Brollie & Broomie Have Fun on our Worst Vacation Yet

Ah, vakantie. Die periode van het jaar om te ontspannen, alle stress van je af te laten glijden en volledig in het moment te leven. Natuurlijk ziet vakantie er iets anders uit met twee kleine koters. En, omdat ze zo snel opgroeien, nooit consistent anders. Maar zelfs met die chaotische onzekerheid in ons achterhoofd, is de vakantie van vorige week toch iets slechter uitgevallen dan gepland.

IMG_20190728_154004
Oooooh …

Het begon nochtans zeer goed. Op een zondag vertrokken we bij het ochtendgloren, reden we niet veel later met de auto de trein op en stonden we, nog voor de dag écht van start was gegaan, op een keienstrand aan de andere kant van het Kanaal. Daar kwam de Brollie tot zijn ontzetting neus aan neus te staan met een nieuwsgierige hond en krijste vervolgens, totaal ontdaan, de boel bijeen. Dat zou nog twee keer gebeuren, elke keer tot zijn enorme schrik. Enkele uren rijden, een terrasje met Britse vrienden en een overnachting in een hotel later, vertrokken we naar onze hoofdlocatie: een camping met veel natuur en weinig elektriciteit.

Rijden aan de verkeerde kant van de weg bleek niet moeilijk, zeker niet zo moeilijk als ik had gevreesd. We kwamen dan ook goed aan in ons stenen hol, met één kamer die afgesloten kon worden van de elementen, een badkamer waar de wind doorwoei en een keukentje waar je net een beetje beschutting tegen de regen had. Er was verlichting, maar koken en verwarmen gebeurde op vuur. Leuk concept, maar toch niet zo ideaal als je op vakantie bent met een peuter en een kleuter, zo bleek. Toen het de tweede dag haast voortdurend regende, zagen we ons genoodzaakt om een binnenspeeltuin op te zoeken. Op het moment dat een iets te dikke man in een iets te strak Power Rangers pakje de aanwezige kinderen probeerde te entertainen, konden we niet anders dan twijfelen aan alle keuzes die ons tot dat punt hadden geleid.

img_20190730_112029.jpg
The horror! The horror!

It Gets Worse …

Terug in het huisje legden we de Broomie in bed en zetten we ons in het half beschutte keukentje. Ik maakte een vuurtje in de storm cooker om water te koken voor koffie (instant met massa’s suiker en melkpoeder). Ondertussen viel de Brollie van het stenen bankje op de stenen vloer, pal op zijn voorhoofd. Ik haaste me, onder lichte aanmaning van the Missus, terug naar de auto om zijn tutje te gaan halen. Op dat moment begon het water vervaarlijk te koken. Om te verkomen dat de extra druk het geheel deed exploderen, en toch vooral gericht op haar stevig huilende zoon, nam the Missus de kurken stop vast en trok die eruit. Stoom en kokend water schoten voort uit de opening en op haar hand. Ik kwam terug naar een Brollie die serieus onder de indruk was en the Missus die haar tranen terugbeet. Ze hield haar hand onder stromend water, een tweedegraads brandwonde ter grootte van een kinderhand tussen duim en wijsvinger. Eens terug in België zou blijken dat het deels derdegraads is. Het tutje zat in mijn achterzak, niet in de auto.

… and Worse

Dat was de al dan niet spreekwoordelijke druppel die ons deed besluiten om een comfortabelere uitvalsbasis te vinden. Zo gezegd zo gedaan, de volgende dag laadden we de auto terug in en begonnen we aan onze tocht naar een last-minute AirBnB waar we hopelijk een beetje rust zouden vinden. The Missus is langs de apotheker gegaan om haar wonde toch enigszins te verzorgen. Het deed meer pijn dan ze liet zien. De reis verliep voorspoedig en de stemming was goed. Een korte stop tijdens de middag om een hapje te eten, en dan konden we verder met twee slapende kinderen. Ongeveer een kwartier voor we zouden moeten aankomen, schoven we aan voor een rotonde, op een doorgaande weg. Ik keek een fractie van een seconde opzij, naar the Missus, wat ik wel vaker doe als ik rijd. Toen ik terug naar voren keek, stond de auto voor ons stil, veel te dichtbij. Ik trapte op mijn rem. De knal van de botsing viel samen met de explosie van de airbags en plots hing de auto vol rook en wit poeder. Heel even was alles doodstil. Dan werd het heel luid. De kinderen krijsten, de auto siste en bliepte. Ja, dat kon er ook nog wel bij. Het regende ten minste niet.

