Brollie & Broomie Discover the Power of the Dark Side

De regen is terug van nooit weggeweest en mijn kinderen hebben besloten dat, met de donkere maanden in het verschiet, ze zelf ook wat duisterdere kanten van zichzelf willen ontwikkelen. Dat is mijn vermoeden alleszins, na kleinere (ik was teleurgesteld) en grotere (ik had de politie gebeld) avonturen.

De Brollie & de Broomie eten graag zoetigheid. Als het van hen afhing, aten ze uitsluitend zoetigheid. Hopelijk verandert dat enigszins tegen het moment dat het daadwerkelijk van hen afhangt. Gelukkig beschouwen ze melk, banaan en havermout gemixt en ‘milkshake’ genoemd ook een beetje als zoetigheid. Op een avond had ik voor hen allebei vijf prefab poffertjes opgewarmd en er poedersuiker op gedaan. Een kinderhand is snel gevuld. Of dat dacht ik toch. Ze zijn die allebei voor de televisie aan het opsmikkelen, wanneer de Broomie opspringt en verklaart dat hij even kaka gaat doen. Sure thing, buddy. Ik ga mee, want ondanks zijn moedige pogingen krijgt hij zijn eigen poep nog niet proper. Als we terug in de woonkamer komen, staart hij verbouwereerd naar zijn bord voor hij in huilen uitbarst. Het duurt vijf minuten voor ik hem rustig genoeg krijg dat hij kan uitleggen dat er nog twee poffertjes op zijn bord lagen, en nu nog maar één. Met opgetrokken wenkbrauw kijk ik naar de Brollie. Die is nog meer gefocust op de televisie dan anders. Wanneer ik vraag of hij een poffertje van het bord van zijn broer genomen heeft, ontkent hij. Staalhard. Hij wil wel meedenken. Misschien was het een vogel? De Broomie is ondertussen nog steeds ontroostbaar, maar heeft absoluut niet door dat zijn broer keihard aan het liegen is en zijn poffertje gestolen heeft. Ik probeer een paar keer om de Brollie te doen bekennen, maar zoals het een geboren leugenaar betaamt (want dat zijn mensen nu eenmaal), houdt hij met uitgestreken gezicht zijn onschuld staande. Ware er één andere manier geweest waarop dat poffertje had kunnen verdwijnen, ik had hem geloofd. Het is tijd om het grove geschut boven te halen. “Sorry, Broomie, je krijgt geen nieuw poffertje tot ik weet wat er met dat verdwenen poffertje gebeurd is.” Dat vindt de Broomie natuurlijk maar niets, maar minder dan een minuut later bekent zijn broer schuld. Met behoorlijk weinig schroom, overigens, alsof het niet de eerste keer is dat ik deze vervaarlijke scheuren in zijn kinderlijke onschuld opmerk. De Broomie krijgt een nieuw poffertje en ik probeer duidelijk te maken aan de Brollie dat ik teleurgesteld ben, niet omdat hij het poffertje getsjoept had, maar omdat hij erover gelogen had. Tegen mij dan nog wel! Geen idee of het aangekomen is.

