Brollie & Broomie Soothe the Masses

Het is niet mogelijk om met een uitgestreken gezicht te zeggen dat alles opnieuw het oude is. ‘Normaal’ is geen begrip dat ik op enigerlei wijze kan verbinden met 2020; behalve natuurlijk als je er ‘niet normaal’ van maakt, maar dat is valsspelen en wij zijn de Brollie momenteel aan het leren dat een overwinning pas waarde heeft als je je aan de regels houdt. Maar desondanks is de situatie, het leven, de dagelijkse flow, wel een klein beetje opgeschoven in de richting van normaal, al zal het wachten zijn op die allermenselijkste gave van gewenning voor de eindeloze neerwaartse spiraal die dit jaar is gebleken ons niet meer elke dag vol cortisol pompt. Gelukkig kan u in de tussentijd genieten van de avonturen van de Brollie & de Broomie, om uw zorgen even te vergeten. Opium voor een zeer select publiek, als het ware.

Dat gevoel van normaliteit is natuurlijk voor een groot deel te wijten aan de school waar de Brollie & de Broomie nu samen naartoe gaan. Niet dat het daar normaal is, met mondmaskers en restricties en een gapende kloof tussen de ouders en het dagelijkse leven in de klas. Die kloof wordt niet bepaald gedicht door de summiere uitleg die we van onze kinderen krijgen als we er een verslag proberen uit te peuteren. “Spelen”, antwoordt de Broomie als we vragen wat hij vandaag gedaan heeft; “ja”, zegt hij als we de namen noemen van kindjes waar hij mogelijk mee gespeeld heeft, of als we willekeurige namen zeggen. De Brollie geeft ons bij momenten nog steeds een schouderophalend “ça va” als we vragen hoe het was, maar begint af en toe iets meer te vertellen. Dit blijven wel flarden die amper iets doen om de fog of war die over hun dagen ligt te verlichten. Dus vertrouwen we erop dat het allemaal wel losloopt. De school doet haar best, daar hebben we geen twijfels over. En, misschien wel belangrijker, de kinderen gaan graag. Zelfs de Broomie heeft geen traan gelaten bij zijn eerste schooldag. Integendeel, hij nam het handje van zijn juf vast en vertrok, zonder om te kijken, terwijl zijn olifantenrugzakje ons glimlachend nastaarde. Toen we hem even later zochten in het kluwen kinderen van zijn klas, vonden we hem niet terug. Hij bleek vol vertrouwen weggewandeld naar de glijbaan, want die zag er toch wel leuk uit. De juf keek eerst paniekerig rond, om hem vervolgens onder zachte dwang terug naar de rest van de groep te begeleiden. Een liefdevolle warmte golfde door mijn lijf, vooral toen ik me gewoon kon omdraaien en vertrekken.

So very sleepy …

Een gevolg van deze nieuwe indrukken, nieuwe prikkels en nog in te slijten routines is dat ze ’s avonds allebei uitgeput zijn. Dat maakt de avonden wel wat huileriger en lastiger, maar zorgt er – oh, ironie! – ook voor dat ze niet meer zo goed slapen ’s nachts. Groeipijnen voor de Brollie, sure, maar ook terug een ‘ik wil bij papa in het grote bed’ fase, want uiteraard mocht dit enkele keren in het begin in de hoop de verloren slaap tot een minimum te beperken. Let wel, de Brollie wil bij mij in het grote bed. De Broomie, die wil mij ab-so-lúút niet zien ’s nachts. Wordt hij een beetje tranerig en jengelend wakker, dan transformeert dit tot hysterisch gekrijs als ik naar boven ga. Dit houdt hij dan vol voor wat een eeuwigheid lijkt, maar in feite waarschijnlijk maar vijf tot tien minuten is, tot hij pardoes in slaap valt, van het ene moment op het andere; in een oogwenk van zoveel decibels als een overscherende straaljager tot het vredig geknor van een ronkende kleuter. Weirdo. In het beste geval heeft de Brollie er lekker doorgeslapen, of is hij terug in slaap gevallen. In het slechtste geval heeft hij geen zin meer om alleen in zijn eigen bed te blijven slapen. Hoe het ook zij, de volgende dag betalen we allemaal de prijs.

