Brollie Doesn’t Like Me When I’m Angry

Kwaad worden, zo is mij altijd geleerd, is een teken van zwakte. Het signaleert controleverlies, van jezelf of van de situatie, en moet zoveel mogelijk vermeden worden. Net als de meeste jonge ouders, of dat denk ik toch graag, had ik me voorgenomen om zo min mogelijk kwaad te worden op mijn kinderen. Oh, er zou streng toegesproken worden, natuurlijk, en de teleurstelling zou al eens van mijn stem druipen, dat zeker. Maar echt kwaad, nee, dat niet. Het is zo niet uitgedraaid, en daarin stel ik mezelf wel wat teleur.

De keren dat mijn eigen ouders kwaad waren op mij, écht kwaad, zijn volgens mij op één hand te tellen. De vergelijking gaat waarschijnlijk niet op, omdat ik zelf amper nog iets herinner van de leeftijd waarop de Brollie zich nu bevindt, maar ik heb het gevoel dat ik al héél vaak kwaad ben geweest op hem. Écht kwaad.

Die momenten zijn meestal de culminatie van een lange dag, waarbij ouder en kind stelselmatig ruwer tegen elkaar aan beginnen te schuren, iedereen moe wordt en niemand nog rek heeft op hun geduld. Maar ook al zet ik het hier uiteen als waren we twee partijen in evenwicht, ik blijf natuurlijk de ouder en de Brollie is nog steeds een kleuter.

IMG_20190323_113420
Een kleuter die soms in slaap valt in de fiets, en die we dan op straat laten slapen…

Vannacht was het weer zover, toen de Brollie op een ongoddelijk uur telkens opnieuw rechtstond in zijn bed en mij uit het mijne riep. Dan slofte ik naar boven voor water, het goedleggen van het dekentje en een kusje of vijf, telkens opnieuw. Tot ik de vierde keer afsloot met een streng “En nu is het genoeg en gaan we echt slapen”, wat beantwoord werd met “Nee!” Zijn vrolijkheid verzon ik er vast zelf bij, maar op dat moment was zelfs de illusie ervan me wat te veel. Ik tilde hem uit bed, hield zijn gezicht vlak voor het mijne en zei met alle aan-razernij-grenzende-woede die ik voelde “GENOEG!”
Dat is vast iets dramatischer neergeschreven dan het in feite was voorgevallen.

Ik sla mijn kinderen niet. Uiteraard, denk ik dan graag. Ik sla niemand, in feite. Ook op zo’n moment heb ik niet het gevoel dat ik me moet inhouden, dat ik op het punt sta om die controle te verliezen. Maar bijna, ergens diep in dat oeroude stuk van mijn hersenen, kan ik het wel snappen.

Niettemin, de Brollie gaat in de hoek en krijst de boel een paar minuten lang bij elkaar. In de kamer ernaast blijft de Broomie rustig doorsoezen. Hij is nog te veel baby om dat soort problemen te veroorzaken, laat staan te kennen. Als de Brollie iets gekalmeerd is, neem ik hem op – berouwvol, maar toch ook nog steeds moe en geïrriteerd. Ik excuseer me, for what it’s worth, en leg hem voor de zoveelste keer uit dat het echt wel tijd is om te slapen. Hij knikt, maar ik heb geen idee wat hij denkt. Berouw? Begrip? Vermoeidheid? Angst? Ik hoop dat het geen angst is. Hij gaat braaf liggen en ik geef hem een kusje voor ik terug in mijn eigen bed kruip.

Het is een kant van mezelf die ik niet graag tegenkom. Ik neem me voor om het beter te doen, rustiger te blijven en minder en minder vaak kwaad te worden. Voor hen, natuurlijk, maar vooral voor mezelf. Want ik heb er altijd spijt van, van die uitbarstingen, zij het altijd achteraf.

Als de Brollie even later opnieuw wakker wordt en me naar boven doet sloffen, neem ik hem zonder iets te zeggen op en leg hem naast me in ons bed. We slapen tot de wekker gaat.

