Brollie & Broomie and for the Love of God Don’t do That!

Het leven is een onduidelijk samenspel van toeval en intentie, van geluk, pech en wil. Dat gezegd zijnde hebben de Moeder en ik er vast wel iets mee te maken dat het oudercontact van onze kleuters hoofdzakelijk een informele bewierroking van de twee spruiten is. Dat dan weer gezegd zijnde zijn ze met vijf en twee-dagen-verwijderd-van-vier al heel erg hun eigen persoontjes, natuurlijk.

Dat uit zich op soms heel verschillende en soms heel gelijkaardige manieren. Ze hebben allebei een fascinatie met objecten en het eigenaarschap. Dat testen ze geregeld, met speelgoed dat van en naar school gaat, en van en naar de huizen van hun vrienden, tot lichte frustratie van de volwassenen die een redelijk duidelijk concept hebben van bezit en dat ook, uit gewoonte, proberen over te dragen aan de volgende generatie. De post-kapitalistische maatschappij komt eraan, maar laat het alsjeblief niet over aan de uitgeputte ouders van jonge kinderen.

Ready for the inevitable future!

De Brollie is met zijn minuten-lang-honderuit-praten-over-wat-dan-ook-zonder-noemenswaardige-samenhang helemaal klaar voor de lagere school. Ik kan het beter aan dan ik verwacht had, zelfs als hij het doet wanneer ik overprikkeld ben, omdat het (sorry, zoon) verrassend makkelijk uit te filteren is. Veel meer dan af en toe te knikken of een bevestigende ‘hmmm’ te laten horen hoef ik niet te doen. Dat klinkt misschien cru, maar hij blijft soms echt gewoon maar gaan, schijnbaar zonder te ademen, tot ver voorbij mijn luistervermogen.

De Broomie heeft dat minder, maar dat is dan ook nog een echte kleuter, inclusief de plotse tantrums, die soms echt uit het niets opduiken wanneer je één van zijn wensen weigert (nadat je er al massa’s liefdevol hebt ingewilligd). Kleuters gonna kleut, natuurlijk. Wat wel opvallend is, en wat de Brollie eigenlijk nooit had of heeft, is dat je de Broomie bij elke uitspraak van een gezagsfiguur die iets verbiedt, ziet denken, inschatten, afwegen. Zijn pretoogjes glinsteren, zijn mondhoeken trekken naar boven. ‘Is het dit waard? Kom ik hiermee weg? Zal dit lol creëren, of gaat er iemand echt boos worden op mij?’ Zijn inschatting, zo is gebleken, is niet altijd correct.

Vrijdag wordt hij vier, de Broomie. Ik heb nog 48 uur om wafels te leren bakken. Hij heeft nog jaren om zijn anti-autoritaire ingesteldheid goed te leren aanwenden. Komt allebei vast goed.

❤️

Brollie Learns Something New (Broomie Not so Much)

Het is koud en nat en ik zou het liefst zoveel mogelijk binnen blijven en, vooral, niet fietsen. Helaas, natuurlijk. Zelfs als ik, al dan niet moedwillig, een hoogrisicocontact opzoek, zou ik mijn kinderen nog steeds naar school moeten brengen. En ik kus tegelijkertijd mijn beide pollekes, koud en gevoelloos als ze soms zijn, dat dit momenteel nog steeds mogelijk is. Conflicterende gevoelens, met andere woorden. Maar ik ben daarin niet alleen.

De Brollie & de Broomie zetten elke avond hun schoentje; daarin en daarbij hoort een wortel, zoute chips of nootjes, en een pintje voor Zwarte Piet* (“Maar één pintje, papa. Anders wordt die zot[sic]!”). Daarna zingen ze, als zoetgevooisde en niet super toonvaste engeltjes, samen ‘Sinterklaas kapoentje’. Meestal toch. Gisteravond was de Broomie wat aan het freestylen. Te snel, te traag, het was alleszins niet naar wens van zijn broer, die het duidelijk heel belangrijk vond dat dit zo goed mogelijk gebeurde, en zich er meer en meer over begon op te winden. Poging vier leek te lukken. De Broomie zong heel traag, maar de Brollie deed geduldig mee. Tot zijn broer plots, tot diens eigen grote jolijt, plots razendsnel de ‘Dank u, Sinterklaasje’ afhaspelde. De Brollie barstte in tranen uit. “Als we het niet goed doen, gaan we niets krijgen!” snikte hij.  

