Brollie & Broomie Tire Everyone Out

Onze kinderen zijn fantastisch. Ik weet niet of ik dat al eens vermeld heb, maar het mag zeker nog eens gezegd worden. Dat gezegd zijnde wil ik toch even de aandacht vestigen op hoe ongemeen vermoeiend ze bij momenten kunnen zijn. Toegegeven, de eindejaarsperiode zat er vast voor iets tussen, en we vallen al sinds voor Kerstmis van de ene uitzonderlijke situatie in de andere. Het relaas dat volgt is dus niet zonder oorzaak, en de omstandigheden hopelijk ook niet zonder einde, maar onze harten hebben de laatste weken toch al een paar slagen gemist, en onze nagels moeten af en toe het bloed eronder ontberen. Een uitputtende komedie in vier bedrijven.

Brollie & Broomie Room In

We hebben de kerstvakantie grotendeels bij Paco doorgebracht, de vader van the Missus. Met het oog op een toekomst waarin de Brollie en de Broomie tot ze achttien zijn een kamer delen, hadden we besloten dat dit het uitgelezen moment was om hiermee te beginnen. De Brollie mocht voor het eerst in een echt eenpersoonsbed, de Broomie in een reisbedje ernaast. En het lukte wonderwel. De eerste nachten dan toch. Zelfs als de Broomie een tijdje aan het krijsen was, in een voorbarige poging van zijn ouders om hem wat langer aan een stuk te laten slapen, bleef de Brollie tot onze verbazing rustig verder slapen. Succes! Tot de uitputting van de veranderde omgeving wegebde en de Brollie klaar was voor nieuwe avonturen.

Brollie & Broomie Bed In

De middagdutjes gingen iets moeilijker, vooral omdat hun slaapritmes niet goed overeenkomen. De Broomie doet namelijk voor- en namiddagdutjes, terwijl de Brollie middagdutjes doet. Maar soms leek het uit te komen en legden we ze overdag samen in bed. Dat bleek niet het beste idee te zijn. De babyfoon waarschuwde ons met gegiechel en gestommel. Als ik de deur opendoe, blijkt de Brollie, slaapzak en al, in het reisbedje van zijn broer geklommen. Hilariteit alom, maar ik leg mijn gezicht in een serieuze plooi, leg de Brollie terug in zijn bed en zeg dat ze stil moeten zijn en moeten slapen. Terug beneden vertel ik het verhaal tegen the Missus, terwijl er al opnieuw gegiechel en gestommel door de babyfoon klinkt. The Missus merkt op dat het waarschijnlijk te veel gevraagd is van een tweejarige om niet bij zijn broer in bed te klimmen. Geheel terecht, zo zal later blijken, maar ik had het nog niet door. Ik ga terug naar boven en tref een Brollie aan die de slaapzak van zijn broer opengeritst heeft en diens sokken aan het uittrekken is. Hilariteit alom.

fine
This is fine.

Brollie Has Left The Room

Dat ging dus duidelijk niet werken. Het bedje van de Broomie werd dan maar op onze slaapkamer geplaatst, in de hoop dat de rust snel zou weerkeren in ons koninkrijk. Dat was uiteraard ijdele hoop. De Broomie viel probleemloos in slaap in zijn nieuwe kamer, en ook de Brollie deed niet al te moeilijk bij het naar bed gaan. Tot hij plots, midden in de nacht, bovenaan de trap stond in zijn slaapzak. De gladde, stenen trap. The Missus kreeg al visioenen van een peuter die in dramatische slow motion de traf aftuimelt, dus ging ik maar naast de Brollie in zijn eenpersoonbedje liggen, in afwachting van het traphekje dat we de dag erop zouden kopen. Het duurde even voor we in slaap vielen, de Brollie en ik, maar zo’n peuter neemt gelukkig niet veel plaats in beslag. Toen ik de volgende ochtend echter wakker werd, hoorde ik een zacht geroep uit de verte. “Papa. Papa.” Geen Brollie te bespeuren in het bed. Ik spring op en ren de kamer uit, om onderaan de (stenen) trap een grinnikende Brollie te zien, nog steeds in zijn slaapzak. Hij was al even naar de (niet bepaald gechild-proofde) keuken gegaan, maar vond het er toch niet zo interessant, blijkbaar.