Best Hair Buddies

Toen ik op een doordeweekse zaterdagochtend het spel van de kinderen beneden steeds vaker verstoord hoorde worden door gekrijs en/of gehuil, werd het duidelijk dat ik niet langer in bed kon blijven liggen. Het was ongeveer acht uur, ik kon niet klagen. Enkele minuten schuifel ik de trap af, helemaal klaar voor mijn eerste kop koffie. De Brollie is in de keuken een toren aan het bouwen met bekers. “Mooi, hè, papa?!” – “Zeer mooi. Wil jij milkshake?” – “Ja!” – “Ok. Jij ook, Broomie?” Geen antwoord. Ik loop door de keuken, woonkamer, veranda en roep zijn naam. Geen antwoord. Ik ga terug naar boven en kijk daar overal rond. Geen antwoord. Onze huis is niet zo groot. Ik vraag aan de Brollie om mee te zoeken en ga zelf nog eens alle kamers langs terwijl ik zijn naam roep. Geen antwoord. Lichte paniek maakt zich van mij meester. Ik ga in de kelder kijken. Uiteraard niets. Ik ga op straat kijken. Ook niets te zien. Ik bel de Moeder op. Dat is mijn strohalm. Niet de Moeder (ha!) maar dat de Broomie in zijn pyjama de straat opgerend is en naar haar huis op weg is. Ze neemt niet op (gelukkig, achteraf gezien, om haar de nodeloze stress te besparen). Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk, want zowel de Brollie als ik zouden de voordeur hebben horen opengaan. Maar ja, waar is hij dan?! Met de Brollie op de arm gaan we de deur uit. Ik zeg het, denk ik, voor we vertrekken luid en duidelijk in de hal, wat we gaan doen en naar waar. Vijf minuten heen, tot ik haar voordeur kan zien waar geen Broomie staat, en vijf minuten terug. ‘Is dit de eerste dag van de rest van mijn leven?’ Ik kan de gedachte moeilijk onderdrukken. Maar het klopt niet, er klopt iets niet. We komen terug aan bij ons huis. Er is ongeveer een kwartier verstreken sinds ik mijn zoon kwijt ben. Ik pak mijn gsm en bel 112. Er is een keuzemenu. Ik kies voor de politie en doe de voordeur los. “Hallo, u spreekt met Folker Debusscher, ik woon in de [mijn adres] en ik ben mijn zoon van drieënhalf kwijt. Ah, nee! Daar is hij!” Een beetje bedremmeld staat de Broomie in de woonkamer. “Allé, dat is goed”, hoor ik de man van het noodnummer vaag zeggen. Hij heeft het vast ook liever op deze manier. “Jullie waren weg”, zegt de Broomie, niet beschuldigend, eerder verbaasd, een beetje geschrokken. Hij had zich achter de deur verstopt… Geen topverstopplaats, maar hij was vooral stil. Muisstil. Stiller dan een driejarige het recht heeft om te zijn. Maar gelukkig was hij wel gewoon thuis.

Brollie & Broomie and the Rollercoaster of Life

Ziezo, 1 september. Iedereen heeft het overleefd en ik heb dringend nood aan vakantie. Dat ligt deels aan het weer (het gaat gelukkig wel weer beter met het grondwater), komt deels door mijn gebrek aan organisatorisch talent (een citytrip met de trein met twee kleuters is bij momenten heel leuk, maar uiteindelijk altijd enorm vermoeiend), en is deels omdat een drie- en een vierjar… Sorry. En is deels omdat een drie- en een vijfjarige inherent luid, uitputtend en schier onuitputtelijk zijn. Ondertussen probeer ik mezelf nog steeds een comfortabele houding aan te meten als alleenstaande & alleenstaande ouder. Dat houdt blijkbaar in dat er voortdurend zaken blijven liggen op een steeds groeiende berg (want-)to-do’s, maar dat is vast het leven.

Deze blog was alleszins ook weer wat blijven liggen, want hoe leuk ik (en u?) het ook vind(en), het is niet bepaald prioritair. Maar het betekent wel dat ik nu wat hoogte- en dieptepunten kan uitkiezen ter entertainment.

Two boys and a bike

Hoogtepunt: de Brollie is 5!


Jawel, de volle vijf. Het uitgelezen excuus om mijn kinderen massa’s Lego te geven, en om vervolgens onder de indruk te zijn van de bouwcapaciteiten van de Brollie. En ook wel een beetje van zijn hebzucht, maar, hè, hij is vijf.


Little hooligan

Dieptepunt: de Broomie’s blauwe oog.
– Ben je gebotst?
– Nee! Ik heb geklommen.
Tijdens een verkenningsdagje op school, waarbij de kinderen hun klasje en leerkrachten al eens mochten besnuffelen, waren de jongens aan het spelen op hun ondertussen vertrouwde speelplaats. De veiligst mogelijke plek? Dat was buiten de waard gerekend, en buiten een klein, venijnig, metalen goaltje.


About 30 seconds after arriving…

Hoogtepunt: vakantie met een zwembad en een trampoline
Oh, natuurlijk is de Broomie letterlijk elke keer hij op de trampoline klom, er huilend vanaf gekomen (of gestuikt), maar hij is wel maar één keer naar de bodem van het zwembad gezonken … Ja, ik zie hier ook een patroon. Maar ze dobberen allebei wel doodgraag, dus mogen ze binnenkort ook naar de zwemles!


He can taste the 800% markup.

Dieptepunt: Paw Patrol: The Movie
Ik overdrijf, Paw Patrol maakt me niet actief ongelukkig (al heb ik er wel vragen bij). En naar de cinema gaan met mijn zonen is leuk (en duur). Maar ik zal blij zijn wanneer ze oud genoeg zijn voor, ik zeg maar wat, Marvel films. (IK ZEG MAAR WAT!)

Zo dat was een onvolledig en vertekend beeld van mijn helft van onze tweede “zomer””vakantie”.