Abandon Island

De lage snelheid en goed ingegorde passagiers zorgden ervoor dat enkel de auto’s echt schade leden, de onze en die van de twee voorliggers. Toch, leuk is anders. Iedereen was gelukkig relatief tot heel vriendelijk, en met een taxi geraakten we alsnog op onze bestemming, zij het met veel minder gerief dan gepland. Ons vat, zo begrijpt u vast, was toen wel af. Maar er moesten nog steeds kinderen geëntertained en nu ook verzekerings- en reisbijstandsbureaucratieën doorworsteld. The Missus ging met de Broomie naar het ziekenhuis, om toch even naar hem te laten kijken, en omdat we een beetje vreesden dat hij opnieuw een oorontsteking had. Dat bleek gelukkig niet het geval. De dokter wees the Missus er wel op dat haar brandwonde toch iets professionelere verzorging nodig had. En dan mocht ze ook nog eens een uur rijden met de taxi naar waar ons wrak nu stond, om het gerief dat we nodig hadden te gaan halen. Lang verhaal een beetje ingekort: we mochten terugkeren met de Eurostar, vier zetels in business class. Dat viel mee, al bij al.

Post Script

Gisteren ging the Missus opnieuw met de Broomie naar het ziekenhuis (en de Brollie ging mee, uiteraard), omdat hij al een kleine twee weken met zijn linkerarmpje sukkelde na een banale val van de zetel. Het is gebroken op twee plaatsen. Ah, vakantie.

gebrokenmerlijn
Could use those pints about now.
Advertenties

Broomie is Sad and Tough

De zomer is begonnen, de school is gedaan. De Brollie is dolblij dat het ‘pankiki’ (lees: pankiki, begrijp: vakantie) is, al denk ik niet dat hij helemaal snapt wat het betekent. Niettemin, hoe leuk hij de school ook vindt – en die vindt hij heel leuk – spelen met zijn ouders, zijn meter of de beste vriend die we hem al opdringen sinds diens geboorte, vindt hij blijkbaar nog leuker. En terwijl de Brollie met volle teugen geniet, heeft de Broomie, *checks notes*, EEN DUBBELE OORONTSTEKING?!

De afgelopen twee weken was de Broomie ’s ochtends wat lastiger dan anders; we moesten moeite doen om het eerste hapje in zijn mond te krijgen en soms duurde dat tientallen minuten. Minuten die eindeloos leken te duren omdat hij onophoudelijk weende en krijste, terwijl er dikke tranen over zijn wangen rolden. Maar de Broomie is altijd wat dramatisch. Als hij iets niet krijgt, zet hij onmiddellijk zijn keel open en rolt er direct zo’n dikke traan naar beneden. Krijgt hij dan toch zijn zin, is het ook plotsklaps gedaan. Dan stoot hij een gelukzalig zuchtje uit, of lacht hij eens vettig, en is alles weer helemaal top. Die moeilijkere ochtenden, en ook de misschien iets grotere hang naar the Missus, waren dus allemaal heel makkelijk toe te schrijven aan het pad naar het peuterschap. Dat is immers bezaaid met protest en onenigheid. Dat hij een oorontsteking had, laat staan twee, hadden we helemaal niet door.

IMG_20190629_092621
Behold, the face of two ear infections!

The Missus vond enkele dagen terug dat een van zijn oortjes toch wat veel prut produceerde, en het viel ook op dat we niet aan dat oortje mochten komen. Dus ja, een afspraak bij de dokter konden we (ie. the Missus) nog wel ergens in de agenda proppen. Die dokter, niet onze normale huisdokter, was niet onder de indruk van ons ouderschap en vond dat we te lang gewacht hadden. Want dat wil je natuurlijk horen als ouder van een zieke peuter, dat je niet goed reageert op de signalen van je kind. Een dikke maand geleden was ik trouwens met de Broomie naar de pediater gegaan, voor de immer blauwe ader tussen zijn ogen en de teelballetjes die soms verdwijnen, en kreeg ik enkel een meewarige maar niet onvriendelijke blik, omdat er helemaal niets mis was. Als vader ligt mijn lat om de goegemeente te imponeren met mijn ouderschap wel een stuk lager. Ik kan er dronken over struikelen, zonder al te veel overdrijven, terwijl moeders al snel een ladder nodig hebben om hun lat met de vingertoppen net te kunnen aanraken.