Waarschijnlijk was mijn reactie niet de beste. Misschien zal ik hier later op terugkijken en dat moment aanduiden als het begin van een tragiek. Of zal hij dit later tegen zijn psycholoog vertellen als bron van alle latere onheil in zijn leven. Maar ik ben sowieso geen grote fan van maatschappelijke leugens; dus als de leugen dan ook nog eens, in plaats van plezier, toomloze stress en tristesse teweeg brengt, dan hoeft het voor mij helemaal niet meer.

“Sinterklaas bestaat niet. Jouw moeder en ik kopen de snoepjes en de cadeautjes.”

The End

“Sinterklaas bestaat niet?” Hij stopte alleszins met onbedaarlijk te huilen. “Maar … Maar …” Er volgde nog iets over dat Sinterklaas bij mama iets gebracht had dat mama niet in huis had. Ik zei dat ze dat waarschijnlijk verstopt had, niet omdat ze tegen hem wou liegen, maar om het leuk te maken, omdat het leuk kan zijn om te doen alsof Sinterklaas wel bestaat.

Terwijl de Broomie nog steeds onnozel aan het doen was (dansen en brabbelen, of noem je dat vocaliseren wanneer het geen babies meer zijn?), ongestoord door gigantische truth bomb die ik op zijn broer had gedropt, was de Brollie druk bezig deze nieuwe informatie te verwerken. De gevolgen van wat ik net had gedaan, om het zo expliciet tegen hem te zeggen, begonnen stilaan te dagen. “Voor veel mensen is het natuurlijk leuk om te doen alsof. Zullen we het ons geheimpje houden?” probeerde ik, vooral om zijn klasgenootjes wat te vrijwaren. De Brollie schudde zijn hoofd. “Nee. Ik wil het tegen iemand vertellen.” – “Weet je al tegen wie?” Opnieuw schudde hij zijn hoofd.

Niet veel later leek het allemaal vergeten, maar het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat dat ook echt het geval zou zijn. Toen hij eens te meer aan het treuzelen was bij het aandoen van zijn pyjama, en ik hem aanmaande om toch, alsjeblief, for the love of all that is holy, om toch iéts te doen, keek hij me aan en sprak de gevleugelde woorden “Ik doe altijd mijn best en het is nooit goed genoeg voor jou, papa.” Oof… Nadat ik me door wat ontkenningen en geruststellingen probeerde te hakkelen, viel het juiste antwoord me gelukkig op tijd te binnen.

“Je hoeft niet altijd je best te doen, Brollie. En ook wanneer je niet je best doet, zie ik je even graag.”

Zijn gezicht klaarde helemaal op, als een ander, onschuldiger kind op de ochtend van zes december.

* ik heb al mensen zien pleiten om de naam Zwarte Piet niet meer te gebruiken, maar de naam was (zoals ik het begrijp) nooit het probleem; het was de blackface, in de eerste plaats, en de geïmpliceerde slavernij, en alle knullige kutreacties van mensen die in die mate bekrompen zijn dat ze hun identiteit moeten putten uit het krampachtig vasthouden aan een geïdealiseerd verleden waarin ze nooit gedwongen werden tot zelfreflectie. Maar ik ben bereid om de discussie hierover aan te gaan.

Brollie & Broomie are Alright

Het eindejaar nadert met rasse schreden. Dat werd wel duidelijk na twee weken herfstvakantie. Goed, de tweede week was 11 november en een pedagogische studiedag, maar voor mij leek het dan wel twee weken (school)vakantie. En er moet nog vanalles gepland worden, niet in het minst mijn deel van de massale hoeveelheid cadeau’s die mijn kinderen ongetwijfeld zullen krijgen. Ergens lijkt het me een goed idee om er een menslievend en maatschappelijk aspect in te krijgen, in al dat cadeaugeweld. Bijvoorbeeld cadeautjes dubbel kopen, zodat ze er eentje kunnen wegschenken, of, euh, hen gewoon niets geven en een donatie maken in hun naam? Nee, dat gaat me niet in dank afgenomen worden.

De zoete inval is al enigszins begonnen, al vraag ik me toch geregeld af of mijn kinderen niet standaard (veel) te veel suiker eten. Koekjes en snoepjes en ijsjes en chocolade en pannenkoeken en gestoomde melk met suikersiroop en ik ben me ervan bewust dat ik het voor een deel zelf in de hand werk. Wie anders, natuurlijk? Maar toen ze onlangs bij vriendjes gingen spelen, en ik vlak na de middag toekwam, kreeg ik te horen dat Kasper heel goed aan het eten was. Zijn vierde (dubbele) boterham al! De reden lag voor de hand: er was choco. “Bewust?” vroeg de vader van de vriendjes verbaasd toen ik vertelde dat wij dat niet hebben thuis. I can excuse banana-oatmeal milkshakes with chocolate milk powder, but I draw the line arbitrarily at choco! Ik zei er snel bij dat mijn kinderen massa’s andere zoetigheid eten, kwestie van de verwachtingen rond mijn ouderschap niet te hoog te leggen.