IMG_20190309_081205
Al zouden we allebei best wat langer kunnen slapen.
Advertenties

Brollie & Broomie and the Door That Wouldn’t Open

Het is lang geleden en er is veel gebeurd sinds ik voor het laatst iets heb verteld. Maar ondanks het groot aantal avonturen van de voorbije weken, materiaal voor vele, vele posts, ben ik het verplicht aan u en aan mezelf om het te hebben over ons grootste avontuur. Nu, ja, ondertussen gaat de Brollie al naar school; dat kan ook tellen als avontuur. De kans is alleszins reëel dat er heel wat wonderlijke ervaringen nooit in deze blog zullen verschijnen. Ervaringen zoals het hebben van zonen waarover de meeste wildvreemden denken dat het meisjes zijn, en zich vervolgens uitvoerig excuseren als blijkt dat het piemeldragers zijn, alsof ze het kind vol in het gezicht hadden gespuwd door het tegendeel te vermoeden. Of een van de vele zwemverhalen, waarbij de Brollie ten allen prijze zijn haar droog wil houden, onder geen beding op zijn rug in het water wil en schuimrubberen worsten zelfs niet wil aanraken, laat staan die toelaten om hem drijvende te houden. Maar die ervaringen laten we voor wat ze zijn.

Wat dan wel? Wat kan ik dan in godsnaam nog in de aanbieding hebben dat interessanter is dan voorgaande avonturen? Het wonderbaarlijke verhaal van hoe de Brollie mij buitensloot in de tuin en samen met zijn broer het huis (in zeer beperkte mate) op stelten zette, terwijl ik enkel machteloos kon toekijken.

Situatieschets

The Missus ging voor het eerst in lange tijd nog eens op de lappen met the Sisses (yeah, ik probeer het uit, we zien wel of het pakt). Op onze leeftijd bestaan die lappen uit brunch en daarna een sauna, want, hè, Millenials, I guess. Maar dat betekende ook dat ik, voor het eerst in nog langere tijd, alleen zou zijn met mijn twee kinderen. Dat is natuurlijk geen straf en ik hoef daar ook geen schouderklopje voor. We proberen evenwel te vermijden dat één van ons lange tijd met de twee Bros tezamen opgescheept zit als ze allebei wakker zijn. Want ik moet niemand vertellen dat een eenjarige en een tweeëneenhalfjarige samen best vermoeiend kunnen zijn. Daarom had ik mijn eigen ouders opgetrommeld en gingen we in de namiddag met z’n vijven naar het bos. Ik had er wel vertrouwen in. Dit kwam helemaal goed.

De Broomie deed een van zijn uitgebreide ochtenddutjes. Dus eigenlijk moest ik enkel op de Brollie passen die voormiddag. Ik zei toch dat ik geen schouderklopje hoef. Want die Brollie, daar is het best gezellig spelen mee, hij drukt met veel plezier op de knopjes om mij koffie te zetten (ik mag dat niet meer zelf doen als hij in de buurt is) en hij kan ook af en toe zichzelf entertainen zodat ik toch een modicum aan rust heb. Goed, ik heb toen wel twee kakonderbroekjes moeten verversen die voormiddag, maar dat kan ik ondertussen nu eenmaal heel goed.

Kort na de middag wordt de Broomie wakker en hij en zijn broer giechelen de hele weg van de slaapkamer, langs de badkamer, tot in de keuken. Dan was het tijd voor brood en bananen, en nog een koffietje voor mij. Ja, dit kwam helemaal goed. Het zou niet meer lang duren voor mijn ouders er waren, en twee kinderen gespreid over drie volwassenen, dat is een eitje. Als de Broomie klaar is met eten, kuis ik hem wat op en zet hem op de grond in de woonkamer. Terwijl de Brollie nog de laatste restjes van zijn banaan aan het binnenspelen is, neem ik de schillen van de twee bananen. De vuilbak zit vrij vol en ik besluit om ze ineens in de compostbak in de tuin te gooien. We hebben de gewoonte om ons groenafval in de compostbak te gooien nog niet terug opgepikt sinds we terug in ons huis wonen, en dit lijkt me een uitgelezen eerste stap. De Broomie is rustig aan het spelen en brabbelen, de Brollie eet nog wat aan tafel, dit is het perfecte moment, denk ik bij mezelf. Dat bleek heel, héél fout ingeschat.

