maar dat is ook: niet al kommer en kwel. Er is eindelijk licht aan het einde van de administratief hypothecaire tunnel. Dat betekent dat we binnenkort het best vermoeiende birdnesting achter ons kunnen laten, waarbij de kinderen in het huis blijven en wij wisselen. Dan zal het aan de kinderen zijn om te wisselen, halftijds bij de Moeder in het vertrouwde huis en halftijds bij mij in een volledig nieuwe situatie. Dat wordt ongetwijfeld aanpassen voor hen, en dus vermoeide kindjes die veel zullen moeten slapen en knuffelen en af en toe huilen en krijsen. Maar we zitten op dit moment wel op een goeie plek, de kinderen en ik.

Pictured: a good place

Deels komt dat door het wegvallen van de grote spanning die een langzaam crashende relatie met zich meebrengt. Anderzijds is het ook een gevolg van de lange weg die het afgelopen anderhalf jaar afgelegd heb (vaarwel digitale marketing, hallo psycholoog), en waardoor ik me nu beter in mijn vel voel. Het is niet bepaald een rechte lijn naar geluk, maar als er één iets is dat ik geleerd heb, dan is het wel dat je op z’n minst naar een zevendaags gemiddelde moet kijken. Klein coronamopje, dat. We hebben alleszins meer plezier samen, ondanks alles.

Tegen iedereen die zucht en steunt, kreunt onder de voort durende pandemie – dus ook tegen mezelf – zeg ik nu dat we er bijna zijn. Binnenkort zijn we gevaccineerd en wordt het warmer, kunnen we binnen en buiten afspreken en, wie weet, elkaar misschien ook terug aanraken? Ik knuffel mijn kinderen enorm graag (en zij mij meestal ook), en als dit nog een jaar duurt, dan is het ook zo. Maar ik kijk er nu al naar uit om alle mogelijke manieren te leren waarop je consent kan geven en vragen. Om, euh, om mijn jongens goed op te voeden, hè!

Brollie & Broomie Hold on

Ziezo, de Broomie is drie. Als ik cynisch was, zou ik het ‘zijn laatste verjaardag zonder gescheiden ouders’ noemen, en ja, ik ben etwas cynisch op dit moment. Maar hij had verder niets te klagen, me dunkt, met cadeautjes, knuffels, taarten, en een feestje met vier andere kleuters (plus zijn broer). Dat drukte me wel even met mijn neus op het feit dat ik toch blij mag zijn dat ik geen zes kinderen heb, maar echt een verrassing is dat ook niet.

De ongemakkelijkheid om als scheidende ouders een verjaardagsfeestje te organiseren viel best mee, al was die er natuurlijk wel. Maar scheiden is duidelijk geen punt in de tijd, maar een lange, lànge periode in het leven. Voor de Moeder en ik is dat enigszins behapbaar en in perspectief te plaatsen; voor de kinderen is dat licht anders. Oh, de Brollie is helemaal mee, naar eigen zeggen. Ik heb hem de situatie al horen uitleggen aan een vriendje, hoe mama niet meer verliefd is op papa, maar papa wel nog op mama. That’s the story and we’re sticking to it. Dat ik niet meer informatie heb over het hoe en waarom is lastig voor mij. De Brollie hoeft er verder zijn hoofd niet over te breken.

Tiny hands!

Ongetwijfeld doet hij dat toch. Je ziet hem bijna zijn oren spitsen wanneer erover gesproken wordt. En alle vormen van acting out kunnen ook door die lens bekeken worden. Zo had hij het geregeld lastig op het feestje van de Broomie, begon hij te jengelen en te zeuren zodra hem iets geweigerd werd. Was dat omdat hij het moeilijk had met niet in het middelpunt staan op een ander z’n feestje? Was hij moe omdat hij slecht geslapen had omdat hij zo enthousiast was voor het feestje? Was het verwarrend dat zijn ouders er plots weer allebei waren, inclusief de onvermijdelijke spanning die dat met zich meebracht? Wie zal het zeggen!