Brollie & Broomie Are Very Present

De grote vakantie is ongeveer voor een kwart voorbij en, ik ga niet liegen, het is betrekkelijk pittig. Vorige week gingen de jongens nog naar een kampje, dus was het zelfs niet de volledige 72 uur (min of meer) dat ze bijna non-stop zeer aanwezig zijn. Ja, ergens voel ik me een beetje schuldig als ik zo’n dingen zeg, schrijf, of typ. Anderzijds ben ik wel elke avond overprikkeld na een volledige dag met de Brollie & de Broomie. Dan krimp ik ineen bij elke kreet en trek ik instinctief weg van elke aanraking die ik niet zelf initieer. 

Dat klinkt dramatisch, en op het moment zelf voelt het ook wel zo. Zeker als de Broomie dan, ook bevangen in een vlaag van uitputting, theatraal neerzijgt onderaan de trap en tranen met tuiten huilt omdat het tijd is om te gaan slapen. De ironie dat zijn gedrag het duidelijk maakt dat het méér dan tijd is om naar bed te gaan, gaat volledig aan hem voorbij. Ik spreek hem sussend toe, stel voor om hem te dragen. Olie op het vuur. Dan laat ik hem doen. Afhankelijk van mijn eigen gemoedstoestand zeg ik dat we boven wachten, of dat hij het dan zelf maar moet uitzoeken, of helemaal niets.

Happy and blue

De Brollie staat intussen al bovenaan de trap en slaat dit alles gade. Hoewel ze af en toe samen over de rooie gaan, of de ene de andere meesleurt in diens innerlijke afgrond door hem een bloedende lip te geven, is het veel vaker slechts één van de twee die emotioneel blokkeert, en kijkt de andere geïnteresseerd toe, of doet ongeïnteresseerd iets anders. Nu kijkt de Brollie evenwel van de Broomie naar mij en terug, bedachtzaam, maar niet gealarmeerd, terwijl zijn broer toch aan de moeizame klim begonnen is.
“Broomie, zal ik je troosten?” vraagt hij, als een onschuldige vierjarige.
Alsof zoiets nu zou werken. Je zou denken dat hij ondertussen beter wee-
“Ja”, komt het licht bedremmelde antwoord van halverwege de trap.
Ze knuffelen, kort maar innig. Het volgende moment is alles vergeten. De Broomie geeft me een betraande glimlach en rent naar de badkamer, waar hij met behulp van een klein trapje de tandpasta probeert te nemen. Het lukt net.

Later, drie boekjes en twee maal drie keer tien kusjes later, en nog eens opstaan voor een beker water en nog eens om toch naar het toilet te gaan later, dan slapen ze. Ik lig naast de Brollie en val ook even in slaap. In de loop van de nacht zullen ze ongetwijfeld bij mij in bed kruipen, dus dit lijkt me net zo fair.

Portrait of the Sleep Deprived

Brollie & Broomie, Hot, Smart & Sweaty

De school lijkt haar best te doen om het evenwicht en bijgevolg de lieve vrede te bewaken. Het is vast toevallig dat er eerst twee sluitingsdagen in mijn weekdeel vallen, en kort erna twee in het deel van de Moeder. En ook dat het ene oudercontact gebeurt wanneer de kinderen bij haar zijn en het andere wanneer ze bij mij zijn, is waarschijnlijk niet bewust geregeld. Maar voor de mogelijkheid dat het het universum zelf is dat het equilibrium in stand zou proberen te houden, en is het me nog wat vroeg op de dag.

Dinosaurs & pink elephants are cool, right?

De eerste oudercontacten voor de jongens sinds de onfortuinlijke scheiding waren best positief. Zoals ik het begrepen heb, lijkt er weinig impact te zijn op (het gedrag van) de Brollie en de Broomie. Behalve dan dat de Brollie vertelt dat hij nu twee huizen heeft, en daar best blij mee lijkt te zijn. Een beetje een blaaskaak dus, maar hij is dan ook mijn zoon. Toen zijn leerkracht vertelde dat de Brollie in het groepje van de zorgcoördinator zit, fronsten de Moeder en ik wel allebei onze wenkbrauwen. Wij hadden daar immers nog niet van gehoord, ook al zat hij in dat groepje sinds het begin van het jaar. Had hij leerproblemen? Gedragsproblemen? “Oh, ze werken rond hoogbegaafdheid. We zijn nog niet zeker over de Brollie, maar hij amuseert zich.” Oh …

Ik ben niet zo arrogant dat ik nu ga zeggen dat de Brollie duidelijk mijn zoon is, zonder het op z’n minst wat te hedgen in een poging tot humor. Bij deze. Maar aan de andere kant is de kleine blaaskaak* duidelijk mijn zoon, omdat hij ‘s nachts wakker wordt op een nat bezwete matras. Het lag waarschijnlijk voor een deel aan het feit dat het over nog ongewassen hoeslakens ging, maar toch, de hoeveelheid zweet was indrukwekkend. Omdat het relatief vroeg was, mocht hij al in mijn bed gaan liggen. Ik zou nog wat opruimen, en er later bij gaan liggen. Een peuter en één volwassene in een tweepersoonsbed, dat is geen enkel probleem. Maar dat was uiteraard buiten de waard gerekend.