IMG_20190303_091419.jpg
Pffft, all this playing…

God opent geen raam

Onze tuindeur is een grote schuifdeur van enkele decennia oud. Je tilt ze een klein beetje op door de hendel naar beneden te duwen, waarna ze op wieltjes opzij kan schuiven. Ik open de deur en schuif ze opnieuw dicht, zodat de Broomie niet de tuin in kruipt, want onbekend terrein is zijn favoriete terrein. De compostbak staat achteraan de tuin en de schillen zijn er snel ingegooid. Als ik terugstap naar het huis, zie ik dat de Brollie niet langer op zijn stoel zit, maar aan de tuindeur staat. Ik kom dichter en zie dat de hendel niet meer helemaal naar beneden staat. Met uitgestoken hand leg ik de laatste meters versneld af. Op het moment dat mijn hand het glas raakt, geeft de Brollie het laatste duwtje, zwiept de hendel helemaal naar boven en valt de tuindeur van haar wielen. Ik ben de enige die de impact vat van wat er net gebeurd is.

De Brollie vindt het in eerste instantie hilarisch. Ik probeer hem streng toe te spreken, zeg hem dat hij de deur moet opendoen, maar hij zegt gewoon “Neej!” en gaat met zijn broer spelen. Die Broomie komt rustig aangekropen om te kijken wat de reden van alle commotie is, en wordt prompt door de Brollie ingelijfd in een spelletje toiletdeurkiekeboe. Dit is een combinatie van kiekeboe met het open en hard dicht doen van de toiletdeur. Ik kan hen niet goed zien, maar krijg wel flitsen van kleine vingertjes die tussen deur en stijl geplet worden als lange, rijpe druifjes. Tijd voor actie. Ik klop op het raam en maan de Brollie tot actie aan. Hij moet de deur opendoen, zeg ik door het glas. Streng, triest, kwaad, of smekend, zijn reactie is elke keer dezelfde: een vrolijk ‘Neej!’ (geen idee waar die ‘j’ vandaan komt, maar ze is er onmiskenbaar). Dan maar de zware middelen.

“Als de deur terug open is, krijg je een koekje.” De Brollie springt in actie. Hij grijpt naar de hendel op de tippen van zijn teentjes, en krijgt de hendel iets meer dan halfweg. Oef, denk ik, dit komt wel goed. Maar de hendel wil niet verder. “Ga het trapje halen”, zeg ik, en de Brollie begrijpt me onmiddellijk, alsof de belofte van een koekje hem slimmer heeft gemaakt. Hij pakt het keukentrapje en sleurt het richting de woonkamer. Het centimeters hoge boordje tussen de eetkamer en de woonkamer blijkt echter een onoverkomelijk obstakel en hoezeer hij ook zijn best doet, het trapje wil niet verder. Voor ik echter kan wanhopen, loopt de Brollie naar het kindertafeltje vlakbij en wijst hij op één van de stoeltjes die ernaast staat, kleiner en lichter dan het keukentrapje. Enorm trots steek ik mijn duim in de lucht.

De Broomie, ondertussen, begint zich wat te vervelen, en besluit dus maar om op enkele stenen uit de bloempot van de avocadoplant te sabbelen. Ik tik tegen het raam, zeg ‘Nee!’ en schud mijn hoofd, maar dat levert me enkel een glimlach vol potgrond op. Het zij zo.

IMG_20190303_134122
You can do it, Brollie! (He couldn’t do it…)

Als je lang genoeg in de potgrond staart…

De Brollie zet het stoeltje onder de hendel, klimt erop en pakt met twee handjes de hendel beet. Er zit weinig beweging in. De Broomie heeft de bloempot beet en begint deze vervaarlijk heen en weer te schudden, een grote steen in zijn mond. “Je moet er aan gaan hangen”, zeg ik door het glas, “Met twee handjes vasthouden en dan van de stoel stappen.” Hij kijkt me wat onzeker aan, maar het koekje blijft een goeie motivator. Niet veel later hangt hij daar, twee handjes op de hendel, voetjes net niet op de grond. De hendel beweegt niet en ik besef dat het waarschijnlijk fysiek onmogelijk is voor de Brollie om de deur open te doen zonder bijkomende hefbomen of katrollen. Maar zo slim is hij nu ook weer niet. De avocadoplant valt om, de aarde verspreidt zich over de vloer.