Sta mij nog even toe om reclame te maken voor mezelf: sinds kort bied ik een massage-aan-huisservice aan, waarbij ik mijn massagetafel in de bakfiets laad en naar uw huis (dat in de buurt van Antwerpen ligt) kom gefietst voor een heerlijke, deugdoende massage. Alle info op folkermasseert.be 

Brollie & Broomie Back Together Again

Groeipijn heet eigenlijk beenpijn heet eigenlijk paroxysmale nocturnale pijn heet eigenlijk benign idiopathic paroxysmal nocturnal limb pains of childhood. De Brollie maakt het allemaal niets uit. “Ik ben aan het groeien”, snikt hij, zijn gezicht verwrongen van de pijn, zijn handje rond zijn enkel geklemd. Het is altijd erger als hij uitgeput is, zeker als hij ook nog veel fysieke inspanningen geleverd heeft. Heel triestig, maar dat zal de komende weken minder een probleem zijn, aangezien we opnieuw in hoge mate aan ons huis gekluisterd zitten. No physical activity for you, buddy.

Exactly.

Heel eerlijk: we zien het niet volledig zitten. Met ‘we’ bedoel ik vooral the Missus, aangezien onze crèche de volgende twee weken dicht is. Ze zit volgende week dus sowieso al thuis was met de twee monstertjes terwijl ik ga werken, maar nu kan ze niet eens afspreken met iemand anders en moet ze er bij elke stap buitenshuis ook nog eens aan denken om een mondmasker aan te doen, bovenop de hele zooi die je sowieso al moet meesleuren als je met kleine kinderen op stap gaat. De week erop zouden we met ons gezinnetje op vakantie gaan naar een hoeve-met-kinderboerderij (Google tip: “gottinger varkens”). De vraag is natuurlijk of wij, Antwerpse leprozen, nog welkom zullen zijn in de koningin der Vlaamse Ardennen. Het is alleszins een noodzakelijke verplaatsing, laat daar geen twijfel over bestaan. Onze hoop is dat die mini varkens enigszins de sociale contacten kunnen vervangen die we moeten ontberen.

Not those piggies.

Het enige pluspuntje is dat de Brollie en de Broomie elkaar wel kunnen appreciëren. Zolang ze wat uitgerust zijn (lees: niet te vroeg ’s ochtends en niet te laat ’s avonds), vormen ze een topteam, met lachen en spelen en knuffels en rennen en samen boekjes lezen. Ook als we proberen om ze samen te laten slapen gibberen ze er een heel eind op los. Maar dat vinden we dan weer niet zo leuk.

Exactly.

En ja, de lockdown 2.0 is nog maar net begonnen, maar het is zeker niet zo dat we in de tussentijd aan grootse bacchannalia hebben deelgenomen, laat staan zelf georganiseerd. Te midden van een ongeziene pandemie leek erring on the side of caution ons de beste strategie. Misschien hadden we toch beter enkel uitspattingen toegelaten. Er is natuurlijk ook zoiets als te voorzichtig zijn, zoals de Broomie die door de crèche naar huis wordt gestuurd omdat hij een peuter is, ik bedoel omdat hij groene snottebellen had. Pas met een attest van de dokter waarin staat dat hij géén corona heeft, kan hij terugkomen. De dokters hebben het vast nog niet druk genoeg.

Wat we gaan doen in de laatste week van augustus, als the Missus opnieuw gaat (thuis)werken, de Brollie naar zijn kampje mag (r-right?), en ik ook wat beleg op de plank probeer te brengen (naast het brood dat the Missus levert), dat weten we nog niet. Thuiswerken met een peuter blijft je reinste onzin, voor alle duidelijkheid. Misschien kunnen we hem heen en terug op een trans-Atlantische vlucht zetten. Want daar heb je blijkbaar geen attest voor nodig.

2020, am I right?

He’s gonna do a 2020.

Brollie & Broomie Can’t Sleep, Won’t Sleep

Onze kinderen slapen vrij goed. Soms wordt er ’s nachts eentje wakker, maar dat is eerder regel dan uitzondering en meestal vrij makkelijk op te lossen. Al bestaat dat oplossen soms gewoon uit een huilend kind knuffelen tot de kramp annex groeipijn voorbij is. “Ik ben aan het groeien”, snikt hij dan. Quel drame! En af en toe mag de Brollie ook op het kleine matrasje bij ons op de kamer. De Broomie niet; hij is veel te enthousiast als wij erbij zijn en komt niet verder dan met een brede glimlach op zijn gezicht de ogen te sluiten en tien seconden lang te doen alsof hij slaapt. Schattig, maar niet om twee uur ’s nachts.