De Broomie kan zich, drie jaar of niet, nog moeilijker uitdrukken. Af en toe een dramatische huilbui waarbij hij zeer boos is en de Moeder wil; misschien gebeurt dat ook omgekeerd, maar ik neem het hem niet kwalijk als dat niet het geval is. Mijn ouderschap heeft nog steeds te lijden onder de omstandigheden; dat is al sinds voor de scheiding zo, dus het is niet dat ik alle schuld daarop wil afschuiven. Ik weet dat er veel slechtere ouders zijn. Dat is echter geen bruikbare maatstaf, om het beter te doen dan, ik zeg maar wat, Stalin*. Aan de andere kant hoef ik niet per se de beste ouder ooit te zijn. Dat is ook wat te vaag en te hoog gegrepen. Maar ik wil wel de beste vader zijn die ik kan zijn. Het zal waarschijnlijk niet makkelijker zijn op deze manier, maar het motto van 2021 is wel duidelijk ondertussen. Het is wat het is. Misschien moet ik het aan de Broomie aanleren. Als hij het zegt klinkt het vast schattig.

*al wil ik wel even zeggen dat ik wél mijn best zou doen om mijn zoon, welke het ook is, uit een Duits concentratiekamp weg te halen.

Brollie & Broomie Take it All in

Kinderen zijn sponzen. Dat kan tellen als gemeenplaats om mee te beginnen. Want iedereen weet dit, niemand twijfelt hieraan. Tussen kennis en besef gaapt echter een leemte die enkel te overbruggen is door ervaringen, zoals een kleuter die, enorm vrolijk, “What the fuck?!” roept. Hoofdschuddend en met een matig verholen glimlach probeer ik de Brollie te kalmeren en hem duidelijk te maken dat hij dat best niet te veel zegt. Misschien kan het op een later moment door “What the hell?” vervangen worden. Of door “What the heck?”, want ik heb niets tegen vloeken, maar heck is wel gewoon schattig. Als ik het later tegen mijn ouders vertel, terwijl de Brollie enkele meters verder aan het spelen is, en de Broomie nog geconcentreerd bezig is met zijn dessert, vinden zij het ook in de eerste plaats hilarisch. Want ja, vloekende kleuters zijn nu eenmaal grappig. “What the fuck?” zegt de Broomie dan ook, blij dat hij een nieuwe trucje gevonden lijkt te hebben waarmee hij de mensen kan laten lachen. Het klinkt bij allebei als [waddifok], but you know, baby steps.

Open wide!

Natuurlijk zijn hun ouders nog steeds in een scheiding verwikkeld. Dat is een goed woord, ‘verwikkeld’, want het lijkt elk aspect van je leven te omvatten, als een triestig cadeautje in een verpakking van hartzeer. Dat is iets dramatischer dan de werkelijkheid, maar leuk is evenwel anders. Voor ons, maar ook voor de kinderen. De Broomie kan nog niet veel verwoorden; wanneer hij boos is, huilt hij consequent om de ouder die er niet is, dat wel. De Brollie die kan en wil er wel over praten. Wat goed is, uiteraard, maar niet altijd even makkelijk uit te leggen. Hoe leg je de complexiteit uit van een relatie die al meer dan drie keer zo lang duurt als hij leeft? Heel voorzichtig en sterk vereenvoudigd. Gelukkig zijn het niet echt zaken waar hij wakker van ligt, tot dusver.

Hun moeder en ik wel, van de impact op hen. Zeker toen bleek dat de Brollie, op vrolijke wijze, tegen haar had gezegd dat ik zo mijn best had gedaan, maar dat het nooit goed genoeg was voor haar. Ik slikte en bezwoer haar dat ik dat nooit tegen hem gezegd had. Maar ik had het wel gezegd, natuurlijk. Tegen iemand anders en op een moment dat hij wel in de buurt was, maar toch zo geconcentreerd aan het spelen was dat hij helemaal geen aandacht had voor de conversatie. Of dat dacht ik toch. Weer een illusie armer.

Het was zoeken naar een evenwicht in het gesprek erover met hem. Want ik kon niet gewoon zeggen dat het niet waar was. Hoogstens dat ik het zo zag en dat zijn moeder een andere visie op de feiten had. Dat leek niet echt binnen te komen. Toen ik hem daarna zei dat dat voor hem en zijn broer niet gold, dat wij hem sowieso graag zien, of hij nu zijn best doet of niet, of hij stout is of lief, wat er ook gebeurt, toen moest hij heel breed glimlachen. Ik noemde nog wat namen van mensen die hem ook onvoorwaardelijk graag zien, nonkels en tantes, en hij begon spontaan aan te vullen, zijn glimlach mogelijk nog breder. Toen de familieleden op waren, ging hij verder met vrienden en vriendinnen van ons. Op dat punt kon ik alleen maar beamen dat zij hem ook altijd graag zouden blijven zien.