Terwijl de Broomie vol plezier in de potgrond aan het dabben is, en de Brollie zichtbaar twijfelt tussen hem proberen tegen te houden of lekker meedoen, haal ik mijn gsm boven en bel ik naar mijn ouders. Of ze iets vroeger kunnen komen dan gepland, misschien, toevallig, want er is nog niets ergs gebeurd, maar als dat wel het geval is, moet ik een glazen raam van vier vierkante meter breken. Dat begrijpen ze.

De Brollie gaat even mokken en huilen op de zetel. Dat koekje laat nu wel heel lang op zich wachten. Als hij merkt dat ik zelf misschien echt de deur niet openkrijg, stopt hij evenwel en komt hij terug naar de tuindeur en zijn broer. Die Broomie heeft nu het stoeltje ontdekt dat de Brollie achtergelaten heeft. Hij klimt erop, gaat rechtstaan en begint vol overgave het raam te likken. Ik ben enerzijds vertederd – dat kan niet anders dan een uiting van affectie zijn – maar anderzijds zie ik hem in gedachten al op zijn wat zachte hoofdje vallen. Dus roep ik de Brollie voor zijn laatste taak: Broomie van het stoeltje halen. Dat lukt wonderwel. Brollie pakt zijn broer bij diens middel en sleurt hem zachtjes naar beneden. Ze vallen allebei op hun poep, en de Broomie rolt door en botst ook nog even met zijn hoofd op de grond. Niet ideaal, maar ik zet mijn hand tegen het glas, zucht eens diep en, terwijl de Broomie huilend recht krabbelt, denk ik wat veel ouders al eens denken: ‘dit kon veel erger’.

Epiloog

Mijn moeder kwam toe, deed de deur open en pakte de beaarde Broomie op. Ik knuffelde de Brollie, drukte hem tegen me aan en samen gingen we naar de keuken. Hij had immers nog een koekje tegoed.

 

Brollie & Broomie Tire Everyone Out

Onze kinderen zijn fantastisch. Ik weet niet of ik dat al eens vermeld heb, maar het mag zeker nog eens gezegd worden. Dat gezegd zijnde wil ik toch even de aandacht vestigen op hoe ongemeen vermoeiend ze bij momenten kunnen zijn. Toegegeven, de eindejaarsperiode zat er vast voor iets tussen, en we vallen al sinds voor Kerstmis van de ene uitzonderlijke situatie in de andere. Het relaas dat volgt is dus niet zonder oorzaak, en de omstandigheden hopelijk ook niet zonder einde, maar onze harten hebben de laatste weken toch al een paar slagen gemist, en onze nagels moeten af en toe het bloed eronder ontberen. Een uitputtende komedie in vier bedrijven.

Brollie & Broomie Room In

We hebben de kerstvakantie grotendeels bij Paco doorgebracht, de vader van the Missus. Met het oog op een toekomst waarin de Brollie en de Broomie tot ze achttien zijn een kamer delen, hadden we besloten dat dit het uitgelezen moment was om hiermee te beginnen. De Brollie mocht voor het eerst in een echt eenpersoonsbed, de Broomie in een reisbedje ernaast. En het lukte wonderwel. De eerste nachten dan toch. Zelfs als de Broomie een tijdje aan het krijsen was, in een voorbarige poging van zijn ouders om hem wat langer aan een stuk te laten slapen, bleef de Brollie tot onze verbazing rustig verder slapen. Succes! Tot de uitputting van de veranderde omgeving wegebde en de Brollie klaar was voor nieuwe avonturen.