Brollie Enters The Room Again, And Again

De volgende dag installeerden we een traphekje, waar hij vervolgens geregeld aan stond, in plaats van te slapen. Dat noemen we dezer dagen al vooruitgang. Eens de kerstvakantie ten einde liep – met nog een kort oudejaarsintermezzo, waarbij we de Brollie en de Broomie simpelweg opsloten in hun slaapkamer (terwijl ze sliepen, uiteraard) – verhuisden we opnieuw naar Antwerpen. Niet terug naar onze vaste stek, maar naar een éénslaapkamerappartement waar we toch enkele weken zullen moeten overleven. Het voordeel: in het appartement zelf zijn er geen trappen en de slaapkamer waar de Brollie en de Broomie slapen is groot genoeg om het reisbed ver genoeg van het grote bed van de Brollie te kunnen zetten, zodat hij er niet inklimt.

Het nadeel: als hij geen zin heeft om te slapen, staat de Brollie gewoon op en komt hij naar de woonkamer. Opnieuw, en opnieuw, en opnieuw, en opnieuw. Wat hij wil is niet geheel duidelijk, noch consistent, behalve dan dat het zich absoluut niet in zijn slaapkamer bevindt. Onderhandelen blijkt uitgesloten en eindigt meestal met een roepende peuter. In stilte oppakken en terugleggen, en misschien een beetje de stem verheffen (maar heel zachtjes, want de Broomie is aan het slapen) kunnen misschien resultaat opleveren, al kan het ook dat de Brollie op een bepaald moment zodanig uitgeput is dat hij gewoon pardoes in slaap valt.

Epilogue

Er is niet echt een clou aan dit verhaal, behalve misschien dat het allemaal nog wel meevalt, gezien de veranderende routines en omstandigheden; of dat iedereen uitgeput is en dat alles verschrikkelijk is. Allebei mogelijk.

En dan heb ik het zelfs nog niet gehad over de potjestraining…

Advertenties

Brollie & Broomie Don’t Melt

Ah, het jaareinde. Wanneer de kasten zich op miraculeuze wijze vullen met snoepgoed, en iedereen tijdens de week thuis vertrekt en aankomt in het donker. Een tijd ook, zo bleek, waarin men al eens de batterij van je bakfiets steelt – dat komt er dan van als je die voor de tweede keer op acht maanden tijd een nacht buiten laat staan. Maar die enorme frustratie van het afgelopen weekend daar gelaten, hebben we niets te klagen.*

Onze kinderen zijn immers schatjes, die enkel af en toe gelucht moeten worden, weer of geen weer. Doen we dat niet, dan begint vooral de Brollie zijn grenzen wat af te tasten op zoek naar entertainment, terwijl the Missus en ik haast onmerkbaar een beetje ineen zakken. Geen goeie combinatie, dat. Maar we smelten niet in de regen, dus kunnen we beter nat worden dan binnen blijven.

De Broomie zit ondertussen enigszins in een slaapritme met nog één moeilijk vast te pinnen flesje ’s nachts. Dat wil hij ergens tussen middernacht en vijf uur ’s ochtends, de kleine weirdo, en hij krijst er veel harder en dramatischer voor dan de Brollie ooit heeft gedaan. Tegenover het elke twee uur wakker worden van enkele weken geleden, is het echter een enorme vooruitgang.

together
A baby is a great toy for a toddler.

Wij zijn dan ook klaar voor de verbouwingen die ons huis in januari en februari zal ondergaan. Dat houdt in dat we twee maanden op een betrekkelijk klein appartement gaan wonen, en dat de Brollie en de Broomie een bed zullen delen. Spannend? En of. Maar we hebben wel vertrouwen in onze kinders, en in onszelf.