Why do I even have three beds?

Ik kan het me wel inbeelden, dat de Broomie wakker wordt, ziet dat zijn broer niet meer in zijn bed ligt, en dan slaapdronken naar de andere kamer strompelt en zich naast de Brollie neervlijt. Zo erg vind ik het dan niet om mij te beperken tot (ruim geschat) zestig centimeter. Voor je het weet, slapen ze toch weer in hun andere huis.

* nee, zelfs voor een vierjarige Antwerpenaar is de Brollie geen blaaskaak.

Brollie & Broomie Don’t Do Everything Together

Nog geen terrasjes voor mij. Ik heb de tijd nog niet gevonden, en ik ga niet zo graag in de regen zitten, in tegenstelling tot heel veel andere mensen, blijkbaar. De Brollie & de Broomie hebben ook nog geen terrasje gedaan, maar zij voelen niet dezelfde hunkering. En ze zijn evenmin fan van de regen. Niet ideaal, aangezien het water naar mijn gevoel al weer enkele weken elke dag uit de hemel valt. Het grondwaterpeil spreekt dat gevoel ongetwijfeld wel tegen.

Afgelopen vrijdag had ik een self-care dagje gepland. Kinderen afzetten op school, doorfietsen naar de psycholoog, dan een massage, en vervolgens, geheel ontspannen, een grote hoeveelheid groentensaus maken om in te vriezen. Strak gepland dus, maar niet te strak. Zeggen dat ik er al een tijdje naar uitkeek, is zacht uitgedrukt. De nacht ervoor werd de Brollie ’s nachts wakker van de pijn. Groeipijnen, vermoedde ik, want dat is het meestal. Ik had nog geen pijnstillers in huis, voor mezelf, noch voor de kinderen. Hij jammerde van de pijn, en ik kreeg een kleine ingeving. Snel even naar de keuken, en ik kwam terug met een beker water en een halve multivitaminenpil die ik zelf af en toe neem. “Dit is normaal niet voor kindjes”, was het enige dat ik erover zei. Technisch gezien correct. Hij slikte de pil door en ging snikkend liggen. Tien minuten later sliep hij weer. Geen idee of ik er iets van aan het placebo-effect kon toeschrijven, maar we hadden allebei het gevoel dat er iets aan zijn pijn gedaan was. En dat was al goed.

Wanneer de Brollie de volgende ochtend bij het ontbijt zegt dat hij oorpijn heeft, golft de spanning door mijn lijf. Hij ziet het echt niet zitten om naar school te gaan. Ik schaam me niet om te zeggen dat ik op dat moment bijna in huilen uitbarstte. Ik schaam me een beetje om toe te geven dat ik hem toch nog wat push om alsnog naar school te gaan. Tot en met alles klaarmaken en de finale beslissing pas aan de schoolpoort nemen; we zetten sowieso de Brollie af, natuurlijk. Zou ik de Brollie een pijnstiller gegeven hebben en hem toch naar school hebben gestuurd, mocht ik er in huis gehad hebben? Ik wil graag denken van niet, al was het maar omdat ik dan toch helemaal ontspannen van mijn dag had kunnen geniet.

He’ll grow into it eventually…

De Brollie en ik fietsen samen terug naar huis. Met enige berusting bel ik mijn afspraak bij de psycholoog af. Niet veel later is hij aan het jammeren van de pijn, onbedaarlijk snikken en roepen om zijn mama. Nu ben ik helemaal blij dat ik hem niet naar school gestuurd heb. Gelukkig voor hem is thuiswerken nog steeds de norm, én ziet de Moeder hem enorm graag. Dus ik pak hem op en we gaan op weg. Een kleine tien minuten later staan we voor haar deur. Hij krijgt knuffels en Perdolan, ik ren snel even naar de apotheker om mijn eigen voorraad in te slaan. Wanneer ik hem niet veel later terug oppik, is hij helemaal opgekikkerd door de moederliefde en de farmacotherapie.