Brollie & Broomie Bed In

De middagdutjes gingen iets moeilijker, vooral omdat hun slaapritmes niet goed overeenkomen. De Broomie doet namelijk voor- en namiddagdutjes, terwijl de Brollie middagdutjes doet. Maar soms leek het uit te komen en legden we ze overdag samen in bed. Dat bleek niet het beste idee te zijn. De babyfoon waarschuwde ons met gegiechel en gestommel. Als ik de deur opendoe, blijkt de Brollie, slaapzak en al, in het reisbedje van zijn broer geklommen. Hilariteit alom, maar ik leg mijn gezicht in een serieuze plooi, leg de Brollie terug in zijn bed en zeg dat ze stil moeten zijn en moeten slapen. Terug beneden vertel ik het verhaal tegen the Missus, terwijl er al opnieuw gegiechel en gestommel door de babyfoon klinkt. The Missus merkt op dat het waarschijnlijk te veel gevraagd is van een tweejarige om niet bij zijn broer in bed te klimmen. Geheel terecht, zo zal later blijken, maar ik had het nog niet door. Ik ga terug naar boven en tref een Brollie aan die de slaapzak van zijn broer opengeritst heeft en diens sokken aan het uittrekken is. Hilariteit alom.

fine
This is fine.

Brollie Has Left The Room

Dat ging dus duidelijk niet werken. Het bedje van de Broomie werd dan maar op onze slaapkamer geplaatst, in de hoop dat de rust snel zou weerkeren in ons koninkrijk. Dat was uiteraard ijdele hoop. De Broomie viel probleemloos in slaap in zijn nieuwe kamer, en ook de Brollie deed niet al te moeilijk bij het naar bed gaan. Tot hij plots, midden in de nacht, bovenaan de trap stond in zijn slaapzak. De gladde, stenen trap. The Missus kreeg al visioenen van een peuter die in dramatische slow motion de traf aftuimelt, dus ging ik maar naast de Brollie in zijn eenpersoonbedje liggen, in afwachting van het traphekje dat we de dag erop zouden kopen. Het duurde even voor we in slaap vielen, de Brollie en ik, maar zo’n peuter neemt gelukkig niet veel plaats in beslag. Toen ik de volgende ochtend echter wakker werd, hoorde ik een zacht geroep uit de verte. “Papa. Papa.” Geen Brollie te bespeuren in het bed. Ik spring op en ren de kamer uit, om onderaan de (stenen) trap een grinnikende Brollie te zien, nog steeds in zijn slaapzak. Hij was al even naar de (niet bepaald gechild-proofde) keuken gegaan, maar vond het er toch niet zo interessant, blijkbaar.

Brollie Enters The Room Again, And Again

De volgende dag installeerden we een traphekje, waar hij vervolgens geregeld aan stond, in plaats van te slapen. Dat noemen we dezer dagen al vooruitgang. Eens de kerstvakantie ten einde liep – met nog een kort oudejaarsintermezzo, waarbij we de Brollie en de Broomie simpelweg opsloten in hun slaapkamer (terwijl ze sliepen, uiteraard) – verhuisden we opnieuw naar Antwerpen. Niet terug naar onze vaste stek, maar naar een éénslaapkamerappartement waar we toch enkele weken zullen moeten overleven. Het voordeel: in het appartement zelf zijn er geen trappen en de slaapkamer waar de Brollie en de Broomie slapen is groot genoeg om het reisbed ver genoeg van het grote bed van de Brollie te kunnen zetten, zodat hij er niet inklimt.

Het nadeel: als hij geen zin heeft om te slapen, staat de Brollie gewoon op en komt hij naar de woonkamer. Opnieuw, en opnieuw, en opnieuw, en opnieuw. Wat hij wil is niet geheel duidelijk, noch consistent, behalve dan dat het zich absoluut niet in zijn slaapkamer bevindt. Onderhandelen blijkt uitgesloten en eindigt meestal met een roepende peuter. In stilte oppakken en terugleggen, en misschien een beetje de stem verheffen (maar heel zachtjes, want de Broomie is aan het slapen) kunnen misschien resultaat opleveren, al kan het ook dat de Brollie op een bepaald moment zodanig uitgeput is dat hij gewoon pardoes in slaap valt.

Epilogue

Er is niet echt een clou aan dit verhaal, behalve misschien dat het allemaal nog wel meevalt, gezien de veranderende routines en omstandigheden; of dat iedereen uitgeput is en dat alles verschrikkelijk is. Allebei mogelijk.