Wanneer we terugkeren naar onze opgefriste woonst, als de dagen al terug wat aan het lengen zijn, kunnen we aan een nieuwe fase beginnen: dan mag de Brollie bijna naar school, kunnen ze samen gezellig op één kamer slapen en zal hun vader vier vijfde werken. Als alles goed zit, wordt 2019 dus het jaar waarin the Missus en ik opnieuw veel slapen.

 

* we zijn ook gedepanneerd door schatten van vrienden die hun ongebruikte mommy-fiets kwamen brengen, en door een andere schat van een vriend die snel even de band kwam plakken van de fiets die we in ruil gaven (maar plots lek bleek). Dus: screw you, universe; dank jullie, vriendjes.

Broomie Sleeps While Brollie Awakens

Het zijn bewogen dagen en, vooral, nachten geweest. Voor de Broomie was het immers tijd om stilaan wat langer te slapen ’s nachts, maar die ene aanpassing had heel wat voeten in de aarde. Om te beginnen werd zijn bedje naar boven verhuisd. De manier waarop we hem wilden laten doorslapen, was er immers een waarbij we hem een beetje lieten huilen, en elke negen minuten (“want hij is negen maand”, aldus the Missus) even naar boven gingen om hem gerust te stellen. En je wil geen huilende kinderen op je eigen slaapkamer ’s nachts.
Dus, een kleine verhuis en een avondritueel later, liggen de Brollie en de Broomie elk op hun eigen kamer te slapen. Het plan was dat ik de Broomie een flesje zou geven als hij ’s avonds voor het eerst wakker werd (tussen negen en tien) en dan ’s nachts zou opstaan als hij begon te huilen om hem regelmatig even te sussen tot hij opnieuw in slaap viel. The Missus mocht dan voor het eerst in acht maanden nog eens langer dan twee uur aan een stuk slapen. Als de Broomie minstens vier uur niet gegeten had, dan pas mocht hij zich terug laven aan zijn moeder.

Dat ik de eerste nacht niet veel zou slapen, dat wisten we op voorhand. Maar de grote wildcard in dit verhaal was de Brollie. Want we hadden al eens een baby laten doorslapen, maar nog nooit terwijl er een peuter in de kamer ernaast sliep. Om te vermijden dat we in een situatie terecht kwamen waarbij onze twee kinderen elkaar krijsend wakker hielden, hadden we besloten dat, mocht de Brollie in de loop van de nacht wakker worden, we hem dan onmiddellijk naar beneden naar ons grote bed zouden verhuizen. Dan zou hij vast meteen lekker verder slapen.

Things did not exactly go according to plan.

IMG_20181111_084503
Don’t trust them, they are not sleeping!

Oh, de Broomie die deed wat-ie moest doen. De eerste nacht veel wakker zijn, de tweede nacht wat minder, de derde nacht nog twee keer heel kort en sindsdien eigenlijk nog maar één keer, om te eten. De Brollie, daarentegen, had een opportuniteit geroken. De eerste keer was hij wat in de war, toen hij naast the Missus in ons bed gedropt werd; de tweede keer was het enorm gezellig, maar werd er niet geslapen. De derde keer, toen de Broomie al redelijk goed doorsliep, besloten we de Brollie toch maar in zijn eigen bed te houden, maar daar had hij evenwel geen zin meer in. En op slag, voor het eerst in ettelijke maanden, werd de Brollie een slechte slaper, die niet wou inslapen, ’s nachts veel wakker werd en dan opnieuw niet wou inslapen.