Genderongelijkheid terzijde, de Broomie mag nu vijf dagen lang antibiotica slikken. Gisteravond kreeg hij zijn eerste dosis en, Hosanna in den hoge, vanmorgen was hij al opnieuw vrolijk en at hij vlot. Wat een ongelooflijk verschil om plots geen huilend kind aan de ontbijttafel te hebben. Dus nu hij oppervlakkig beter lijkt, kunnen we vanavond wel stoppen met die antibiotica. Haha, nee, doe niet onnozel, doe je antibioticakuren helemaal uit en help mee voorkomen dat het menselijk ras uitsterft door resistente bacteriën. We hebben immers al genoeg andere problemen.

IMG_20190702_075342.jpg
The leaders of tomorrow …

Brollie & Broomie Mollify and Astonish

Het is hier een tijdje stil geweest omdat het helemaal niet stil was daarbuiten. Huishoudens zijn veel werk, zeker met kinderen, en zodra er een paar avonden gemonopoliseerd worden door het werk, en een paar weekends door (over)moedige plannen, zijn de blogposts de eerste slachtoffers. Maar hier zijn we dus weer met Verhalen om te Verwonderen™.

De Brollie praat steeds meer en zijn zinnen worden steeds langer. Een favoriet van hem blijft ‘Voila, sè’, wat best vreemd is om uit de mond van een tweejarige te horen. Hij blijft nog wel geregeld in de derde persoon over zichzelf praten. “Brollie kan dat niet”, bijvoorbeeld, ook over zaken die hij letterlijk minder dan een minuut ervoor met veel brio en trots gedaan had. Maar een van de schattigste zinsnedes die de Brollie bezigde (hij is er ondertussen al een beetje uitgegroeid) was “Niet zonder jou”. Vermoedelijk opgepikt uit een boekje over een antropomorfisch konijn dat de trein neemt en zich wil haasten, waarop de vader een leugen uitspreekt van een zodanige omvang dat het me verbaast dat er nog geen regering over gevallen is: “Wees maar gerust, de trein vertrekt niet zonder jou.” Dagelijks vertrekken er echter duizenden treinen zonder jou, en als je te laat bent is het je eigen schuld, antropomorfisch konijn! Maar dat terzijde. De Brollie gebruikte het in plaats van ‘niet zonder mij’, of ik nu naar de bakker of naar het toilet ging. “Papa, niet zonder jou!” Enorm schattig.

IMG-20190504-WA0013
Respecting the natural order of things

De Broomie gaat ondertussen met rasse schreden vooruit, letterlijk zelf (die mop heb ik vast al eerder in deze blog gebruikt). Sinds een week zet hij zijn eerste niet-ondersteunde stapjes en kan hij ook heel mooi een ziekenwagen nadoen. Daarnaast blijft hij met de regelmaat van de klok hard op zijn gezicht vallen. De Broomie heeft het leeuwendeel van de durf gekregen, wat zijn nakend geloop er alleen maar spannender op maakt. Hij heeft ook een zeer uitgesproken willetje dat, als het niet exact zo gevolgd wordt als hij wil, in een flits kan leiden tot luid gebrul en dikke tranen. Zoals toen we aan het ontbijten waren en de Broomie plots zijn havermout, waar hij tot dan toe heel smakelijk van aan het eten was, niet meer moest hebben omdat hij de boterham van zijn broer in de smiezen kreeg. Het kleine stukje dat hij dan van de Brollie kreeg was genoeg om hem even te paaien, vrolijk kraaiend met nog dikke tranen op zijn wangen. Tot hij door het raam een jongen met een banaan zag voorbijwandelen. Gekrijs en tranen met tuiten. Hij weet met andere woorden wel wat hij wil.

Ja, het blijft een avontuur, zo’n kinderen. Maar op dit moment val het al bij al heel goed mee. Ze slapen dan ook goed, van zes à zeven uur ’s avonds tot zes à zeven uur ’s ochtends, meestal. Dat geeft ons toch een beetje ademruimte. Nee, we mogen niet klagen. Dat doen onze kinderen al genoeg.

Brollie Doesn’t Like Me When I’m Angry

Kwaad worden, zo is mij altijd geleerd, is een teken van zwakte. Het signaleert controleverlies, van jezelf of van de situatie, en moet zoveel mogelijk vermeden worden. Net als de meeste jonge ouders, of dat denk ik toch graag, had ik me voorgenomen om zo min mogelijk kwaad te worden op mijn kinderen. Oh, er zou streng toegesproken worden, natuurlijk, en de teleurstelling zou al eens van mijn stem druipen, dat zeker. Maar echt kwaad, nee, dat niet. Het is zo niet uitgedraaid, en daarin stel ik mezelf wel wat teleur.