Met een lichte terughoudendheid bel ik mijn eigen moeder op. Of ze niet even op haar zieke kleinkind wil passen? Uiteraard wil ze dat. En zo kon ik alsnog, voor het eerst in maanden, doelbewust, welwillend en liefdevol, aangeraakt worden door een volwassene. Ik kan iedereen een massage aanbevelen, zeker in deze tijden. (Waarvoor dank, Valerie.) Binnenkort wil ik het uiteraard zelf komen doen, bij u thuis, maar dat is een verkoopspraatje voor een volgende keer.

De dag erop mocht de Broomie een hele voormiddag in een bos gaan spelen voor een verjaardagsfeestje. In de regen. En heb ik twee keer veertig minuten gefietst met de Brollie om de Schelde even over en weer over te steken met de waterbus. In de regen. Gelukkig smelten we niet, ook al zijn we zo zoet. Maar het mag toch stilaan stoppen met regenen.

Brollie & Broomie, First Night

Afgelopen weekend sliepen de jongens en ik voor het eerst in het nieuwe huis. Hun enthousiasme was bijna tastbaar, want ja, nieuwe dingen zijn leuk! Toen er dan ook nog eens ongepland een vriendje dat in dezelfde straat woont, kwam binnengewaaid met zijn moeder, toen was het feest compleet.

Het is nog een klein beetje kamperen, en dat zal nog wel een tijdje zo blijven, aangezien er nog stevig gewerkt moet worden. De vloer van de woonkamer moet geschuurd, de vloeren boven vervangen (ieuw, vast tapijt …) en de elektriciteit komt nog uit de tijd dat de kabels geen kleurcodes hadden en probleemloos in metalen buizen gestopt werden. Ik probeer mijn aankopen dus nog te beperken tot wat makkelijk verplaatsbaar en niet enorm stofgevoelig is, wat betekent dat we allemaal op lattenbodems op de vloer slapen, en ook dat er nog niet direct een televisie komt. Hopelijk duurt dat niet té lang, kwestie dat ze niet te veel van Avatar: the Last Airbender zonder mij zien.

Tussen het moment dat ze met gepoetste tanden in bed lagen en dat ze daadwerkelijk sliepen, zat ongeveer twee uur. Dat was ongeveer zoals ik het ingeschat had, al bleek het toch te lang om niet af en toe frustratie te voelen. De jongens, met hun dinosauruslakens, wilden natuurlijk ook een kussen om in hun kleine sloop te steken. Ik was helemaal vergeten dat ik er ook voor hen gekocht had, dus kregen ze mijn kussens. Niet dat ze met kussens slapen. Dat van de Broomie eindigde tussen hun bedden in als een tafeltje, terwijl de Brollie het zijne even later terug naar mijn kamer bracht. “Dat is lief van mij, hè, papa?”

De Broomie had al snel het plan om niet te gaan slapen. Hij wou opstaan, zei hij. Zelfs zijn broer vond dat absurd. Het was immers nog niet eens donker geworden, laat staan opnieuw licht. Na een uitzonderlijk vierde boekje, drie kwartier na aanvang, was er nog niet veel veranderd. Ik legde me afwisselend naast hen neer, wat na een tijdje toch zoden aan de dijk leek te zetten. Zeker toen ik wakker gemaakt werd door de Broomie. De Brollie lag vredig naast me te ronken.
“Papa, ik moet pipi doen”, zei de Broomie.
“Ja, doe maar, schatje”, mompelde ik verweesd.
“Jij moet mee”, zei hij, en vertrok richting badkamer, in het volste vertrouwen dat ik zou volgen.
Dat deed ik, uiteraard. Praktisch gezien heeft hij me niet meer nodig daarvoor. Maar een mens floreert niet op het praktische alleen. De Broomie kroop uitgeput in bed en drukte zijn leeuwtje, Leeuwtje Leeuwtje Leeuwtje, tegen zich aan. Ik vlijde me naast hem neer. Na minder dan vijf minuten vielen zijn oogjes toe.

De volgende ochtend was het vroeg. Zo gek was dat niet. De jongens zijn hun wekschaap gewoon, een wekker die hen toont wanneer ze naar beneden mogen. Zoiets heb ik (nog) niet, dus zaten ze op het glorieuze tijdstip van zes uur ’s ochtends op een zondag aan mijn hoofdeinde. Gelukkig waren ze nog moe genoeg (obviously) om een half uur lang niet veel meer te doen dan wat je normaal doet zo vroeg op een zondagochtend: niet veel. Daarna moest ik wel opstaan, want ik had hen pannenkoeken beloofd, en wat voor vader zou ik zijn als ik zo’n belofte niet nakwam?