Straks, na school, maak ik popcorn en kijken we samen een film. Dan druk ik hen stevig tegen mij aan, zolang ze dat nog willen. Gelukkig zal dat nog wel een paar jaar zo zijn.

Brollie & Broomie, at Least, are Loved

We kunnen stilaan labels op onze kinderen beginnen te kleven. Zo is de Broomie een meesterpuzzelaar. Voor Sinterklaas krijgt hij een puzzel van 50 stukjes. Vanaf vijf jaar staat erop, en ook al wordt hij in februari nog maar drie, toch zal hij die waarschijnlijk op een klein half uurtje in elkaar flansen en, terecht, zeer trots zijn op zichzelf. De Brollie heeft het geduld niet voor puzzels. Hij stuurt wel graag zijn broer aan terwijl die (in feite vrij autonoom) aan het puzzelen is. De Brollie is een probleemoplosser met veel sociale voeling. Dat bevestigde zijn leerkracht ook tijdens ons digitaal contactmoment (so very now); blijkbaar wil hij onenigheid in de klas niet alleen oplossen, hij wil ook zorgen dat het volgende keer voorkomen kan worden. Ja, we zijn best trots op onze kinders, zeker als ook nog blijkt dat de Broomie een favoriet rokje heeft op school, en ze af en toe ook heel mooie prinsesjes zijn.

Let it go!

Dat ze, voor zover we kunnen inschatten, vrolijk en gelukkig zijn en goed in hun vel zitten stelt me enigszins gerust. Bij mij is dat namelijk iets minder het geval, ten gevolge van een lang, redelijk tragisch en enigszins complex verhaal dat nu culmineert in de beslissing van the Missus en mezelf om te scheiden. Boe. Ik bedenk me nu dat ik dan ook een andere naam voor haar moet bedenken hier, en de ondertitel van de blog moet aanpassen. Maar dat voelt niet echt als een prioriteit op dit moment, nu we elkaar toch, ondanks alle aanmaningen tot het tegendeel, loslaten.

Ja, 2020, het is me het jaar wel. Het voelt banaal en clichématig om nu uit elkaar te gaan, maar uiteraard is er niets banaal aan een punt zetten achter een relatie van meer dan een decennium, zeker als er twee jonge kinderen in het spel zijn. Waren ze er niet geweest, dan kon ik nog enigszins uitkijken naar een clean break, eens alle praktische, financiële en administratieve zaken afgehandeld zouden zijn. Nu zijn al die zaken er ook, alleen zijn ze complexer en moet er dag tot dag zo veel geregeld worden dat het bijna onmogelijk is om elkaar langer dan 24 uur niet te horen. En laat dat nu net iets zijn wat me wel deugd zou doen.

Want natuurlijk is het onvermijdelijk (toch?) dat een scheiding gepaard gaat met negatieve gevoelens. Die zullen uiteindelijk wel opgelost, aanvaard en/of onderdrukt moeten worden (want, hè, we moeten nog samen kinderen groot brengen). Maar dat zal waarschijnlijk niet meer voor dit jaar zijn. En die negatieve gevoelens maken me niet bepaald een betere ouder. Gelukkig betekent het einde van het jaar ook veel snoepgoed en cadeaus. Hierdoor kan ik mijn mindere momenten met de kinderen toch enigszins compenseren met materiële liefde.

‘Alles komt altijd goed’, dat staat gegraveerd in de verlovingsring die ik tien jaar geleden heb ontworpen en laten maken. En, ondanks alles, blijft dat nog steeds gelden, al is het tweede deel van die uitspraak net iets relevanter geworden.

Alles komt altijd goed, de vraag is alleen hoe en wanneer.