De keren dat mijn eigen ouders kwaad waren op mij, écht kwaad, zijn volgens mij op één hand te tellen. De vergelijking gaat waarschijnlijk niet op, omdat ik zelf amper nog iets herinner van de leeftijd waarop de Brollie zich nu bevindt, maar ik heb het gevoel dat ik al héél vaak kwaad ben geweest op hem. Écht kwaad.

Die momenten zijn meestal de culminatie van een lange dag, waarbij ouder en kind stelselmatig ruwer tegen elkaar aan beginnen te schuren, iedereen moe wordt en niemand nog rek heeft op hun geduld. Maar ook al zet ik het hier uiteen als waren we twee partijen in evenwicht, ik blijf natuurlijk de ouder en de Brollie is nog steeds een kleuter.

IMG_20190323_113420
Een kleuter die soms in slaap valt in de fiets, en die we dan op straat laten slapen…

Vannacht was het weer zover, toen de Brollie op een ongoddelijk uur telkens opnieuw rechtstond in zijn bed en mij uit het mijne riep. Dan slofte ik naar boven voor water, het goedleggen van het dekentje en een kusje of vijf, telkens opnieuw. Tot ik de vierde keer afsloot met een streng “En nu is het genoeg en gaan we echt slapen”, wat beantwoord werd met “Nee!” Zijn vrolijkheid verzon ik er vast zelf bij, maar op dat moment was zelfs de illusie ervan me wat te veel. Ik tilde hem uit bed, hield zijn gezicht vlak voor het mijne en zei met alle aan-razernij-grenzende-woede die ik voelde “GENOEG!”
Dat is vast iets dramatischer neergeschreven dan het in feite was voorgevallen.

Ik sla mijn kinderen niet. Uiteraard, denk ik dan graag. Ik sla niemand, in feite. Ook op zo’n moment heb ik niet het gevoel dat ik me moet inhouden, dat ik op het punt sta om die controle te verliezen. Maar bijna, ergens diep in dat oeroude stuk van mijn hersenen, kan ik het wel snappen.

Niettemin, de Brollie gaat in de hoek en krijst de boel een paar minuten lang bij elkaar. In de kamer ernaast blijft de Broomie rustig doorsoezen. Hij is nog te veel baby om dat soort problemen te veroorzaken, laat staan te kennen. Als de Brollie iets gekalmeerd is, neem ik hem op – berouwvol, maar toch ook nog steeds moe en geïrriteerd. Ik excuseer me, for what it’s worth, en leg hem voor de zoveelste keer uit dat het echt wel tijd is om te slapen. Hij knikt, maar ik heb geen idee wat hij denkt. Berouw? Begrip? Vermoeidheid? Angst? Ik hoop dat het geen angst is. Hij gaat braaf liggen en ik geef hem een kusje voor ik terug in mijn eigen bed kruip.

Het is een kant van mezelf die ik niet graag tegenkom. Ik neem me voor om het beter te doen, rustiger te blijven en minder en minder vaak kwaad te worden. Voor hen, natuurlijk, maar vooral voor mezelf. Want ik heb er altijd spijt van, van die uitbarstingen, zij het altijd achteraf.

Als de Brollie even later opnieuw wakker wordt en me naar boven doet sloffen, neem ik hem zonder iets te zeggen op en leg hem naast me in ons bed. We slapen tot de wekker gaat.

IMG_20190309_081205
Al zouden we allebei best wat langer kunnen slapen.

Brollie & Broomie and the Door That Wouldn’t Open

Het is lang geleden en er is veel gebeurd sinds ik voor het laatst iets heb verteld. Maar ondanks het groot aantal avonturen van de voorbije weken, materiaal voor vele, vele posts, ben ik het verplicht aan u en aan mezelf om het te hebben over ons grootste avontuur. Nu, ja, ondertussen gaat de Brollie al naar school; dat kan ook tellen als avontuur. De kans is alleszins reëel dat er heel wat wonderlijke ervaringen nooit in deze blog zullen verschijnen. Ervaringen zoals het hebben van zonen waarover de meeste wildvreemden denken dat het meisjes zijn, en zich vervolgens uitvoerig excuseren als blijkt dat het piemeldragers zijn, alsof ze het kind vol in het gezicht hadden gespuwd door het tegendeel te vermoeden. Of een van de vele zwemverhalen, waarbij de Brollie ten allen prijze zijn haar droog wil houden, onder geen beding op zijn rug in het water wil en schuimrubberen worsten zelfs niet wil aanraken, laat staan die toelaten om hem drijvende te houden. Maar die ervaringen laten we voor wat ze zijn.