Het inslapen, daarentegen, dat is de laatste dagen wat problematisch geworden. De Broomie schikt zich nog enigszins, vraagt opnieuw en opnieuw een laatste knuffel (“Eéntje?”), of even buiten kijken, of in de stoel gaan zitten, maar uiteindelijk gaat hij wel slapen. Of toch op z’n minst rustig tegen zichzelf praten in zijn bed. De Brollie die heeft er echter geen zin meer in. Hij gaat vlot mee in het avondritueel, met tandenpoetsen, warme melk en verhaaltjes lezen, als waren we een sitcom uit de jaren vijftig. Maar zodra het tijd is om ondergestopt te worden, dan weigert hij, carrement. We proberen hem in eerste instantie vooral rustig te houden. Er ligt immers een Broomie in de kamer ernaast.

The sacred ritual
The sacred ritual

Dat is ook wat de Brollie, en bij uitbreiding de Broomie, het liefst doen op dat moment: samen spelen. Gaan wij te vroeg (te hoopvol) naar beneden, dan lijkt het soms even rustig, tot het gegiechel en gestommel van die aard wordt dat het weergalmt door onze gang. Dan begeef ik me met zware tred naar boven en hoor ik in een luid gefluister “Huh? Papa!”, gevolgd door meer gegiechel en gestommel. Als ik binnenkom gooien ze zich op de matras, knielend, biddend bijna, als ze niet zo aan het lachen zouden zijn, verstopt voor mij in hun gedachten. De Broomie laat zich gewillig terug naar zijn bed voeren. De Brollie in het geheel niet. Terwijl ik op de gang wacht tot de combinatie van verveling en uitputting hem teveel wordt, vraag ik me af waarom ze overdag nooit zo lang gezellig samen kunnen spelen.

Op andere momenten is het minder fijn, met geruzie en gekrijs. Dat hoort er ook bij, waarschijnlijk, maar leuk is anders. Zeker omdat hij overdag dan zo moe is dat alles veel moeizamer loopt, inclusief het gaan slapen. Tijd dus om gestructureerd (te proberen) op te voeden, met afspraken en regels en stickers en beloningen. Want een beetje rust kunnen we allemaal wel gebruiken.

Brollie & Broomie Grow Out of Our Shell

Het is, dat zei ik al eerder, niet al kommer en kwel. We zijn dan wel geen gezin dat één is met de natuur, elkaar, onze emoties en/of de energetische aardstralen die bij momenten tussen mijn slapen lijken te kloppen. Maar het beetje verlichting dat de crèche en de school hebben gebracht, en het vooruitzicht op nog een klein beetje meer verlichting, het maakt alles net iets draaglijker. Wat nu begint op te vallen, na ettelijke maanden in zeer beperkt gezelschap, is de evolutie van onze kinderen.

Waar de Brollie in het begin van deze pandemie nog eigenzinnig en koppig was, met een neiging tot onredelijke tantrums, is hij nu nog steeds eigenzinnig en koppig, met een neiging tot onredelijke tantrums, maar komt er af en toe ook een heel lief jongetje piepen dat veel te zeggen heeft. Een jongetje dat zijn broer stevig knuffelt als die ongelukkig is, en altijd met een voorstel afkomt over wat we gaan doen; een jongetje ook dat al heel goed boos kan worden, met ostentatief gezucht en vloer-trillend gestampvoet. Een jongetje, ook, dat altijd meer wil. Geef hem een vinger en nog voor zijn handje er goed en wel rond zit, vraag hij of hij je schouder uit de kom mag trekken. Ik overdrijf, zo sterk is hij niet, maar als het van hem afhangt blijft het nooit bij één ijsje, of één aflevering van Paw Patrol. Hij zal alleszins niet opgroeien tot iemand die nog nooit ‘Nee’ heeft gehoord. Als hij niet té moe is, leert hij dit gelukkig steeds beter accepteren. Als hij wel te moe is, leidt dit vaak tot shakespeareaanse pathetiek.

IMG_20200521_080905b
Feed us, father!

Dat deelt de Brollie met de Broomie, zowel de pathetiek als de gulzigheid. Wat dat over hun ouders wil zeggen, daar heb ik geen idee van. De uiting van die gulzigheid is wel merkbaar anders. Geef je de Broomie een vinger, dan kijkt hij er even naar, dan naar jou en zegt hij ‘Meer’. Dit blijft hij doen tot je alle tien je vingers voor zijn gezicht houdt, waarop hij ze zonder aarzeling, als een slang die haar onderkaak ontwricht*, allemaal in zijn mond propt. Vervolgens, terwijl zijn lippen het eten amper kunnen bedwingen en het kwijl langs zijn kin naar beneden stroomt, kijkt hij je terug aan, een brede glimlach op zijn gezicht, voor hij het eten met zijn handjes terug naar binnen probeert te duwen. Schattig en walgelijk tegelijk. Dat vat hem goed samen, denk ik. Temeer omdat hij soms, geregeld, te vaak, na zijn middagdutje zijn slaapzak uitritst, uit zijn bed klimt, zijn luier uitdoet en vakkundig op de vloer kakt. Vol trots staat hij dan naast zijn uitgesmeerde uitwerpselen als ik de deur opendoe, bruin handjes liefdevol naar mij uitgestoken. Walgelijk, maar schattig.