The Missus en ik schipperden tussen bezorgdheid en (vermoeide) irritatie. Had hij het te koud? Was hij bang van het donker? Misschien een beetje ziek? Ik heb op een bepaald moment vier uur op zijn kamer gezeten terwijl de Brollie rustig in zijn bedje lag, in de hoop dat hij in slaap zou vallen en ik kon wegsluipen. Elke keer ik echter opstond, tilde hij zijn hoofd op en keek me afwachtend aan. Als ik bij de deur kwam, begon hij te krijsen. Tijdens die vier uur heb ik dan wel The Incredibles 2 gezien, een leuke nacht was het toch niet.

Na een uitgebreid beraad van de Chief Parenting Officers, en wat input van externe consultants, werd het besluit genomen dat er helemaal niets mis was, en dat de licht vervaagde grenzen van de nachtrust even opnieuw in alle duidelijkheid geponeerd moesten worden. En dus mocht de Brollie naar een opfriscursus Slapen, met veel dramatisch gekrijs, het ostentatief op de grond gooien van tutjes, strenge toespraken over het belang van proberen en vooral géén tripjes meer naar het grote bed. Twee lange nachten waren dat, maar the Missus en ik vonden steun bij elkaar, en in de ongefundeerde wetenschap dat het de enige manier was om iedereen rustig in het eigen bed te laten slapen. De Broomie trok zich gelukkig in het geheel niets aan van zijn krijsende broer in de kamer ernaast.

Ondertussen kan ik met enige trots (en stevig metaforisch hout vasthoudend) stellen dat we er al twee betrekkelijk rustige nachten hebben opzitten, met een slapende peuter en een baby die op het juiste moment wakker werd om te eten (en nog één keertje omdat hij zijn tutje niet vond).

En dan nu, slapen.

Brollie and his PsyOps

Het zijn drukke tijden voor the Missus, want ze moet op dit moment alles doen voor de twee koters (Broters?). Bij de Broomie ligt dit voor de hand. Die begint ondertussen relevante porties echt voedsel naar binnen te spelen, maar wil ‘s nachts toch nog elke twee uur een momentje met zijn moeder en haar troostbrengers. #achtmaandenonderbrokennachtrust Maar voor de rest maakt het de Broomie in het geheel niet uit wie hem knuffelt, verschoont, of met hem giechelt en schatert.
De Brollie, daarentegen, lijkt besloten te hebben dat er maar één iemand in dit huishouden goed genoeg is voor hem. Oh, als ik de enige keuze ben, dan is het allemaal goed, is “Papa leuk.” en al dat soort schattigheid. Zodra hij echter weet dat the Missus in huis is, mag ik hem hoogstens nog oppakken en bij de juiste persoon deponeren. Dit is vooral ‘s ochtends onhandig, omdat the Missus’ superieure organisatieskills nog veel uitgesprokener zijn op dat moment (om van mijn ochtendhumeur nog te zwijgen). Dat zijn ook de momenten dat ik te horen krijg dat ik stout ben en géén kusje krijg.

IMG_20181006_154633
The captain has no time for you.

En, ja, ik weet ook dat dit een fase is, en op andere momenten blijft de Brollie ook tegenover mij de allerschattigste peuter die ik ooit voortgebracht heb. Maar als stabiele volwassene in een instabiele wereld, behoud ik me toch het recht om zijn beweegredenen zeer zwaar te overdenken én volledig op mezelf te betrekken (zie ook: de N-VA die beweert dat het VN klimaatrapport wel héél toevallig zo vlak voor de verkiezingen wordt uitgegeven). Daarom vermoed ik nu dat de Brollie begonnen is aan zijn klim naar alfa mannetje in ons huishouden. Zijn exacte strategie is me nog niet volledig duidelijk, laat staan zijn uiteindelijke doel, maar het ondermijnen van mijn emotionele stabiliteit maakt er duidelijk deel van uit.
“Nee, mama!” is de slogan van deze campagne, en ik moet toegeven dat het wel een effect lijkt te hebben. Als het me wordt toegelaten om met de Brollie te spelen, om hem te knuffelen, of om door hem bij de hand gepakt te worden om een boekje te lezen, dan ben ik immers dolgelukkig (meestal). En word ik weer verbannen naar de Broomie (want daar komt het vaak op neer), dan begin ik me soms al af te vragen wat ik gedaan heb, en of ik het niet verdien. Maar ach, als ik dan toch vervangen moet worden, dan ben ik blij dat het door de Brollie is.