Wat dan wel? Wat kan ik dan in godsnaam nog in de aanbieding hebben dat interessanter is dan voorgaande avonturen? Het wonderbaarlijke verhaal van hoe de Brollie mij buitensloot in de tuin en samen met zijn broer het huis (in zeer beperkte mate) op stelten zette, terwijl ik enkel machteloos kon toekijken.

Situatieschets

The Missus ging voor het eerst in lange tijd nog eens op de lappen met the Sisses (yeah, ik probeer het uit, we zien wel of het pakt). Op onze leeftijd bestaan die lappen uit brunch en daarna een sauna, want, hè, Millenials, I guess. Maar dat betekende ook dat ik, voor het eerst in nog langere tijd, alleen zou zijn met mijn twee kinderen. Dat is natuurlijk geen straf en ik hoef daar ook geen schouderklopje voor. We proberen evenwel te vermijden dat één van ons lange tijd met de twee Bros tezamen opgescheept zit als ze allebei wakker zijn. Want ik moet niemand vertellen dat een eenjarige en een tweeëneenhalfjarige samen best vermoeiend kunnen zijn. Daarom had ik mijn eigen ouders opgetrommeld en gingen we in de namiddag met z’n vijven naar het bos. Ik had er wel vertrouwen in. Dit kwam helemaal goed.

De Broomie deed een van zijn uitgebreide ochtenddutjes. Dus eigenlijk moest ik enkel op de Brollie passen die voormiddag. Ik zei toch dat ik geen schouderklopje hoef. Want die Brollie, daar is het best gezellig spelen mee, hij drukt met veel plezier op de knopjes om mij koffie te zetten (ik mag dat niet meer zelf doen als hij in de buurt is) en hij kan ook af en toe zichzelf entertainen zodat ik toch een modicum aan rust heb. Goed, ik heb toen wel twee kakonderbroekjes moeten verversen die voormiddag, maar dat kan ik ondertussen nu eenmaal heel goed.

Kort na de middag wordt de Broomie wakker en hij en zijn broer giechelen de hele weg van de slaapkamer, langs de badkamer, tot in de keuken. Dan was het tijd voor brood en bananen, en nog een koffietje voor mij. Ja, dit kwam helemaal goed. Het zou niet meer lang duren voor mijn ouders er waren, en twee kinderen gespreid over drie volwassenen, dat is een eitje. Als de Broomie klaar is met eten, kuis ik hem wat op en zet hem op de grond in de woonkamer. Terwijl de Brollie nog de laatste restjes van zijn banaan aan het binnenspelen is, neem ik de schillen van de twee bananen. De vuilbak zit vrij vol en ik besluit om ze ineens in de compostbak in de tuin te gooien. We hebben de gewoonte om ons groenafval in de compostbak te gooien nog niet terug opgepikt sinds we terug in ons huis wonen, en dit lijkt me een uitgelezen eerste stap. De Broomie is rustig aan het spelen en brabbelen, de Brollie eet nog wat aan tafel, dit is het perfecte moment, denk ik bij mezelf. Dat bleek heel, héél fout ingeschat.

IMG_20190303_091419.jpg
Pffft, all this playing…

God opent geen raam

Onze tuindeur is een grote schuifdeur van enkele decennia oud. Je tilt ze een klein beetje op door de hendel naar beneden te duwen, waarna ze op wieltjes opzij kan schuiven. Ik open de deur en schuif ze opnieuw dicht, zodat de Broomie niet de tuin in kruipt, want onbekend terrein is zijn favoriete terrein. De compostbak staat achteraan de tuin en de schillen zijn er snel ingegooid. Als ik terugstap naar het huis, zie ik dat de Brollie niet langer op zijn stoel zit, maar aan de tuindeur staat. Ik kom dichter en zie dat de hendel niet meer helemaal naar beneden staat. Met uitgestoken hand leg ik de laatste meters versneld af. Op het moment dat mijn hand het glas raakt, geeft de Brollie het laatste duwtje, zwiept de hendel helemaal naar boven en valt de tuindeur van haar wielen. Ik ben de enige die de impact vat van wat er net gebeurd is.