Siamese twins, connected at the hair.

Zoet zijn ze alleszins wel, die kinders van mij. Ze knuffelen graag en veel, met elkaar en met mij. “Jij bent mijn lieverd”, zei de Brollie tegen de Broomie. En ja, ik denk dat dat klopt. Ondanks het occasioneel plagen en soms keihard pesten. Ondanks de soms hoog oplopende ruzies om (schijnbaar) niets, die vaak eindigen met gehuil en/of fysiek geweld. Desondanks zie ik ze op elkaar steunen, zie ik ze elkaar entertainen en troosten, zie ik ze samen spelen en bouwen en delen. En dan is het wel duidelijk: the kids are alright.

Brollie & Broomie Discover the Power of the Dark Side

De regen is terug van nooit weggeweest en mijn kinderen hebben besloten dat, met de donkere maanden in het verschiet, ze zelf ook wat duisterdere kanten van zichzelf willen ontwikkelen. Dat is mijn vermoeden alleszins, na kleinere (ik was teleurgesteld) en grotere (ik had de politie gebeld) avonturen.

De Brollie & de Broomie eten graag zoetigheid. Als het van hen afhing, aten ze uitsluitend zoetigheid. Hopelijk verandert dat enigszins tegen het moment dat het daadwerkelijk van hen afhangt. Gelukkig beschouwen ze melk, banaan en havermout gemixt en ‘milkshake’ genoemd ook een beetje als zoetigheid. Op een avond had ik voor hen allebei vijf prefab poffertjes opgewarmd en er poedersuiker op gedaan. Een kinderhand is snel gevuld. Of dat dacht ik toch. Ze zijn die allebei voor de televisie aan het opsmikkelen, wanneer de Broomie opspringt en verklaart dat hij even kaka gaat doen. Sure thing, buddy. Ik ga mee, want ondanks zijn moedige pogingen krijgt hij zijn eigen poep nog niet proper. Als we terug in de woonkamer komen, staart hij verbouwereerd naar zijn bord voor hij in huilen uitbarst. Het duurt vijf minuten voor ik hem rustig genoeg krijg dat hij kan uitleggen dat er nog twee poffertjes op zijn bord lagen, en nu nog maar één. Met opgetrokken wenkbrauw kijk ik naar de Brollie. Die is nog meer gefocust op de televisie dan anders. Wanneer ik vraag of hij een poffertje van het bord van zijn broer genomen heeft, ontkent hij. Staalhard. Hij wil wel meedenken. Misschien was het een vogel? De Broomie is ondertussen nog steeds ontroostbaar, maar heeft absoluut niet door dat zijn broer keihard aan het liegen is en zijn poffertje gestolen heeft. Ik probeer een paar keer om de Brollie te doen bekennen, maar zoals het een geboren leugenaar betaamt (want dat zijn mensen nu eenmaal), houdt hij met uitgestreken gezicht zijn onschuld staande. Ware er één andere manier geweest waarop dat poffertje had kunnen verdwijnen, ik had hem geloofd. Het is tijd om het grove geschut boven te halen. “Sorry, Broomie, je krijgt geen nieuw poffertje tot ik weet wat er met dat verdwenen poffertje gebeurd is.” Dat vindt de Broomie natuurlijk maar niets, maar minder dan een minuut later bekent zijn broer schuld. Met behoorlijk weinig schroom, overigens, alsof het niet de eerste keer is dat ik deze vervaarlijke scheuren in zijn kinderlijke onschuld opmerk. De Broomie krijgt een nieuw poffertje en ik probeer duidelijk te maken aan de Brollie dat ik teleurgesteld ben, niet omdat hij het poffertje getsjoept had, maar omdat hij erover gelogen had. Tegen mij dan nog wel! Geen idee of het aangekomen is.