De jongens kunnen nu terug naar de crèche en naar school, toch al drie dagen per week. Daar zijn we alle vier enorm blij mee. Plots opnieuw op een specifiek uur ergens moeten zijn, vergt enige aanpassingen, maar het is niet zo dat we nu vroeger opstaan. “Papa!” roept de Brollie soms op een onchristelijk uur door de gang, “De Broomie is wakker!” Ja, nu wel, zoon. Nu wel.

 

* dit klopt niet helemaal, maar het beeld is accuraat.

Brollie & Broomie Dull and Overstimulate

De Broomie mag terug naar de crèche, en het is alsof hij nooit weggeweest is. Vorige week en deze week ging hij enkel op de momenten dat ik buitenshuis werkte, maar vanaf volgende week mag hij opnieuw elke dag (denk ik? Zoals alles deze tijden, is het onzeker). Dat verlicht ons leven al enigszins. Al geef ik toe dat ik niet meer precies weet wat ik wil: meer rust? Of minder rust?

Want in de eerste plaats, dat geef ik grif toe, verveel ik me. Kinderen zijn heel leuk, en zo, maar een hele dag spelen, nee, daar slaag ik niet in. Iets nuttig of productief doen zou leuk zijn, maar dat komt er zelden van. Nu wel (ja, dit telt als productief zijn), al is het met horten en stoten, terwijl de jongens naar de psychologische horrorfilm ‘Pinocchio’ kijken; die ezeltransformatie! Een walvis met tanden! ’s Avonds lukt een mentale inspanning zelden, ook als de jongens goed gaan slapen. Als ze niet goed gaan slapen, dan wordt het de-escaleren van de situatie de avondactiviteit. Gaan lopen, dat komt er af en toe wel eens van. En binnenkort naar dat ene gezin waar we een beetje mee samengesmolten zijn, op een respectabele anderhalve meter afstand wanneer mogelijk, voor een bordspelletje.

IMG-20200507-WA0002
KEEP YOUR DISTANCE!

Anderzijds blijf ik elke onderneming met de kinderen die afwijkt van de routine stresserend vinden. Zelfs als de Broomie gewoon rondloopt in het park, hou ik voortdurend mijn hart vast, in de hoop dat het kan helpen voorkomen dat hij aangereden wordt door een fiets, of met de ogen open in een rivier waggelt. Maar ook de routine blijft stresserend, of toch alleszins enorm prikkelend en bij momenten ook overprikkelend. Want jeetje, zo’n kinderen kunnen veel lawaai maken en doen dit vooral onafgebroken.

Ja, sorry, ik heb besloten dat ik mag klagen, ook al hebben (veel) andere mensen het (veel) zwaarder. Voor deze pandemie had ik mijn leven zo ingedeeld dat ik geregeld uren had waarin ik helemaal alleen was zonder al te expliciete verplichtingen. Die uren zijn volledig verdwenen, en ik mis ze. Wandelingen in het park zijn ook leuk, maar toch niet echt hetzelfde.

Toch is het niet al kommer en kwel. Gelukkig maar. Perspectief zou uiteraard leuk zijn; de Brollie zal waarschijnlijk pas echt terug naar school mogen in september. Er vallen evenwel genoeg leuke momenten te rapen, met onze schattige en relatief brave kinders. En als the Missus of ik het even niet meer zien zitten, creëren we een beetje rust en afstand voor de ander. Maar eerlijk? Iedereen hier in huis zou graag andere leeftijdsgenoten zien.

Brollie & Broomie Have an Opinionated Father

Geen leuke kinderverhalen deze keer; enkel wat tristesse over de komende weken. Maar ik zet er wel een leuke foto bij.