De Brollie vindt het in eerste instantie hilarisch. Ik probeer hem streng toe te spreken, zeg hem dat hij de deur moet opendoen, maar hij zegt gewoon “Neej!” en gaat met zijn broer spelen. Die Broomie komt rustig aangekropen om te kijken wat de reden van alle commotie is, en wordt prompt door de Brollie ingelijfd in een spelletje toiletdeurkiekeboe. Dit is een combinatie van kiekeboe met het open en hard dicht doen van de toiletdeur. Ik kan hen niet goed zien, maar krijg wel flitsen van kleine vingertjes die tussen deur en stijl geplet worden als lange, rijpe druifjes. Tijd voor actie. Ik klop op het raam en maan de Brollie tot actie aan. Hij moet de deur opendoen, zeg ik door het glas. Streng, triest, kwaad, of smekend, zijn reactie is elke keer dezelfde: een vrolijk ‘Neej!’ (geen idee waar die ‘j’ vandaan komt, maar ze is er onmiskenbaar). Dan maar de zware middelen.

“Als de deur terug open is, krijg je een koekje.” De Brollie springt in actie. Hij grijpt naar de hendel op de tippen van zijn teentjes, en krijgt de hendel iets meer dan halfweg. Oef, denk ik, dit komt wel goed. Maar de hendel wil niet verder. “Ga het trapje halen”, zeg ik, en de Brollie begrijpt me onmiddellijk, alsof de belofte van een koekje hem slimmer heeft gemaakt. Hij pakt het keukentrapje en sleurt het richting de woonkamer. Het centimeters hoge boordje tussen de eetkamer en de woonkamer blijkt echter een onoverkomelijk obstakel en hoezeer hij ook zijn best doet, het trapje wil niet verder. Voor ik echter kan wanhopen, loopt de Brollie naar het kindertafeltje vlakbij en wijst hij op één van de stoeltjes die ernaast staat, kleiner en lichter dan het keukentrapje. Enorm trots steek ik mijn duim in de lucht.

De Broomie, ondertussen, begint zich wat te vervelen, en besluit dus maar om op enkele stenen uit de bloempot van de avocadoplant te sabbelen. Ik tik tegen het raam, zeg ‘Nee!’ en schud mijn hoofd, maar dat levert me enkel een glimlach vol potgrond op. Het zij zo.

IMG_20190303_134122
You can do it, Brollie! (He couldn’t do it…)

Als je lang genoeg in de potgrond staart…

De Brollie zet het stoeltje onder de hendel, klimt erop en pakt met twee handjes de hendel beet. Er zit weinig beweging in. De Broomie heeft de bloempot beet en begint deze vervaarlijk heen en weer te schudden, een grote steen in zijn mond. “Je moet er aan gaan hangen”, zeg ik door het glas, “Met twee handjes vasthouden en dan van de stoel stappen.” Hij kijkt me wat onzeker aan, maar het koekje blijft een goeie motivator. Niet veel later hangt hij daar, twee handjes op de hendel, voetjes net niet op de grond. De hendel beweegt niet en ik besef dat het waarschijnlijk fysiek onmogelijk is voor de Brollie om de deur open te doen zonder bijkomende hefbomen of katrollen. Maar zo slim is hij nu ook weer niet. De avocadoplant valt om, de aarde verspreidt zich over de vloer.

Terwijl de Broomie vol plezier in de potgrond aan het dabben is, en de Brollie zichtbaar twijfelt tussen hem proberen tegen te houden of lekker meedoen, haal ik mijn gsm boven en bel ik naar mijn ouders. Of ze iets vroeger kunnen komen dan gepland, misschien, toevallig, want er is nog niets ergs gebeurd, maar als dat wel het geval is, moet ik een glazen raam van vier vierkante meter breken. Dat begrijpen ze.

De Brollie gaat even mokken en huilen op de zetel. Dat koekje laat nu wel heel lang op zich wachten. Als hij merkt dat ik zelf misschien echt de deur niet openkrijg, stopt hij evenwel en komt hij terug naar de tuindeur en zijn broer. Die Broomie heeft nu het stoeltje ontdekt dat de Brollie achtergelaten heeft. Hij klimt erop, gaat rechtstaan en begint vol overgave het raam te likken. Ik ben enerzijds vertederd – dat kan niet anders dan een uiting van affectie zijn – maar anderzijds zie ik hem in gedachten al op zijn wat zachte hoofdje vallen. Dus roep ik de Brollie voor zijn laatste taak: Broomie van het stoeltje halen. Dat lukt wonderwel. Brollie pakt zijn broer bij diens middel en sleurt hem zachtjes naar beneden. Ze vallen allebei op hun poep, en de Broomie rolt door en botst ook nog even met zijn hoofd op de grond. Niet ideaal, maar ik zet mijn hand tegen het glas, zucht eens diep en, terwijl de Broomie huilend recht krabbelt, denk ik wat veel ouders al eens denken: ‘dit kon veel erger’.