En dan heb ik het zelfs nog niet gehad over de potjestraining…

Brollie & Broomie Don’t Melt

Ah, het jaareinde. Wanneer de kasten zich op miraculeuze wijze vullen met snoepgoed, en iedereen tijdens de week thuis vertrekt en aankomt in het donker. Een tijd ook, zo bleek, waarin men al eens de batterij van je bakfiets steelt – dat komt er dan van als je die voor de tweede keer op acht maanden tijd een nacht buiten laat staan. Maar die enorme frustratie van het afgelopen weekend daar gelaten, hebben we niets te klagen.*

Onze kinderen zijn immers schatjes, die enkel af en toe gelucht moeten worden, weer of geen weer. Doen we dat niet, dan begint vooral de Brollie zijn grenzen wat af te tasten op zoek naar entertainment, terwijl the Missus en ik haast onmerkbaar een beetje ineen zakken. Geen goeie combinatie, dat. Maar we smelten niet in de regen, dus kunnen we beter nat worden dan binnen blijven.

De Broomie zit ondertussen enigszins in een slaapritme met nog één moeilijk vast te pinnen flesje ’s nachts. Dat wil hij ergens tussen middernacht en vijf uur ’s ochtends, de kleine weirdo, en hij krijst er veel harder en dramatischer voor dan de Brollie ooit heeft gedaan. Tegenover het elke twee uur wakker worden van enkele weken geleden, is het echter een enorme vooruitgang.

together
A baby is a great toy for a toddler.

Wij zijn dan ook klaar voor de verbouwingen die ons huis in januari en februari zal ondergaan. Dat houdt in dat we twee maanden op een betrekkelijk klein appartement gaan wonen, en dat de Brollie en de Broomie een bed zullen delen. Spannend? En of. Maar we hebben wel vertrouwen in onze kinders, en in onszelf.

Wanneer we terugkeren naar onze opgefriste woonst, als de dagen al terug wat aan het lengen zijn, kunnen we aan een nieuwe fase beginnen: dan mag de Brollie bijna naar school, kunnen ze samen gezellig op één kamer slapen en zal hun vader vier vijfde werken. Als alles goed zit, wordt 2019 dus het jaar waarin the Missus en ik opnieuw veel slapen.

 

* we zijn ook gedepanneerd door schatten van vrienden die hun ongebruikte mommy-fiets kwamen brengen, en door een andere schat van een vriend die snel even de band kwam plakken van de fiets die we in ruil gaven (maar plots lek bleek). Dus: screw you, universe; dank jullie, vriendjes.

Broomie Sleeps While Brollie Awakens

Het zijn bewogen dagen en, vooral, nachten geweest. Voor de Broomie was het immers tijd om stilaan wat langer te slapen ’s nachts, maar die ene aanpassing had heel wat voeten in de aarde. Om te beginnen werd zijn bedje naar boven verhuisd. De manier waarop we hem wilden laten doorslapen, was er immers een waarbij we hem een beetje lieten huilen, en elke negen minuten (“want hij is negen maand”, aldus the Missus) even naar boven gingen om hem gerust te stellen. En je wil geen huilende kinderen op je eigen slaapkamer ’s nachts.
Dus, een kleine verhuis en een avondritueel later, liggen de Brollie en de Broomie elk op hun eigen kamer te slapen. Het plan was dat ik de Broomie een flesje zou geven als hij ’s avonds voor het eerst wakker werd (tussen negen en tien) en dan ’s nachts zou opstaan als hij begon te huilen om hem regelmatig even te sussen tot hij opnieuw in slaap viel. The Missus mocht dan voor het eerst in acht maanden nog eens langer dan twee uur aan een stuk slapen. Als de Broomie minstens vier uur niet gegeten had, dan pas mocht hij zich terug laven aan zijn moeder.

Dat ik de eerste nacht niet veel zou slapen, dat wisten we op voorhand. Maar de grote wildcard in dit verhaal was de Brollie. Want we hadden al eens een baby laten doorslapen, maar nog nooit terwijl er een peuter in de kamer ernaast sliep. Om te vermijden dat we in een situatie terecht kwamen waarbij onze twee kinderen elkaar krijsend wakker hielden, hadden we besloten dat, mocht de Brollie in de loop van de nacht wakker worden, we hem dan onmiddellijk naar beneden naar ons grote bed zouden verhuizen. Dan zou hij vast meteen lekker verder slapen.

Things did not exactly go according to plan.