Staring wistfully

Wel, exact diegene die ik ben, blijkbaar. Want mijn intenties waren misschien goed, mijn planning was dat allerminst. Oh, ik had bijna alles, en misschien had ik iets enigszins eetbaar kunnen produceren. Maar na enkele minuten proberen om een pannenkoek te draaien met een mes zonder mijn pannen kapot te maken, half bedwelmd door de zware geur van olijfolie zo vroeg ’s ochtends, gaf ik er toch maar de brui aan. Gelukkig is een kindermond bijna even snel gevuld als een kinderhand. Havermout zou een enorme teleurstelling geweest zijn. Havermout met een stukje chocolade? Dat was bijna even goed als pannenkoeken.

Morgenavond zijn ze hier weer. Dan komt er een echte ochtendroutine bij kijken, met op tijd de deur uit zijn, kleren aan en boterhammen bij. Maar ik heb nu alles in huis om pannenkoeken te maken. Dus het komt wel goed. 

Brollie & Broomie Take a Break

Ah, paaspauze. Die tijd van het jaar waarin er nog steeds niet veel te doen is, het weer op een paar dagen tijd meer dan twintig graden fluctueert en de kinderen hun tijd hoofdzakelijk verdelen tussen de speeltuin en de zetel. Wel, mijn kinderen dan toch. Wanneer ze bij mij zijn…

Gelukkig heb ik de Brollie en de Broomie kunnen verleiden om naar Avatar, the Last Airbender te kijken met de belofte van een vliegende bizon. Met hun drie en vier jaar zijn ze er technisch gezien nog iets te jong voor. Maar als ze zelf willen kijken naar wat waarschijnlijk de beste kindertekenfilmserie van de laatste decennia is, ook al moet het nu nog in het Nederlands, dan hoor je mij niet klagen, voor de verandering. Eens we erdoor zijn kunnen we de vervolgserie The Legend of Korra kijken. En daarna alles opnieuw in het Engels, as God intended. 

Anderzijds blijft het best vermoeiend dat zowat elk afspreken met anderen een schuldig bijsmaakje heeft, zelfs wanneer het buiten en beperkt is. Maar dat hoef ik niemand te vertellen, denk ik. 

Over vermoeiend gesproken, zowel de Moeder als ik hebben een flauw vermoeden dat de Brollie en de Broomie eigenlijk niet meer op hetzelfde uur zouden moeten gaan slapen. De Brollie roept ons vaak nog een half uur tot een uur terug naar boven, voor water, voor kusjes, om iets te vertellen of om naar het toilet te gaan, terwijl de Broomie al na vijf minuten vredig ligt te knorren. 

He will rise again!

Maar noch de Moeder, noch ik hebben op dit moment veel zin om het avondritueel daarvoor uit te breiden. Misschien eens we in onze nieuwe, afzonderlijke routines zitten. Al kunnen we waarschijnlijk ook een paar maanden wachten tot de Broomie de Brollie wat ingehaald heeft. Zo’n problemen lossen zichzelf wel op, toch? 

Over anderhalve week heb ik een nieuw huis en kan iedereen op zoek naar het nieuwe normaal. Dat mag natuurlijk met vaccinaties en cafés, cultuurhuizen en vrienden. Maar met een beetje zon komen we ook al een heel eind. 

Brollie & Broomie Adapt

“Ben jij terug verliefd op papa?”

Er klinkt vooral nieuwsgierigheid door in de stem van de Brollie. Het zegt in de eerste plaats iets over de communicatie tussen de Moeder en mezelf in de afgelopen maanden, dat een weinig gespannen gesprek hem de illusie geeft van een gelukkige relatie. Het antwoord was uiteraard een wat weemoedig ‘nee, lieverd’, maar dan in de vorm van een vergelijking met hoe je omgaat met vrienden en familie. Al zou kennissen misschien beter passen op dit moment. Dat er ondertussen een rustig ronkende Broomie op mijn schoot ligt, zorgt natuurlijk voor een aura van rust en zachtheid; dat helpt ook.

Ik vraag me af in hoeverre ik het verhaal van de scheiding moet laten evolueren ten opzichte van de Brollie. Het was oorspronkelijk ‘mama is niet meer verliefd op papa, maar papa nog wel op mama’. Dat kan, gelukkig, niet blijven duren. Maar om nu tegen mijn kinderen te gaan zeggen dat ik ook niet meer verliefd ben, of toch, op z’n minst, dat het allemaal niet meer hoeft voor mij, niet meer kàn voor mij, na de afgelopen periode … Ik denk niet dat ik het zelf al ga aanhalen.