Brollie is Pretty Sure There’s a Spoon

Eten blijft bij momenten een avontuur. De Broomie heeft wisselende appetijten wat betreft eten dat niet uit een tepelvorm komt; soms vrolijk en best veel, soms amper een volledig hapje op een half uur. Maar dat komt vast wel goed, al was het maar omdat, zoals the Missus zo poëtisch zei, de voorraad toch op een bepaald moment opdroogt.

De Brollie zit op een heel ander niveau, natuurlijk, al wentelt hij zich af en toe wel met veel plezier in tijdelijke regressie. Baby Brollie wil dan in de box of de wieg van zijn broer liggen en toegedekt worden met een dekentje, tot hij het seconden later uitschatert. Maar de Brollie wil vooral die oh zo heerlijke papjes die de Broomie krijgt: aardappel met courgette of wortel en wat olie, of banaan met een ander fruitje, allebei bijna tot vloeistof gemixt. Ook als we op bezoek gaan bij vrienden met een baby, eet hij eerst met veel smaak de fruitpap van zijn broer op, om vervolgens zonder gêne de fruitpap uit de mond van de andere baby te gaan vragen.

Dat betekent niet dat alle eten van een leien dakje gaat. Vooral ’s avonds tijdens de week, als iedereen moe en hongerig is, gaat de Brollie soms in een lichte tantrum modus, met traantjes, een trillende onderlip en mondhoeken die naar de grond wijzen. Soms maken we dan de fout om hem te vragen wat hij wil eten. Pindakaas? Stroop? Nee, geen rozijntjes, dat is pas voor na het eten. Dit eindigt meestal niet met een rustigere peuter, maar eerder met een keukentafel vol eten en een totaal verwarde peuter. Beter om hem gewoon iets voor te schotelen, te nemen of te laten. Al gaat hij dan soms zonder (vast) eten naar bed en eet hij de volgende ochtend evenveel havermout als the Missus en ik samen.

Veel gekker, echter, is dat de Brollie, eens we hem iets hebben voorgeschoteld dat hij zeker wil, toch nog niet tevreden is. Het probleem? Lepels. Lepels? LEPELS!

spoons
That is not the best spoon for the job.

Uit zijn mond klinkt het als ‘appel’, niet te onderscheiden van wanneer hij het daadwerkelijk over een appel heeft. Maar meestal heeft hij het toch over lepels, want die zijn, zo blijkt, zeer belangrijk in zijn leven. Zowat elke lepel passeert in zo’n lepel-manisch moment de revue. Soms zegt hij een bepaalde lepel te willen, om mij dan toch nog terug naar de keuken te sturen voor een andere lepel. En als de Brollie dan een assortiment rond zich heen verzameld heeft, beperkt hij zich ook niet tot één lepel per keer, nee, nee. Een lepel in elke hand, of soms zelfs twee lepels in één hand. Een waar gekkenhuis. Maar zoals het spreekwoord zegt: “beter tien lepels verspreid op en rond de eettafel, dan een krijsende peuter in je huis.”

Brollie was not the First

Het is makkelijk te vergeten, tussen alle knuffels, aaitjes en de occasionele woedeuitbarsting door, dat er best wat tijd zat tussen onze beslissing om een kind op de wereld te zetten, en de Brollie die ter wereld kwam. Oefenen, oefenen, oefenen! Haha, seks! Maar die ongeveer twee jaar was geen periode van uitsluitend metaforische rozengeur en beeldsprakerige maneschijn. The Missus en ik doen er niet echt geheimzinnig over, maar het is ook niet iets dat je van de daken schreeuwt. Onder het motto ‘gedeelde smart is halve smart’, ga ik er evenwel iets opener over zijn dan anders, niet omdat wij er nog van smarten, maar omdat er genoeg mensen zijn die in een gelijkaardige situatie zitten en, misschien, hopelijk, toch iets hebben aan de wetenschap dat ze niet alleen zijn, dat het best normaal is, en dat normaal ook heel hard kan sucken.