IMG_20181111_084503
Don’t trust them, they are not sleeping!

Oh, de Broomie die deed wat-ie moest doen. De eerste nacht veel wakker zijn, de tweede nacht wat minder, de derde nacht nog twee keer heel kort en sindsdien eigenlijk nog maar één keer, om te eten. De Brollie, daarentegen, had een opportuniteit geroken. De eerste keer was hij wat in de war, toen hij naast the Missus in ons bed gedropt werd; de tweede keer was het enorm gezellig, maar werd er niet geslapen. De derde keer, toen de Broomie al redelijk goed doorsliep, besloten we de Brollie toch maar in zijn eigen bed te houden, maar daar had hij evenwel geen zin meer in. En op slag, voor het eerst in ettelijke maanden, werd de Brollie een slechte slaper, die niet wou inslapen, ’s nachts veel wakker werd en dan opnieuw niet wou inslapen.

The Missus en ik schipperden tussen bezorgdheid en (vermoeide) irritatie. Had hij het te koud? Was hij bang van het donker? Misschien een beetje ziek? Ik heb op een bepaald moment vier uur op zijn kamer gezeten terwijl de Brollie rustig in zijn bedje lag, in de hoop dat hij in slaap zou vallen en ik kon wegsluipen. Elke keer ik echter opstond, tilde hij zijn hoofd op en keek me afwachtend aan. Als ik bij de deur kwam, begon hij te krijsen. Tijdens die vier uur heb ik dan wel The Incredibles 2 gezien, een leuke nacht was het toch niet.

Na een uitgebreid beraad van de Chief Parenting Officers, en wat input van externe consultants, werd het besluit genomen dat er helemaal niets mis was, en dat de licht vervaagde grenzen van de nachtrust even opnieuw in alle duidelijkheid geponeerd moesten worden. En dus mocht de Brollie naar een opfriscursus Slapen, met veel dramatisch gekrijs, het ostentatief op de grond gooien van tutjes, strenge toespraken over het belang van proberen en vooral géén tripjes meer naar het grote bed. Twee lange nachten waren dat, maar the Missus en ik vonden steun bij elkaar, en in de ongefundeerde wetenschap dat het de enige manier was om iedereen rustig in het eigen bed te laten slapen. De Broomie trok zich gelukkig in het geheel niets aan van zijn krijsende broer in de kamer ernaast.

Ondertussen kan ik met enige trots (en stevig metaforisch hout vasthoudend) stellen dat we er al twee betrekkelijk rustige nachten hebben opzitten, met een slapende peuter en een baby die op het juiste moment wakker werd om te eten (en nog één keertje omdat hij zijn tutje niet vond).

En dan nu, slapen.

Brollie and his PsyOps

Het zijn drukke tijden voor the Missus, want ze moet op dit moment alles doen voor de twee koters (Broters?). Bij de Broomie ligt dit voor de hand. Die begint ondertussen relevante porties echt voedsel naar binnen te spelen, maar wil ‘s nachts toch nog elke twee uur een momentje met zijn moeder en haar troostbrengers. #achtmaandenonderbrokennachtrust Maar voor de rest maakt het de Broomie in het geheel niet uit wie hem knuffelt, verschoont, of met hem giechelt en schatert.
De Brollie, daarentegen, lijkt besloten te hebben dat er maar één iemand in dit huishouden goed genoeg is voor hem. Oh, als ik de enige keuze ben, dan is het allemaal goed, is “Papa leuk.” en al dat soort schattigheid. Zodra hij echter weet dat the Missus in huis is, mag ik hem hoogstens nog oppakken en bij de juiste persoon deponeren. Dit is vooral ‘s ochtends onhandig, omdat the Missus’ superieure organisatieskills nog veel uitgesprokener zijn op dat moment (om van mijn ochtendhumeur nog te zwijgen). Dat zijn ook de momenten dat ik te horen krijg dat ik stout ben en géén kusje krijg.

IMG_20181006_154633
The captain has no time for you.