Epiloog

Mijn moeder kwam toe, deed de deur open en pakte de beaarde Broomie op. Ik knuffelde de Brollie, drukte hem tegen me aan en samen gingen we naar de keuken. Hij had immers nog een koekje tegoed.

 

Brollie & Broomie Tire Everyone Out

Onze kinderen zijn fantastisch. Ik weet niet of ik dat al eens vermeld heb, maar het mag zeker nog eens gezegd worden. Dat gezegd zijnde wil ik toch even de aandacht vestigen op hoe ongemeen vermoeiend ze bij momenten kunnen zijn. Toegegeven, de eindejaarsperiode zat er vast voor iets tussen, en we vallen al sinds voor Kerstmis van de ene uitzonderlijke situatie in de andere. Het relaas dat volgt is dus niet zonder oorzaak, en de omstandigheden hopelijk ook niet zonder einde, maar onze harten hebben de laatste weken toch al een paar slagen gemist, en onze nagels moeten af en toe het bloed eronder ontberen. Een uitputtende komedie in vier bedrijven.

Brollie & Broomie Room In

We hebben de kerstvakantie grotendeels bij Paco doorgebracht, de vader van the Missus. Met het oog op een toekomst waarin de Brollie en de Broomie tot ze achttien zijn een kamer delen, hadden we besloten dat dit het uitgelezen moment was om hiermee te beginnen. De Brollie mocht voor het eerst in een echt eenpersoonsbed, de Broomie in een reisbedje ernaast. En het lukte wonderwel. De eerste nachten dan toch. Zelfs als de Broomie een tijdje aan het krijsen was, in een voorbarige poging van zijn ouders om hem wat langer aan een stuk te laten slapen, bleef de Brollie tot onze verbazing rustig verder slapen. Succes! Tot de uitputting van de veranderde omgeving wegebde en de Brollie klaar was voor nieuwe avonturen.

Brollie & Broomie Bed In

De middagdutjes gingen iets moeilijker, vooral omdat hun slaapritmes niet goed overeenkomen. De Broomie doet namelijk voor- en namiddagdutjes, terwijl de Brollie middagdutjes doet. Maar soms leek het uit te komen en legden we ze overdag samen in bed. Dat bleek niet het beste idee te zijn. De babyfoon waarschuwde ons met gegiechel en gestommel. Als ik de deur opendoe, blijkt de Brollie, slaapzak en al, in het reisbedje van zijn broer geklommen. Hilariteit alom, maar ik leg mijn gezicht in een serieuze plooi, leg de Brollie terug in zijn bed en zeg dat ze stil moeten zijn en moeten slapen. Terug beneden vertel ik het verhaal tegen the Missus, terwijl er al opnieuw gegiechel en gestommel door de babyfoon klinkt. The Missus merkt op dat het waarschijnlijk te veel gevraagd is van een tweejarige om niet bij zijn broer in bed te klimmen. Geheel terecht, zo zal later blijken, maar ik had het nog niet door. Ik ga terug naar boven en tref een Brollie aan die de slaapzak van zijn broer opengeritst heeft en diens sokken aan het uittrekken is. Hilariteit alom.

fine
This is fine.

Brollie Has Left The Room

Dat ging dus duidelijk niet werken. Het bedje van de Broomie werd dan maar op onze slaapkamer geplaatst, in de hoop dat de rust snel zou weerkeren in ons koninkrijk. Dat was uiteraard ijdele hoop. De Broomie viel probleemloos in slaap in zijn nieuwe kamer, en ook de Brollie deed niet al te moeilijk bij het naar bed gaan. Tot hij plots, midden in de nacht, bovenaan de trap stond in zijn slaapzak. De gladde, stenen trap. The Missus kreeg al visioenen van een peuter die in dramatische slow motion de traf aftuimelt, dus ging ik maar naast de Brollie in zijn eenpersoonbedje liggen, in afwachting van het traphekje dat we de dag erop zouden kopen. Het duurde even voor we in slaap vielen, de Brollie en ik, maar zo’n peuter neemt gelukkig niet veel plaats in beslag. Toen ik de volgende ochtend echter wakker werd, hoorde ik een zacht geroep uit de verte. “Papa. Papa.” Geen Brollie te bespeuren in het bed. Ik spring op en ren de kamer uit, om onderaan de (stenen) trap een grinnikende Brollie te zien, nog steeds in zijn slaapzak. Hij was al even naar de (niet bepaald gechild-proofde) keuken gegaan, maar vond het er toch niet zo interessant, blijkbaar.