Best Hair Buddies

Toen ik op een doordeweekse zaterdagochtend het spel van de kinderen beneden steeds vaker verstoord hoorde worden door gekrijs en/of gehuil, werd het duidelijk dat ik niet langer in bed kon blijven liggen. Het was ongeveer acht uur, ik kon niet klagen. Enkele minuten schuifel ik de trap af, helemaal klaar voor mijn eerste kop koffie. De Brollie is in de keuken een toren aan het bouwen met bekers. “Mooi, hè, papa?!” – “Zeer mooi. Wil jij milkshake?” – “Ja!” – “Ok. Jij ook, Broomie?” Geen antwoord. Ik loop door de keuken, woonkamer, veranda en roep zijn naam. Geen antwoord. Ik ga terug naar boven en kijk daar overal rond. Geen antwoord. Onze huis is niet zo groot. Ik vraag aan de Brollie om mee te zoeken en ga zelf nog eens alle kamers langs terwijl ik zijn naam roep. Geen antwoord. Lichte paniek maakt zich van mij meester. Ik ga in de kelder kijken. Uiteraard niets. Ik ga op straat kijken. Ook niets te zien. Ik bel de Moeder op. Dat is mijn strohalm. Niet de Moeder (ha!) maar dat de Broomie in zijn pyjama de straat opgerend is en naar haar huis op weg is. Ze neemt niet op (gelukkig, achteraf gezien, om haar de nodeloze stress te besparen). Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk, want zowel de Brollie als ik zouden de voordeur hebben horen opengaan. Maar ja, waar is hij dan?! Met de Brollie op de arm gaan we de deur uit. Ik zeg het, denk ik, voor we vertrekken luid en duidelijk in de hal, wat we gaan doen en naar waar. Vijf minuten heen, tot ik haar voordeur kan zien waar geen Broomie staat, en vijf minuten terug. ‘Is dit de eerste dag van de rest van mijn leven?’ Ik kan de gedachte moeilijk onderdrukken. Maar het klopt niet, er klopt iets niet. We komen terug aan bij ons huis. Er is ongeveer een kwartier verstreken sinds ik mijn zoon kwijt ben. Ik pak mijn gsm en bel 112. Er is een keuzemenu. Ik kies voor de politie en doe de voordeur los. “Hallo, u spreekt met Folker Debusscher, ik woon in de [mijn adres] en ik ben mijn zoon van drieënhalf kwijt. Ah, nee! Daar is hij!” Een beetje bedremmeld staat de Broomie in de woonkamer. “Allé, dat is goed”, hoor ik de man van het noodnummer vaag zeggen. Hij heeft het vast ook liever op deze manier. “Jullie waren weg”, zegt de Broomie, niet beschuldigend, eerder verbaasd, een beetje geschrokken. Hij had zich achter de deur verstopt… Geen topverstopplaats, maar hij was vooral stil. Muisstil. Stiller dan een driejarige het recht heeft om te zijn. Maar gelukkig was hij wel gewoon thuis.

Brollie & Broomie and the Rollercoaster of Life

Ziezo, 1 september. Iedereen heeft het overleefd en ik heb dringend nood aan vakantie. Dat ligt deels aan het weer (het gaat gelukkig wel weer beter met het grondwater), komt deels door mijn gebrek aan organisatorisch talent (een citytrip met de trein met twee kleuters is bij momenten heel leuk, maar uiteindelijk altijd enorm vermoeiend), en is deels omdat een drie- en een vierjar… Sorry. En is deels omdat een drie- en een vijfjarige inherent luid, uitputtend en schier onuitputtelijk zijn. Ondertussen probeer ik mezelf nog steeds een comfortabele houding aan te meten als alleenstaande & alleenstaande ouder. Dat houdt blijkbaar in dat er voortdurend zaken blijven liggen op een steeds groeiende berg (want-)to-do’s, maar dat is vast het leven.

Deze blog was alleszins ook weer wat blijven liggen, want hoe leuk ik (en u?) het ook vind(en), het is niet bepaald prioritair. Maar het betekent wel dat ik nu wat hoogte- en dieptepunten kan uitkiezen ter entertainment.

Two boys and a bike

Hoogtepunt: de Brollie is 5!


Jawel, de volle vijf. Het uitgelezen excuus om mijn kinderen massa’s Lego te geven, en om vervolgens onder de indruk te zijn van de bouwcapaciteiten van de Brollie. En ook wel een beetje van zijn hebzucht, maar, hè, hij is vijf.


Little hooligan

Dieptepunt: de Broomie’s blauwe oog.
– Ben je gebotst?
– Nee! Ik heb geklommen.
Tijdens een verkenningsdagje op school, waarbij de kinderen hun klasje en leerkrachten al eens mochten besnuffelen, waren de jongens aan het spelen op hun ondertussen vertrouwde speelplaats. De veiligst mogelijke plek? Dat was buiten de waard gerekend, en buiten een klein, venijnig, metalen goaltje.