De eerste keer dat the Missus zwanger werd, was vrij snel na de eerste beslissing om er, euh, werk van te maken. Op dat moment ben je blij en zenuwachtig, maar is er nog geen haar op je hoofd dat eraan denkt dat het zou kunnen mislopen. Zoals wel vaker is dat iets voor de anderen, maar niet voor ons. Ruim twee maanden later liep het echter mis en draaide het uit op een miskraam. Helemaal niet leuk, dat (#understatingwomenshealth), meer voor the Missus dan voor mij, zowel fysiek als mentaal. Maar je troost jezelf met de gedachte dat het niet zo gek is, dat zo’n dingen gebeuren, blijkbaar toch ook bij ons, en dat er waarschijnlijk een goeie reden voor is (uit biologisch oogpunt, niets metafysisch). Terug naar de tekentafel (annex bed)!

De tweede maal duurde het iets langer voor het lukte en voelden we meer spanning dan ervoor. Als het moment dan komt dat the Missus opnieuw een broodje in de oven heeft (ahum), durf je minder te hopen en hou je je hart vast tot die datum er is dat het de eerste keer misliep. Dat mijlpaaltje passeerde en de mythische twaalf weken kwamen in zicht. Dan is het grootste gevaar immers geweken, is er die eerste echo die je enige gemoedsrust geeft, en kan je eindelijk tegen iedereen het heugelijke nieuws vertellen (alsof je dat drie maanden geheim kan houden). We hielden dan ook, uitgelaten en melig, elkaars hand vast terwijl we inkijk kregen in de buik van the Missus. De gynaecoloog-in-opleiding liet ons vrolijk de hartslag horen en ons wees op de armpjes, de beentjes en het hoofdje. Toen de gynaecoloog enkele minuten later binnenkwam, een blik op de monitor wierp en de student vriendelijk doch kordaat aan de kant zette, bleek de feestvreugde echter een domper nodig te hebben.

De nekplooi zit vol vocht, wat nooit een goed teken is, en de dokter stelt onze verwachtingen naar beneden bij. Ik weet niet meer of het op dat moment al uitgesproken wordt, trisomie-21, het syndroom van Down. We gaan naar huis, en dragen de beslissing die ons zo plots is opgedrongen onverbiddelijk mee. Samen in de zetel, zo dicht mogelijk bij elkaar, proberen we onze situatie te vatten. Ik wens het niemand toe, om geconfronteerd te worden met zo’n keuze. We raken niet verder dan afwachten en kijken wat de vruchtwaterpunctie brengt. The Missus maakt de volgende dag een afspraak en gaat er alleen naartoe, wil niet dat ik er verlof voor neem. Daar aangekomen nemen ze eerst een echografie. Het vruchtje is gestorven. Het was een meisje.

Achteraf volgt er een curettage en moeten we bloedtests doen om te kijken of we een structureel risico lopen voor trisomie-21, wat het bleek te zijn. Dat is gelukkig niet het geval. De gynaecoloog is overtuigd dat we pech hebben gehad en dat het volgende keer wel goed zal komen. Wij blijven bedrukt, maar gelaten achter. Zonder iets anders te doen dan de vorige keren, hopen we toch op een andere uitkomst. Die volgende keer – derde keer, goeie keer – blijft er een schaduw van de verwachtingen in ons achterhoofd hangen, maar bij gebrek aan alternatief proberen we ons zo zen mogelijk op te stellen. De zwangerschap wordt van dichterbij opgevolgd en elk goed nieuwtje duwt die herinneringen iets verder naar achteren, tot the Missus bolrond is en we ons helemaal kunnen richten op wat toen al de Brollie heet. Jawel, omdat we zijn geslacht pas na de geboorte wisten, is de Brollie eigenlijk zijn eerste, en misschien wel meest pure naam.

bluts
Note to self: a bouncing baby Broomie does not, in fact, bounce.