Brollie & Broomie get Woke

Enkele stukjes terug vertelde ik dat onze kinders niet meer rustig en gedisciplineerd wilden gaan slapen. Dat euvel is ondertussen al een paar weken verholpen. Niet dat ze nu gedisciplineerd zijn, maar de truc bleek om te zeggen dat we ‘elke paar minuutjes’ terug komen en hen, als ze braaf in hun bed liggen, nog een kusje geven. Vaak moeten we maar één keertje terugkomen, maar evengoed liggen ze na vijf minuten al schattig te knorren. Bij de Broomie kunnen we het in de gang al horen als hij slaapt. Zijn vredige getutter echoot dan door het hele huis. Ze zijn zo schattig als ze slapen.

Maar dan: winteruur!

Dit is niet nieuw, uitzonderlijk, of onverwacht (hallo, alle andere mensen met jonge kinderen), maar er is toch een groot verschil tussen het weten en het meemaken. We hadden ze de dag ervoor halfslachtig laat in hun bedjes gedraaid. In plaats van dan langer te slapen, besloten ze veel te vroeg wakker te worden. Technisch gezien rond het uur waarop ze altijd wakker worden, maar de klokken (die ze nog niet kunnen lezen) waren echt wel aangepast. Ook hun schaapklok, die de ogen pas opendoet als ze mogen opstaan (‘Wake up, sheeple!’ is implied) was verzet naar de nieuwe tijd. Het blijft echter een artificieel schaap, waar de Brollie weinig autoriteit op projecteert. Terecht, waarschijnlijk.

Broomie eats popcorn with a spoon, so he doesn’t recognize any authority.

En dus blijven ze hangen in het verleden, the before times, het zomeruur. Dan roept de Brollie om half zes vanuit zijn kamer, en maakt hij de Broomie uiteraard ook ineens wakker. Of dan staan ze om kwart voor zes plots allebei aan ons bed. We hebben een traphekje, maar laten dat los genoeg dat ze het zelf kunnen opendoen. We vertrouwen er niet volledig op dat ze (wel, dat de Broomie) niet met een stoel of een stapel boeken een ontsnappingspoging ondernemen en dan, spectaculair doch fataal, van de trap stuiteren of storten. Dus daar stonden ze dan, tegen het einde van het midden van de nacht. Te vroeg om op te staan, te laat om er lang mee bezig te zijn om ze terug in bed te steken. ‘Kom er gezellig bij!’ zeggen we dan, terwijl onze tanden hoorbaar knarsen. To sleep, perchance to dream? IJdele hoop, uiteraard. Een half uur later trek ik met de Brollie naar beneden, want zijn woorden (‘ik wil bij mama slapen’) komen niet overeen met zijn daden (stampen, ellebogenwerk, zich oprichten en zijn broer porren).

Vier dagen lang was iedereen dus uitgeput, omdat iedereen uiteraard wel op het nieuwe uur gaat slapen, maar iedereen dan toch op het oude uur opstaat. Daar komt ook nog de situatie van de wereld in het algemeen, en van België in het bijzonder, bovenop. Gelukkig werd er vannacht wel goed doorgeslapen, tot een enigszins christelijk uur. Dat scheelt weer een slok op de borrel van onze fysieke en mentale weerbaarheid. En over een half jaar mogen we onze kinderen uit bed gaan sleuren als het uur weer verandert. Die gedachte houdt me op de been. Wel, dat en het idee dat er na een heel donkere winter extra warme en zonnige zomers zullen volgen. Vooral dat laatste. The Roaring Twenties. Ik ben er klaar voor.

Brollie & Broomie Get a Life

Onze kinderen hebben nog niet echt een concept van normaal. En dat is maar goed ook, want ondanks het begin van de vorige post met ‘alles is enigszins terug een beetje normaal’ is het dat uiteraard niet het geval. En op wie je het ook wil steken – jongeren, boomers, de regering, een internationale samenzwering met onnozele en vaak tegenstrijdige doelstellingen, het virus – dit is de situatie waar we mee zitten. Maar terwijl the Missus en ik verder ploeteren, huppelen de jongens vrolijk voor en achter en rond ons, zonder al te veel besef van wat er dan wel anders zou zijn. Enkel over het handen wassen zeuren ze al eens; of eerder, daar zeurt de Brollie al eens over, en dat is de Broomie nu ook beginnen te doen, want het hoort blijkbaar zo. Dan komen we thuis na school en vraagt de Broomie ‘Handen wassen overslaan?’ terwijl hij mij zijn handjes toont, zwart van de aarde, alsof dat zijn vraag kracht bijzet, in plaats van ze volledig te ondermijnen.