Het is wat het is, uiteraard, maar dat is ook: niet al kommer en kwel. Er is eindelijk licht aan het einde van de administratief hypothecaire tunnel. Dat betekent dat we binnenkort het best vermoeiende birdnesting achter ons kunnen laten, waarbij de kinderen in het huis blijven en wij wisselen. Dan zal het aan de kinderen zijn om te wisselen, halftijds bij de Moeder in het vertrouwde huis en halftijds bij mij in een volledig nieuwe situatie. Dat wordt ongetwijfeld aanpassen voor hen, en dus vermoeide kindjes die veel zullen moeten slapen en knuffelen en af en toe huilen en krijsen. Maar we zitten op dit moment wel op een goeie plek, de kinderen en ik.

Pictured: a good place

Deels komt dat door het wegvallen van de grote spanning die een langzaam crashende relatie met zich meebrengt. Anderzijds is het ook een gevolg van de lange weg die het afgelopen anderhalf jaar afgelegd heb (vaarwel digitale marketing, hallo psycholoog), en waardoor ik me nu beter in mijn vel voel. Het is niet bepaald een rechte lijn naar geluk, maar als er één iets is dat ik geleerd heb, dan is het wel dat je op z’n minst naar een zevendaags gemiddelde moet kijken. Klein coronamopje, dat. We hebben alleszins meer plezier samen, ondanks alles.

Tegen iedereen die zucht en steunt, kreunt onder de voort durende pandemie – dus ook tegen mezelf – zeg ik nu dat we er bijna zijn. Binnenkort zijn we gevaccineerd en wordt het warmer, kunnen we binnen en buiten afspreken en, wie weet, elkaar misschien ook terug aanraken? Ik knuffel mijn kinderen enorm graag (en zij mij meestal ook), en als dit nog een jaar duurt, dan is het ook zo. Maar ik kijk er nu al naar uit om alle mogelijke manieren te leren waarop je consent kan geven en vragen. Om, euh, om mijn jongens goed op te voeden, hè!

Brollie & Broomie Hold on

Ziezo, de Broomie is drie. Als ik cynisch was, zou ik het ‘zijn laatste verjaardag zonder gescheiden ouders’ noemen, en ja, ik ben etwas cynisch op dit moment. Maar hij had verder niets te klagen, me dunkt, met cadeautjes, knuffels, taarten, en een feestje met vier andere kleuters (plus zijn broer). Dat drukte me wel even met mijn neus op het feit dat ik toch blij mag zijn dat ik geen zes kinderen heb, maar echt een verrassing is dat ook niet.

De ongemakkelijkheid om als scheidende ouders een verjaardagsfeestje te organiseren viel best mee, al was die er natuurlijk wel. Maar scheiden is duidelijk geen punt in de tijd, maar een lange, lànge periode in het leven. Voor de Moeder en ik is dat enigszins behapbaar en in perspectief te plaatsen; voor de kinderen is dat licht anders. Oh, de Brollie is helemaal mee, naar eigen zeggen. Ik heb hem de situatie al horen uitleggen aan een vriendje, hoe mama niet meer verliefd is op papa, maar papa wel nog op mama. That’s the story and we’re sticking to it. Dat ik niet meer informatie heb over het hoe en waarom is lastig voor mij. De Brollie hoeft er verder zijn hoofd niet over te breken.

Tiny hands!

Ongetwijfeld doet hij dat toch. Je ziet hem bijna zijn oren spitsen wanneer erover gesproken wordt. En alle vormen van acting out kunnen ook door die lens bekeken worden. Zo had hij het geregeld lastig op het feestje van de Broomie, begon hij te jengelen en te zeuren zodra hem iets geweigerd werd. Was dat omdat hij het moeilijk had met niet in het middelpunt staan op een ander z’n feestje? Was hij moe omdat hij slecht geslapen had omdat hij zo enthousiast was voor het feestje? Was het verwarrend dat zijn ouders er plots weer allebei waren, inclusief de onvermijdelijke spanning die dat met zich meebracht? Wie zal het zeggen!