Brollie Enters The Room Again, And Again

De volgende dag installeerden we een traphekje, waar hij vervolgens geregeld aan stond, in plaats van te slapen. Dat noemen we dezer dagen al vooruitgang. Eens de kerstvakantie ten einde liep – met nog een kort oudejaarsintermezzo, waarbij we de Brollie en de Broomie simpelweg opsloten in hun slaapkamer (terwijl ze sliepen, uiteraard) – verhuisden we opnieuw naar Antwerpen. Niet terug naar onze vaste stek, maar naar een éénslaapkamerappartement waar we toch enkele weken zullen moeten overleven. Het voordeel: in het appartement zelf zijn er geen trappen en de slaapkamer waar de Brollie en de Broomie slapen is groot genoeg om het reisbed ver genoeg van het grote bed van de Brollie te kunnen zetten, zodat hij er niet inklimt.

Het nadeel: als hij geen zin heeft om te slapen, staat de Brollie gewoon op en komt hij naar de woonkamer. Opnieuw, en opnieuw, en opnieuw, en opnieuw. Wat hij wil is niet geheel duidelijk, noch consistent, behalve dan dat het zich absoluut niet in zijn slaapkamer bevindt. Onderhandelen blijkt uitgesloten en eindigt meestal met een roepende peuter. In stilte oppakken en terugleggen, en misschien een beetje de stem verheffen (maar heel zachtjes, want de Broomie is aan het slapen) kunnen misschien resultaat opleveren, al kan het ook dat de Brollie op een bepaald moment zodanig uitgeput is dat hij gewoon pardoes in slaap valt.

Epilogue

Er is niet echt een clou aan dit verhaal, behalve misschien dat het allemaal nog wel meevalt, gezien de veranderende routines en omstandigheden; of dat iedereen uitgeput is en dat alles verschrikkelijk is. Allebei mogelijk.

En dan heb ik het zelfs nog niet gehad over de potjestraining…

Brollie & Broomie Don’t Melt

Ah, het jaareinde. Wanneer de kasten zich op miraculeuze wijze vullen met snoepgoed, en iedereen tijdens de week thuis vertrekt en aankomt in het donker. Een tijd ook, zo bleek, waarin men al eens de batterij van je bakfiets steelt – dat komt er dan van als je die voor de tweede keer op acht maanden tijd een nacht buiten laat staan. Maar die enorme frustratie van het afgelopen weekend daar gelaten, hebben we niets te klagen.*

Onze kinderen zijn immers schatjes, die enkel af en toe gelucht moeten worden, weer of geen weer. Doen we dat niet, dan begint vooral de Brollie zijn grenzen wat af te tasten op zoek naar entertainment, terwijl the Missus en ik haast onmerkbaar een beetje ineen zakken. Geen goeie combinatie, dat. Maar we smelten niet in de regen, dus kunnen we beter nat worden dan binnen blijven.

De Broomie zit ondertussen enigszins in een slaapritme met nog één moeilijk vast te pinnen flesje ’s nachts. Dat wil hij ergens tussen middernacht en vijf uur ’s ochtends, de kleine weirdo, en hij krijst er veel harder en dramatischer voor dan de Brollie ooit heeft gedaan. Tegenover het elke twee uur wakker worden van enkele weken geleden, is het echter een enorme vooruitgang.

together
A baby is a great toy for a toddler.

Wij zijn dan ook klaar voor de verbouwingen die ons huis in januari en februari zal ondergaan. Dat houdt in dat we twee maanden op een betrekkelijk klein appartement gaan wonen, en dat de Brollie en de Broomie een bed zullen delen. Spannend? En of. Maar we hebben wel vertrouwen in onze kinders, en in onszelf.

Wanneer we terugkeren naar onze opgefriste woonst, als de dagen al terug wat aan het lengen zijn, kunnen we aan een nieuwe fase beginnen: dan mag de Brollie bijna naar school, kunnen ze samen gezellig op één kamer slapen en zal hun vader vier vijfde werken. Als alles goed zit, wordt 2019 dus het jaar waarin the Missus en ik opnieuw veel slapen.

 

* we zijn ook gedepanneerd door schatten van vrienden die hun ongebruikte mommy-fiets kwamen brengen, en door een andere schat van een vriend die snel even de band kwam plakken van de fiets die we in ruil gaven (maar plots lek bleek). Dus: screw you, universe; dank jullie, vriendjes.