Ik ben nu heel snel over de onmiddellijke nasleep gegaan, wat op dat moment zeker niet zo aanvoelde. Een curettage is geen pretje (#understatingwomenshealth), al had the Missus naar eigen zeggen meer last van de natuurlijke miskraam (toen was er ook geen mogelijkheid tot volledige narcose). Met alle illusies die je armer bent, is het zoeken naar een nieuw evenwicht. Gelukkig konden we dat met z’n tweeën doen. Nu, voor mij was dit uiteraard niet betekenisloos, maar wel een stuk abstracter dan voor the Missus; met haar pijn, en mijn machteloosheid daartegenover, had ik het waarschijnlijk moeilijker dan met het verlies op zich.

Er is hier geen aanklacht, niets om voor te pleiten, of om je over op te winden. Ons verhaal is één versie van een realiteit die al te veel mensen kennen, en die onmogelijk uit te sluiten valt. Dat weten, en weten dat je daarin niet alleen bent, maakt het ook niet makkelijker op het moment zelf. Soms is de realiteit hard en pijnlijk en niet te ontwijken. Praten kan helpen, net als met hernieuwd enthousiasme nog een laatste keer alle dingen doen je een tijdje moet afzweren als je kinderen hebt. Maar dat is zowat de reikwijdte van mijn advies: immer voorwaarts en weet: this too shall pass.

Brollie & Broomie are Players

Vakantie krijgt een heel andere betekenis eens je kinderen hebt. Ideeën rond rust, ontspanning, lezen en uitslapen vervliegen (of verminderen toch) in het gekir en gekrijs van kinderen in een onbekende omgeving. Leuk is het wel, natuurlijk, maar eens terug thuis merk je dat je niet bepaald minder moe geworden bent. De Brollie heeft wel zijn initiële zwembadvrees overwonnen, en peddelde op het einde van de week vrolijk rond in zo’n geel bandje, alsof we een reclame voor die dingen aan het opnemen waren.

swimming
Practical Special Effects

Toch, de twee dagen waarop beide Bro’s naar de crèche gingen, en the Missus en ik telkens een uur of acht voor onszelf hadden, dat voelde heel even als echte vakantie. Al worden zelfs die momenten verstoord door de wetenschap dat het waarschijnlijk de enige kansen zijn om die paar dingen te doen in het huis die nog moeten gebeuren (want die zijn er altijd). Dat klinkt een beetje alsof ik mijn kinderen liever kwijt dan rijk ben, maar dat is hoogstens voor heel even het geval (of als de Brollie het echt aan het uithangen is, voor iets langer).

Want nu de Brollie steeds beter wandelt en praat (de eerste officiële volzin is “Daar is de boot.” wat ons betreft), nu hij steeds meer een personage met diepte en complexe beweegredenen wordt in het verhaal van mijn leven, in plaats van een schattige MacGuffin die af en toe de plot vooruit helpt (sorry, Broomie), nu merk ik dat mijn liefde voor hem ook hand over hand toeneemt.

Niet dat ik hem daarvoor niet graag zag, of dat ik zijn broer niet graag zie, maar ik verbaas me soms oprecht over de omvang van de liefde die ik voor de Brollie voel, als ik hem knuffel, als hij aan het spelen is, als hij zijn vingertje in de lucht houdt en “Nee. Nee. Nee.” tegen de Broomie zegt (nadat die weer bijna een pluk blonde krullen in zijn vuistje wist te klemmen), of gewoon als ik overdag aan hem denk.

Maar niet als hij mijn bril van mijn neus slaat. Dat vind ik zeer irritant en daar moet hij mee stoppen.