De Broomie kan zich, drie jaar of niet, nog moeilijker uitdrukken. Af en toe een dramatische huilbui waarbij hij zeer boos is en de Moeder wil; misschien gebeurt dat ook omgekeerd, maar ik neem het hem niet kwalijk als dat niet het geval is. Mijn ouderschap heeft nog steeds te lijden onder de omstandigheden; dat is al sinds voor de scheiding zo, dus het is niet dat ik alle schuld daarop wil afschuiven. Ik weet dat er veel slechtere ouders zijn. Dat is echter geen bruikbare maatstaf, om het beter te doen dan, ik zeg maar wat, Stalin*. Aan de andere kant hoef ik niet per se de beste ouder ooit te zijn. Dat is ook wat te vaag en te hoog gegrepen. Maar ik wil wel de beste vader zijn die ik kan zijn. Het zal waarschijnlijk niet makkelijker zijn op deze manier, maar het motto van 2021 is wel duidelijk ondertussen. Het is wat het is. Misschien moet ik het aan de Broomie aanleren. Als hij het zegt klinkt het vast schattig.

*al wil ik wel even zeggen dat ik wél mijn best zou doen om mijn zoon, welke het ook is, uit een Duits concentratiekamp weg te halen.

Brollie & Broomie Take it All in

Kinderen zijn sponzen. Dat kan tellen als gemeenplaats om mee te beginnen. Want iedereen weet dit, niemand twijfelt hieraan. Tussen kennis en besef gaapt echter een leemte die enkel te overbruggen is door ervaringen, zoals een kleuter die, enorm vrolijk, “What the fuck?!” roept. Hoofdschuddend en met een matig verholen glimlach probeer ik de Brollie te kalmeren en hem duidelijk te maken dat hij dat best niet te veel zegt. Misschien kan het op een later moment door “What the hell?” vervangen worden. Of door “What the heck?”, want ik heb niets tegen vloeken, maar heck is wel gewoon schattig. Als ik het later tegen mijn ouders vertel, terwijl de Brollie enkele meters verder aan het spelen is, en de Broomie nog geconcentreerd bezig is met zijn dessert, vinden zij het ook in de eerste plaats hilarisch. Want ja, vloekende kleuters zijn nu eenmaal grappig. “What the fuck?” zegt de Broomie dan ook, blij dat hij een nieuwe trucje gevonden lijkt te hebben waarmee hij de mensen kan laten lachen. Het klinkt bij allebei als [waddifok], but you know, baby steps.

Open wide!

Natuurlijk zijn hun ouders nog steeds in een scheiding verwikkeld. Dat is een goed woord, ‘verwikkeld’, want het lijkt elk aspect van je leven te omvatten, als een triestig cadeautje in een verpakking van hartzeer. Dat is iets dramatischer dan de werkelijkheid, maar leuk is evenwel anders. Voor ons, maar ook voor de kinderen. De Broomie kan nog niet veel verwoorden; wanneer hij boos is, huilt hij consequent om de ouder die er niet is, dat wel. De Brollie die kan en wil er wel over praten. Wat goed is, uiteraard, maar niet altijd even makkelijk uit te leggen. Hoe leg je de complexiteit uit van een relatie die al meer dan drie keer zo lang duurt als hij leeft? Heel voorzichtig en sterk vereenvoudigd. Gelukkig zijn het niet echt zaken waar hij wakker van ligt, tot dusver.

Hun moeder en ik wel, van de impact op hen. Zeker toen bleek dat de Brollie, op vrolijke wijze, tegen haar had gezegd dat ik zo mijn best had gedaan, maar dat het nooit goed genoeg was voor haar. Ik slikte en bezwoer haar dat ik dat nooit tegen hem gezegd had. Maar ik had het wel gezegd, natuurlijk. Tegen iemand anders en op een moment dat hij wel in de buurt was, maar toch zo geconcentreerd aan het spelen was dat hij helemaal geen aandacht had voor de conversatie. Of dat dacht ik toch. Weer een illusie armer.

Het was zoeken naar een evenwicht in het gesprek erover met hem. Want ik kon niet gewoon zeggen dat het niet waar was. Hoogstens dat ik het zo zag en dat zijn moeder een andere visie op de feiten had. Dat leek niet echt binnen te komen. Toen ik hem daarna zei dat dat voor hem en zijn broer niet gold, dat wij hem sowieso graag zien, of hij nu zijn best doet of niet, of hij stout is of lief, wat er ook gebeurt, toen moest hij heel breed glimlachen. Ik noemde nog wat namen van mensen die hem ook onvoorwaardelijk graag zien, nonkels en tantes, en hij begon spontaan aan te vullen, zijn glimlach mogelijk nog breder. Toen de familieleden op waren, ging hij verder met vrienden en vriendinnen van ons. Op dat punt kon ik alleen maar beamen dat zij hem ook altijd graag zouden blijven zien.

Straks, na school, maak ik popcorn en kijken we samen een film. Dan druk ik hen stevig tegen mij aan, zolang ze dat nog willen. Gelukkig zal dat nog wel een paar jaar zo zijn.