About 30 seconds after arriving…

Hoogtepunt: vakantie met een zwembad en een trampoline
Oh, natuurlijk is de Broomie letterlijk elke keer hij op de trampoline klom, er huilend vanaf gekomen (of gestuikt), maar hij is wel maar één keer naar de bodem van het zwembad gezonken … Ja, ik zie hier ook een patroon. Maar ze dobberen allebei wel doodgraag, dus mogen ze binnenkort ook naar de zwemles!


He can taste the 800% markup.

Dieptepunt: Paw Patrol: The Movie
Ik overdrijf, Paw Patrol maakt me niet actief ongelukkig (al heb ik er wel vragen bij). En naar de cinema gaan met mijn zonen is leuk (en duur). Maar ik zal blij zijn wanneer ze oud genoeg zijn voor, ik zeg maar wat, Marvel films. (IK ZEG MAAR WAT!)

Zo dat was een onvolledig en vertekend beeld van mijn helft van onze tweede “zomer””vakantie”.

Brollie & Broomie Are Very Present

De grote vakantie is ongeveer voor een kwart voorbij en, ik ga niet liegen, het is betrekkelijk pittig. Vorige week gingen de jongens nog naar een kampje, dus was het zelfs niet de volledige 72 uur (min of meer) dat ze bijna non-stop zeer aanwezig zijn. Ja, ergens voel ik me een beetje schuldig als ik zo’n dingen zeg, schrijf, of typ. Anderzijds ben ik wel elke avond overprikkeld na een volledige dag met de Brollie & de Broomie. Dan krimp ik ineen bij elke kreet en trek ik instinctief weg van elke aanraking die ik niet zelf initieer. 

Dat klinkt dramatisch, en op het moment zelf voelt het ook wel zo. Zeker als de Broomie dan, ook bevangen in een vlaag van uitputting, theatraal neerzijgt onderaan de trap en tranen met tuiten huilt omdat het tijd is om te gaan slapen. De ironie dat zijn gedrag het duidelijk maakt dat het méér dan tijd is om naar bed te gaan, gaat volledig aan hem voorbij. Ik spreek hem sussend toe, stel voor om hem te dragen. Olie op het vuur. Dan laat ik hem doen. Afhankelijk van mijn eigen gemoedstoestand zeg ik dat we boven wachten, of dat hij het dan zelf maar moet uitzoeken, of helemaal niets.

Happy and blue

De Brollie staat intussen al bovenaan de trap en slaat dit alles gade. Hoewel ze af en toe samen over de rooie gaan, of de ene de andere meesleurt in diens innerlijke afgrond door hem een bloedende lip te geven, is het veel vaker slechts één van de twee die emotioneel blokkeert, en kijkt de andere geïnteresseerd toe, of doet ongeïnteresseerd iets anders. Nu kijkt de Brollie evenwel van de Broomie naar mij en terug, bedachtzaam, maar niet gealarmeerd, terwijl zijn broer toch aan de moeizame klim begonnen is.
“Broomie, zal ik je troosten?” vraagt hij, als een onschuldige vierjarige.
Alsof zoiets nu zou werken. Je zou denken dat hij ondertussen beter wee-
“Ja”, komt het licht bedremmelde antwoord van halverwege de trap.
Ze knuffelen, kort maar innig. Het volgende moment is alles vergeten. De Broomie geeft me een betraande glimlach en rent naar de badkamer, waar hij met behulp van een klein trapje de tandpasta probeert te nemen. Het lukt net.

Later, drie boekjes en twee maal drie keer tien kusjes later, en nog eens opstaan voor een beker water en nog eens om toch naar het toilet te gaan later, dan slapen ze. Ik lig naast de Brollie en val ook even in slaap. In de loop van de nacht zullen ze ongetwijfeld bij mij in bed kruipen, dus dit lijkt me net zo fair.

Portrait of the Sleep Deprived

Brollie & Broomie, Hot, Smart & Sweaty

De school lijkt haar best te doen om het evenwicht en bijgevolg de lieve vrede te bewaken. Het is vast toevallig dat er eerst twee sluitingsdagen in mijn weekdeel vallen, en kort erna twee in het deel van de Moeder. En ook dat het ene oudercontact gebeurt wanneer de kinderen bij haar zijn en het andere wanneer ze bij mij zijn, is waarschijnlijk niet bewust geregeld. Maar voor de mogelijkheid dat het het universum zelf is dat het equilibrium in stand zou proberen te houden, en is het me nog wat vroeg op de dag.