De Brollie weet al iets beter wat werkt. Toen hij onlangs thuiskwam met een grote pluchen hond, vertelde hij vlot hoe alle kindjes in de klas er zo één gekregen hadden. Dat leek ons onwaarschijnlijk, en hij bleef ook niet echt standvastig onder ons doorvragen. Zijn leerkrachten vielen, uiteraard, uit de lucht toen we het beest de volgende dag toonden. Het was een hond van een ander kindje dat de Brollie zich, ongetwijfeld heel casual en vol zelfvertrouwen, toegeëigend had. “Komt de politie mij nu halen?” Er klonk maar een klein beetje nervositeit in door, maar het was toch de juiste reactie op een ‘je mag andermans spullen niet zomaar nemen’ speech van zijn vader. Heel even overwoog ik de complexe machtsverhouding uit de doeken te doen tussen de politie en de mensen die ze (zouden moeten) beschermen, en de plaats die hij daarin inneemt, als een blond, wit kindje. Maar ik zei enkel “Nee, nu niet. Je mag dat wel niet meer doen.” Die luxe hebben we dan wel.

He would do terrible in jail

De Brollie begint ook naar verjaardagsfeestjes te gaan, iets waar we een beetje jaloers op zijn. Zo ongedwongen met vrienden afspreken, dat is ons niet gegeven op dit moment. Maar het is altijd leuk om te zien, een groep enthousiaste kleuters die spelen en doen, ruzie maken en het terug bijleggen in een oogwenk, en roepen. Veel roepen. De Broomie krijgt dat soort invitaties nog niet, maar wordt soms wel mee uitgenodigd met zijn broer. Blijkbaar valt hij ook bij oudere kleuters in de smaak, wat niet zo gek is. Wie wil er nu geen levensechte pop die luid kan lachen en weinig zelfbehoud heeft?

Truly terrifying

Aan de andere kant (en sorry dat ik hier geen mooie overgang voor heb), zijn ze soms ook zeer zielig én smerig tegelijkertijd. Waar heb ik het over? Kots! Gedeelde smart is halve smart, zelfs al kan ik op deze manier nooit de hele ervaring communiceren. Vooral de zurige geur, zo penetrant, die in kamers en neusgaten blijft hangen, zodat je nooit helemaal zeker weet of je wel alles opgekuist hebt. De ene avond werd ik door luid gekrijs naar de kamer van de Broomie gesommeerd. Ondanks wat ik net zei, of misschien omdat het nog zo vers was, is het op zo’n moment niet onmiddellijk duidelijk wat er gebeurd is. Nachtmerrie? In zijn bed geplast? Tot het natuurlijk wel heel duidelijk wordt. Met het krijsende kind op armlengte naar de badkamer, krijsend kind proper maken en een nieuwe pyjama aandoen, krijsend kind even in onze slaapkamer laten wachten terwijl je de kotslakens van zijn bedje naar beneden haalt (tussendoor even een foto nemen, want wie wil dat nu niet zien?), samen met krijsend kind in het grote logeerbed kruipen en wachten tot hij opnieuw in slaap valt. Een eitje. Tot je een half uur later bijna exact hetzelfde mag doen. Alleen moet nu zijn bedje terug opgemaakt worden, maar eigenlijk wil hij nu toch liever in het grote bed, maar daar liggen geen lakens op (en dat stinkt ook een beetje, want er lag geen matrasbeschermer op; rookie mistake). Maar ach, hij valt terug in slaap. Tot hij een half uur later letterlijk zijn gal ligt te spuwen en ik hem dan maar op het babybedje in onze slaapkamer leg. Heel zielig allemaal, en ook best smerig. Gelukkig valt hij wel goed in slaap, vast onder het motto ‘derde keer, goeie keer’.

De Brollie, die heeft genoeg aan één keer stevig overgeven. Gelukkig op een andere nacht. Ook heel zielig en, euh, niet bepaald proper. Als ik dan later de gewassen stukjes half verteerd eten uit de wasmachine aan het vissen ben, en de wakke dotten toiletpapier met een zucht in het toilet laat vallen, dan herinner ik me weer waarom ik het doe. Een zuinige glimlach werkt mijn mondhoeken omhoog terwijl ik denk: ‘Dit wordt weer een fantastische blogpost.’