En, ja, ik weet ook dat dit een fase is, en op andere momenten blijft de Brollie ook tegenover mij de allerschattigste peuter die ik ooit voortgebracht heb. Maar als stabiele volwassene in een instabiele wereld, behoud ik me toch het recht om zijn beweegredenen zeer zwaar te overdenken én volledig op mezelf te betrekken (zie ook: de N-VA die beweert dat het VN klimaatrapport wel héél toevallig zo vlak voor de verkiezingen wordt uitgegeven). Daarom vermoed ik nu dat de Brollie begonnen is aan zijn klim naar alfa mannetje in ons huishouden. Zijn exacte strategie is me nog niet volledig duidelijk, laat staan zijn uiteindelijke doel, maar het ondermijnen van mijn emotionele stabiliteit maakt er duidelijk deel van uit.
“Nee, mama!” is de slogan van deze campagne, en ik moet toegeven dat het wel een effect lijkt te hebben. Als het me wordt toegelaten om met de Brollie te spelen, om hem te knuffelen, of om door hem bij de hand gepakt te worden om een boekje te lezen, dan ben ik immers dolgelukkig (meestal). En word ik weer verbannen naar de Broomie (want daar komt het vaak op neer), dan begin ik me soms al af te vragen wat ik gedaan heb, en of ik het niet verdien. Maar ach, als ik dan toch vervangen moet worden, dan ben ik blij dat het door de Brollie is.

Brollie is Pretty Sure There’s a Spoon

Eten blijft bij momenten een avontuur. De Broomie heeft wisselende appetijten wat betreft eten dat niet uit een tepelvorm komt; soms vrolijk en best veel, soms amper een volledig hapje op een half uur. Maar dat komt vast wel goed, al was het maar omdat, zoals the Missus zo poëtisch zei, de voorraad toch op een bepaald moment opdroogt.

De Brollie zit op een heel ander niveau, natuurlijk, al wentelt hij zich af en toe wel met veel plezier in tijdelijke regressie. Baby Brollie wil dan in de box of de wieg van zijn broer liggen en toegedekt worden met een dekentje, tot hij het seconden later uitschatert. Maar de Brollie wil vooral die oh zo heerlijke papjes die de Broomie krijgt: aardappel met courgette of wortel en wat olie, of banaan met een ander fruitje, allebei bijna tot vloeistof gemixt. Ook als we op bezoek gaan bij vrienden met een baby, eet hij eerst met veel smaak de fruitpap van zijn broer op, om vervolgens zonder gêne de fruitpap uit de mond van de andere baby te gaan vragen.

Dat betekent niet dat alle eten van een leien dakje gaat. Vooral ’s avonds tijdens de week, als iedereen moe en hongerig is, gaat de Brollie soms in een lichte tantrum modus, met traantjes, een trillende onderlip en mondhoeken die naar de grond wijzen. Soms maken we dan de fout om hem te vragen wat hij wil eten. Pindakaas? Stroop? Nee, geen rozijntjes, dat is pas voor na het eten. Dit eindigt meestal niet met een rustigere peuter, maar eerder met een keukentafel vol eten en een totaal verwarde peuter. Beter om hem gewoon iets voor te schotelen, te nemen of te laten. Al gaat hij dan soms zonder (vast) eten naar bed en eet hij de volgende ochtend evenveel havermout als the Missus en ik samen.

Veel gekker, echter, is dat de Brollie, eens we hem iets hebben voorgeschoteld dat hij zeker wil, toch nog niet tevreden is. Het probleem? Lepels. Lepels? LEPELS!

spoons
That is not the best spoon for the job.

Uit zijn mond klinkt het als ‘appel’, niet te onderscheiden van wanneer hij het daadwerkelijk over een appel heeft. Maar meestal heeft hij het toch over lepels, want die zijn, zo blijkt, zeer belangrijk in zijn leven. Zowat elke lepel passeert in zo’n lepel-manisch moment de revue. Soms zegt hij een bepaalde lepel te willen, om mij dan toch nog terug naar de keuken te sturen voor een andere lepel. En als de Brollie dan een assortiment rond zich heen verzameld heeft, beperkt hij zich ook niet tot één lepel per keer, nee, nee. Een lepel in elke hand, of soms zelfs twee lepels in één hand. Een waar gekkenhuis. Maar zoals het spreekwoord zegt: “beter tien lepels verspreid op en rond de eettafel, dan een krijsende peuter in je huis.”