Dinosaurs & pink elephants are cool, right?

De eerste oudercontacten voor de jongens sinds de onfortuinlijke scheiding waren best positief. Zoals ik het begrepen heb, lijkt er weinig impact te zijn op (het gedrag van) de Brollie en de Broomie. Behalve dan dat de Brollie vertelt dat hij nu twee huizen heeft, en daar best blij mee lijkt te zijn. Een beetje een blaaskaak dus, maar hij is dan ook mijn zoon. Toen zijn leerkracht vertelde dat de Brollie in het groepje van de zorgcoördinator zit, fronsten de Moeder en ik wel allebei onze wenkbrauwen. Wij hadden daar immers nog niet van gehoord, ook al zat hij in dat groepje sinds het begin van het jaar. Had hij leerproblemen? Gedragsproblemen? “Oh, ze werken rond hoogbegaafdheid. We zijn nog niet zeker over de Brollie, maar hij amuseert zich.” Oh …

Ik ben niet zo arrogant dat ik nu ga zeggen dat de Brollie duidelijk mijn zoon is, zonder het op z’n minst wat te hedgen in een poging tot humor. Bij deze. Maar aan de andere kant is de kleine blaaskaak* duidelijk mijn zoon, omdat hij ‘s nachts wakker wordt op een nat bezwete matras. Het lag waarschijnlijk voor een deel aan het feit dat het over nog ongewassen hoeslakens ging, maar toch, de hoeveelheid zweet was indrukwekkend. Omdat het relatief vroeg was, mocht hij al in mijn bed gaan liggen. Ik zou nog wat opruimen, en er later bij gaan liggen. Een peuter en één volwassene in een tweepersoonsbed, dat is geen enkel probleem. Maar dat was uiteraard buiten de waard gerekend.

Why do I even have three beds?

Ik kan het me wel inbeelden, dat de Broomie wakker wordt, ziet dat zijn broer niet meer in zijn bed ligt, en dan slaapdronken naar de andere kamer strompelt en zich naast de Brollie neervlijt. Zo erg vind ik het dan niet om mij te beperken tot (ruim geschat) zestig centimeter. Voor je het weet, slapen ze toch weer in hun andere huis.

* nee, zelfs voor een vierjarige Antwerpenaar is de Brollie geen blaaskaak.

Brollie & Broomie Don’t Do Everything Together

Nog geen terrasjes voor mij. Ik heb de tijd nog niet gevonden, en ik ga niet zo graag in de regen zitten, in tegenstelling tot heel veel andere mensen, blijkbaar. De Brollie & de Broomie hebben ook nog geen terrasje gedaan, maar zij voelen niet dezelfde hunkering. En ze zijn evenmin fan van de regen. Niet ideaal, aangezien het water naar mijn gevoel al weer enkele weken elke dag uit de hemel valt. Het grondwaterpeil spreekt dat gevoel ongetwijfeld wel tegen.

Afgelopen vrijdag had ik een self-care dagje gepland. Kinderen afzetten op school, doorfietsen naar de psycholoog, dan een massage, en vervolgens, geheel ontspannen, een grote hoeveelheid groentensaus maken om in te vriezen. Strak gepland dus, maar niet te strak. Zeggen dat ik er al een tijdje naar uitkeek, is zacht uitgedrukt. De nacht ervoor werd de Brollie ’s nachts wakker van de pijn. Groeipijnen, vermoedde ik, want dat is het meestal. Ik had nog geen pijnstillers in huis, voor mezelf, noch voor de kinderen. Hij jammerde van de pijn, en ik kreeg een kleine ingeving. Snel even naar de keuken, en ik kwam terug met een beker water en een halve multivitaminenpil die ik zelf af en toe neem. “Dit is normaal niet voor kindjes”, was het enige dat ik erover zei. Technisch gezien correct. Hij slikte de pil door en ging snikkend liggen. Tien minuten later sliep hij weer. Geen idee of ik er iets van aan het placebo-effect kon toeschrijven, maar we hadden allebei het gevoel dat er iets aan zijn pijn gedaan was. En dat was al goed.

Wanneer de Brollie de volgende ochtend bij het ontbijt zegt dat hij oorpijn heeft, golft de spanning door mijn lijf. Hij ziet het echt niet zitten om naar school te gaan. Ik schaam me niet om te zeggen dat ik op dat moment bijna in huilen uitbarstte. Ik schaam me een beetje om toe te geven dat ik hem toch nog wat push om alsnog naar school te gaan. Tot en met alles klaarmaken en de finale beslissing pas aan de schoolpoort nemen; we zetten sowieso de Brollie af, natuurlijk. Zou ik de Brollie een pijnstiller gegeven hebben en hem toch naar school hebben gestuurd, mocht ik er in huis gehad hebben? Ik wil graag denken van niet, al was het maar omdat ik dan toch helemaal ontspannen van mijn dag had kunnen geniet.