Heeft u, voor of na het lezen van dit stuk, last van stress en spanning? Woont u ook nog eens in Antwerpen? Dan heeft u vast nood aan een massage aan huis!

https://folkermasseert.be/ 

Brollie & Broomie Soothe the Masses

Het is niet mogelijk om met een uitgestreken gezicht te zeggen dat alles opnieuw het oude is. ‘Normaal’ is geen begrip dat ik op enigerlei wijze kan verbinden met 2020; behalve natuurlijk als je er ‘niet normaal’ van maakt, maar dat is valsspelen en wij zijn de Brollie momenteel aan het leren dat een overwinning pas waarde heeft als je je aan de regels houdt. Maar desondanks is de situatie, het leven, de dagelijkse flow, wel een klein beetje opgeschoven in de richting van normaal, al zal het wachten zijn op die allermenselijkste gave van gewenning voor de eindeloze neerwaartse spiraal die dit jaar is gebleken ons niet meer elke dag vol cortisol pompt. Gelukkig kan u in de tussentijd genieten van de avonturen van de Brollie & de Broomie, om uw zorgen even te vergeten. Opium voor een zeer select publiek, als het ware.

Dat gevoel van normaliteit is natuurlijk voor een groot deel te wijten aan de school waar de Brollie & de Broomie nu samen naartoe gaan. Niet dat het daar normaal is, met mondmaskers en restricties en een gapende kloof tussen de ouders en het dagelijkse leven in de klas. Die kloof wordt niet bepaald gedicht door de summiere uitleg die we van onze kinderen krijgen als we er een verslag proberen uit te peuteren. “Spelen”, antwoordt de Broomie als we vragen wat hij vandaag gedaan heeft; “ja”, zegt hij als we de namen noemen van kindjes waar hij mogelijk mee gespeeld heeft, of als we willekeurige namen zeggen. De Brollie geeft ons bij momenten nog steeds een schouderophalend “ça va” als we vragen hoe het was, maar begint af en toe iets meer te vertellen. Dit blijven wel flarden die amper iets doen om de fog of war die over hun dagen ligt te verlichten. Dus vertrouwen we erop dat het allemaal wel losloopt. De school doet haar best, daar hebben we geen twijfels over. En, misschien wel belangrijker, de kinderen gaan graag. Zelfs de Broomie heeft geen traan gelaten bij zijn eerste schooldag. Integendeel, hij nam het handje van zijn juf vast en vertrok, zonder om te kijken, terwijl zijn olifantenrugzakje ons glimlachend nastaarde. Toen we hem even later zochten in het kluwen kinderen van zijn klas, vonden we hem niet terug. Hij bleek vol vertrouwen weggewandeld naar de glijbaan, want die zag er toch wel leuk uit. De juf keek eerst paniekerig rond, om hem vervolgens onder zachte dwang terug naar de rest van de groep te begeleiden. Een liefdevolle warmte golfde door mijn lijf, vooral toen ik me gewoon kon omdraaien en vertrekken.

So very sleepy …

Een gevolg van deze nieuwe indrukken, nieuwe prikkels en nog in te slijten routines is dat ze ’s avonds allebei uitgeput zijn. Dat maakt de avonden wel wat huileriger en lastiger, maar zorgt er – oh, ironie! – ook voor dat ze niet meer zo goed slapen ’s nachts. Groeipijnen voor de Brollie, sure, maar ook terug een ‘ik wil bij papa in het grote bed’ fase, want uiteraard mocht dit enkele keren in het begin in de hoop de verloren slaap tot een minimum te beperken. Let wel, de Brollie wil bij mij in het grote bed. De Broomie, die wil mij ab-so-lúút niet zien ’s nachts. Wordt hij een beetje tranerig en jengelend wakker, dan transformeert dit tot hysterisch gekrijs als ik naar boven ga. Dit houdt hij dan vol voor wat een eeuwigheid lijkt, maar in feite waarschijnlijk maar vijf tot tien minuten is, tot hij pardoes in slaap valt, van het ene moment op het andere; in een oogwenk van zoveel decibels als een overscherende straaljager tot het vredig geknor van een ronkende kleuter. Weirdo. In het beste geval heeft de Brollie er lekker doorgeslapen, of is hij terug in slaap gevallen. In het slechtste geval heeft hij geen zin meer om alleen in zijn eigen bed te blijven slapen. Hoe het ook zij, de volgende dag betalen we allemaal de prijs.