He’ll grow into it eventually…

De Brollie en ik fietsen samen terug naar huis. Met enige berusting bel ik mijn afspraak bij de psycholoog af. Niet veel later is hij aan het jammeren van de pijn, onbedaarlijk snikken en roepen om zijn mama. Nu ben ik helemaal blij dat ik hem niet naar school gestuurd heb. Gelukkig voor hem is thuiswerken nog steeds de norm, én ziet de Moeder hem enorm graag. Dus ik pak hem op en we gaan op weg. Een kleine tien minuten later staan we voor haar deur. Hij krijgt knuffels en Perdolan, ik ren snel even naar de apotheker om mijn eigen voorraad in te slaan. Wanneer ik hem niet veel later terug oppik, is hij helemaal opgekikkerd door de moederliefde en de farmacotherapie.

Met een lichte terughoudendheid bel ik mijn eigen moeder op. Of ze niet even op haar zieke kleinkind wil passen? Uiteraard wil ze dat. En zo kon ik alsnog, voor het eerst in maanden, doelbewust, welwillend en liefdevol, aangeraakt worden door een volwassene. Ik kan iedereen een massage aanbevelen, zeker in deze tijden. (Waarvoor dank, Valerie.) Binnenkort wil ik het uiteraard zelf komen doen, bij u thuis, maar dat is een verkoopspraatje voor een volgende keer.

De dag erop mocht de Broomie een hele voormiddag in een bos gaan spelen voor een verjaardagsfeestje. In de regen. En heb ik twee keer veertig minuten gefietst met de Brollie om de Schelde even over en weer over te steken met de waterbus. In de regen. Gelukkig smelten we niet, ook al zijn we zo zoet. Maar het mag toch stilaan stoppen met regenen.

Brollie & Broomie, First Night

Afgelopen weekend sliepen de jongens en ik voor het eerst in het nieuwe huis. Hun enthousiasme was bijna tastbaar, want ja, nieuwe dingen zijn leuk! Toen er dan ook nog eens ongepland een vriendje dat in dezelfde straat woont, kwam binnengewaaid met zijn moeder, toen was het feest compleet.

Het is nog een klein beetje kamperen, en dat zal nog wel een tijdje zo blijven, aangezien er nog stevig gewerkt moet worden. De vloer van de woonkamer moet geschuurd, de vloeren boven vervangen (ieuw, vast tapijt …) en de elektriciteit komt nog uit de tijd dat de kabels geen kleurcodes hadden en probleemloos in metalen buizen gestopt werden. Ik probeer mijn aankopen dus nog te beperken tot wat makkelijk verplaatsbaar en niet enorm stofgevoelig is, wat betekent dat we allemaal op lattenbodems op de vloer slapen, en ook dat er nog niet direct een televisie komt. Hopelijk duurt dat niet té lang, kwestie dat ze niet te veel van Avatar: the Last Airbender zonder mij zien.

Tussen het moment dat ze met gepoetste tanden in bed lagen en dat ze daadwerkelijk sliepen, zat ongeveer twee uur. Dat was ongeveer zoals ik het ingeschat had, al bleek het toch te lang om niet af en toe frustratie te voelen. De jongens, met hun dinosauruslakens, wilden natuurlijk ook een kussen om in hun kleine sloop te steken. Ik was helemaal vergeten dat ik er ook voor hen gekocht had, dus kregen ze mijn kussens. Niet dat ze met kussens slapen. Dat van de Broomie eindigde tussen hun bedden in als een tafeltje, terwijl de Brollie het zijne even later terug naar mijn kamer bracht. “Dat is lief van mij, hè, papa?”

De Broomie had al snel het plan om niet te gaan slapen. Hij wou opstaan, zei hij. Zelfs zijn broer vond dat absurd. Het was immers nog niet eens donker geworden, laat staan opnieuw licht. Na een uitzonderlijk vierde boekje, drie kwartier na aanvang, was er nog niet veel veranderd. Ik legde me afwisselend naast hen neer, wat na een tijdje toch zoden aan de dijk leek te zetten. Zeker toen ik wakker gemaakt werd door de Broomie. De Brollie lag vredig naast me te ronken.
“Papa, ik moet pipi doen”, zei de Broomie.
“Ja, doe maar, schatje”, mompelde ik verweesd.
“Jij moet mee”, zei hij, en vertrok richting badkamer, in het volste vertrouwen dat ik zou volgen.
Dat deed ik, uiteraard. Praktisch gezien heeft hij me niet meer nodig daarvoor. Maar een mens floreert niet op het praktische alleen. De Broomie kroop uitgeput in bed en drukte zijn leeuwtje, Leeuwtje Leeuwtje Leeuwtje, tegen zich aan. Ik vlijde me naast hem neer. Na minder dan vijf minuten vielen zijn oogjes toe.

De volgende ochtend was het vroeg. Zo gek was dat niet. De jongens zijn hun wekschaap gewoon, een wekker die hen toont wanneer ze naar beneden mogen. Zoiets heb ik (nog) niet, dus zaten ze op het glorieuze tijdstip van zes uur ’s ochtends op een zondag aan mijn hoofdeinde. Gelukkig waren ze nog moe genoeg (obviously) om een half uur lang niet veel meer te doen dan wat je normaal doet zo vroeg op een zondagochtend: niet veel. Daarna moest ik wel opstaan, want ik had hen pannenkoeken beloofd, en wat voor vader zou ik zijn als ik zo’n belofte niet nakwam?

Staring wistfully

Wel, exact diegene die ik ben, blijkbaar. Want mijn intenties waren misschien goed, mijn planning was dat allerminst. Oh, ik had bijna alles, en misschien had ik iets enigszins eetbaar kunnen produceren. Maar na enkele minuten proberen om een pannenkoek te draaien met een mes zonder mijn pannen kapot te maken, half bedwelmd door de zware geur van olijfolie zo vroeg ’s ochtends, gaf ik er toch maar de brui aan. Gelukkig is een kindermond bijna even snel gevuld als een kinderhand. Havermout zou een enorme teleurstelling geweest zijn. Havermout met een stukje chocolade? Dat was bijna even goed als pannenkoeken.

Morgenavond zijn ze hier weer. Dan komt er een echte ochtendroutine bij kijken, met op tijd de deur uit zijn, kleren aan en boterhammen bij. Maar ik heb nu alles in huis om pannenkoeken te maken. Dus het komt wel goed. 

Brollie & Broomie Take a Break

Ah, paaspauze. Die tijd van het jaar waarin er nog steeds niet veel te doen is, het weer op een paar dagen tijd meer dan twintig graden fluctueert en de kinderen hun tijd hoofdzakelijk verdelen tussen de speeltuin en de zetel. Wel, mijn kinderen dan toch. Wanneer ze bij mij zijn…

Gelukkig heb ik de Brollie en de Broomie kunnen verleiden om naar Avatar, the Last Airbender te kijken met de belofte van een vliegende bizon. Met hun drie en vier jaar zijn ze er technisch gezien nog iets te jong voor. Maar als ze zelf willen kijken naar wat waarschijnlijk de beste kindertekenfilmserie van de laatste decennia is, ook al moet het nu nog in het Nederlands, dan hoor je mij niet klagen, voor de verandering. Eens we erdoor zijn kunnen we de vervolgserie The Legend of Korra kijken. En daarna alles opnieuw in het Engels, as God intended. 

Anderzijds blijft het best vermoeiend dat zowat elk afspreken met anderen een schuldig bijsmaakje heeft, zelfs wanneer het buiten en beperkt is. Maar dat hoef ik niemand te vertellen, denk ik. 

Over vermoeiend gesproken, zowel de Moeder als ik hebben een flauw vermoeden dat de Brollie en de Broomie eigenlijk niet meer op hetzelfde uur zouden moeten gaan slapen. De Brollie roept ons vaak nog een half uur tot een uur terug naar boven, voor water, voor kusjes, om iets te vertellen of om naar het toilet te gaan, terwijl de Broomie al na vijf minuten vredig ligt te knorren. 

He will rise again!

Maar noch de Moeder, noch ik hebben op dit moment veel zin om het avondritueel daarvoor uit te breiden. Misschien eens we in onze nieuwe, afzonderlijke routines zitten. Al kunnen we waarschijnlijk ook een paar maanden wachten tot de Broomie de Brollie wat ingehaald heeft. Zo’n problemen lossen zichzelf wel op, toch? 

Over anderhalve week heb ik een nieuw huis en kan iedereen op zoek naar het nieuwe normaal. Dat mag natuurlijk met vaccinaties en cafés, cultuurhuizen en vrienden. Maar met een beetje zon komen we ook al een heel eind.