Sta mij nog even toe om reclame te maken voor mezelf: sinds kort bied ik een massage-aan-huisservice aan, waarbij ik mijn massagetafel in de bakfiets laad en naar uw huis (dat in de buurt van Antwerpen ligt) kom gefietst voor een heerlijke, deugdoende massage. Alle info op folkermasseert.be 

Brollie & Broomie Back Together Again

Groeipijn heet eigenlijk beenpijn heet eigenlijk paroxysmale nocturnale pijn heet eigenlijk benign idiopathic paroxysmal nocturnal limb pains of childhood. De Brollie maakt het allemaal niets uit. “Ik ben aan het groeien”, snikt hij, zijn gezicht verwrongen van de pijn, zijn handje rond zijn enkel geklemd. Het is altijd erger als hij uitgeput is, zeker als hij ook nog veel fysieke inspanningen geleverd heeft. Heel triestig, maar dat zal de komende weken minder een probleem zijn, aangezien we opnieuw in hoge mate aan ons huis gekluisterd zitten. No physical activity for you, buddy.

Exactly.

Heel eerlijk: we zien het niet volledig zitten. Met ‘we’ bedoel ik vooral the Missus, aangezien onze crèche de volgende twee weken dicht is. Ze zit volgende week dus sowieso al thuis was met de twee monstertjes terwijl ik ga werken, maar nu kan ze niet eens afspreken met iemand anders en moet ze er bij elke stap buitenshuis ook nog eens aan denken om een mondmasker aan te doen, bovenop de hele zooi die je sowieso al moet meesleuren als je met kleine kinderen op stap gaat. De week erop zouden we met ons gezinnetje op vakantie gaan naar een hoeve-met-kinderboerderij (Google tip: “gottinger varkens”). De vraag is natuurlijk of wij, Antwerpse leprozen, nog welkom zullen zijn in de koningin der Vlaamse Ardennen. Het is alleszins een noodzakelijke verplaatsing, laat daar geen twijfel over bestaan. Onze hoop is dat die mini varkens enigszins de sociale contacten kunnen vervangen die we moeten ontberen.

Not those piggies.

Het enige pluspuntje is dat de Brollie en de Broomie elkaar wel kunnen appreciëren. Zolang ze wat uitgerust zijn (lees: niet te vroeg ’s ochtends en niet te laat ’s avonds), vormen ze een topteam, met lachen en spelen en knuffels en rennen en samen boekjes lezen. Ook als we proberen om ze samen te laten slapen gibberen ze er een heel eind op los. Maar dat vinden we dan weer niet zo leuk.

Exactly.

En ja, de lockdown 2.0 is nog maar net begonnen, maar het is zeker niet zo dat we in de tussentijd aan grootse bacchannalia hebben deelgenomen, laat staan zelf georganiseerd. Te midden van een ongeziene pandemie leek erring on the side of caution ons de beste strategie. Misschien hadden we toch beter enkel uitspattingen toegelaten. Er is natuurlijk ook zoiets als te voorzichtig zijn, zoals de Broomie die door de crèche naar huis wordt gestuurd omdat hij een peuter is, ik bedoel omdat hij groene snottebellen had. Pas met een attest van de dokter waarin staat dat hij géén corona heeft, kan hij terugkomen. De dokters hebben het vast nog niet druk genoeg.

Wat we gaan doen in de laatste week van augustus, als the Missus opnieuw gaat (thuis)werken, de Brollie naar zijn kampje mag (r-right?), en ik ook wat beleg op de plank probeer te brengen (naast het brood dat the Missus levert), dat weten we nog niet. Thuiswerken met een peuter blijft je reinste onzin, voor alle duidelijkheid. Misschien kunnen we hem heen en terug op een trans-Atlantische vlucht zetten. Want daar heb je blijkbaar geen attest voor nodig.

2020, am I right?

He’s gonna do a 2020.