De Belgische exitstrategie is even triestig als voorspelbaar. Met één persconferentie staat de mens weer volledig ten dienste van de economie, het voortschrijdend inzicht van de afgelopen decennia dat er meer nodig is voor een gezonde gemeenschap ten spijt. Je kan het moeilijk op de experts steken. In een groep virologen en economen wordt de mens nu eenmaal snel herleid tot een homo economicus annex virale incubator. Maar hier staan we wel weer, van de ene dag op de andere, terug in een maatschappij met enkel onafhankelijke gezinseenheden die in de eerste plaats bestaan uit werknemers, in de tweede plaats uit consumenten en tot slot, als er nog een beetje energie over is, uit sociale wezens.

Hoe is het anders te verklaren dat alle winkels opnieuw opengaan voor er zelfs maar overwogen wordt om vrienden of familie te bezoeken? Welke zinnige uitleg is er te bedenken dat je golfclubs mag kopen in de winkel en naar de golfclub mag gaan, allemaal onder het mom van een essentiële verplaatsing, maar dat je niet in het park mag gaan picknicken? Het zou grappig zijn als het niet zo schrijnend was, dat consumeren blijkbaar belangrijker wordt geacht dan sociaal contact.

IMG_20200427_100542
For my next trick, I will consume this banana.

Er zijn veel mensen die het in deze tijd extra moeilijk hebben. Ik heb zelf een peuter en een kleuter rondlopen, dus daar denk ik zelf het eerste aan, want het moet gezegd: het is ondertussen best zwaar om voortdurend, zonder onderbreking, aan alle zorg voor mijn kinderen op te nemen en zo veel mogelijk aan hun noden tegemoet te komen. Alle noden lukt uiteraard niet, want een kind heeft veel meer nodig dan enkel hun ouders. Klagen is echter geen optie, omdat ik me maar al te goed bewust ben van mijn luxepositie: twee ouders, deeltijds werk, een huis met een tuin en afzonderingsmogelijkheden, en een gigantisch park op een boogscheut van de voordeur. Er zijn ontelbare gezinnen die al deze luxe niet hebben, die niet geholpen zijn met tuincentra en partijtjes tennis. Zowat alle mogelijke oplossingen voor de zorg van kinderen (nog los van hun pedagogische noodzaak om andere mensen en leeftijdsgenootjes te zien) vloeien voort uit een sociaal netwerk, een netwerk waar iedereen nu al weken van afgesneden is. Laten we wel wezen: de veiligheidsraad heeft alle kwetsbare groepen alleen wat lippendienst bewezen, maar geen enkel perspectief geboden.

In de komende weken zal er voor veel mensen (waar ik al dan niet bij hoor) maar één mogelijkheid zijn om het leefbaar te houden: de regels met de voeten treden en toch opnieuw dat sociaal netwerk aanspreken. Sommigen zullen ziek worden, in de winkel of in het huis van hun familie, maakt niet uit, dat is onontkoombaar. Maar hoeveel mensen zullen er daarna bij de contact tracing liegen? Hoevelen zullen doen alsof ze zich toch aan de regels hebben gehouden, en zullen niet het volledige plaatje durven geven? Hoeveel besmettingen gaan we op deze manier missen, omdat men niet kon inschatten waar mensen het meeste nood aan hebben?

Deze exitstrategie gaat diepe wonden slaan, los van de eigenlijke pandemie, en die wonden gaan lange tijd onder het oppervlak etteren. Uiteindelijk zal het ons veel meer geld kosten dan deze kortzichtigheid ons oplevert. Om van het menselijk leed nog maar te zwijgen. Want dat is blijkbaar bon ton.

Brollie & Broomie Could Use a Village

Er zit enige regelmaat in onze dagen, nu de vierde week van ons isolement voorbij glibbert, vormloos en vol momenten waarop je het doelbewust negeert. Zo’n dag begint meestal met havermout. Het zou beter zijn als de dag begon met de Brollie die zijn luier uitdoet en even op het toilet gaat zitten. Maar op die momenten, voor de koffie, kunnen we nog niet al te veel druk leggen op onze kinderen. De Broomie krijgt wel een nieuwe luier, omdat hij nu eenmaal kleiner is en zijn protest nietig blijkt in het aanschijn des ouders. Dan snel havermout en melk bestralen met microgolven en er wat vloeibare vitamine D bij. Behalve als de Brollie een boterham wil. Dat gebeurt soms, en het mag, maar we duwen dat moment vooruit tot de Broomie al wat havermout in en rond zijn mond heeft, want uiteraard wil hij ook wat zijn broer heeft. The Missus eet pas als de kinderen klaar zijn, maar toch komen ze steevast terug om de boterhammen van haar bord en uit haar mond te eten.

Willen wat de andere heeft, dat werkt in beide richtingen, en de Brollie heeft ondertussen door dat als eerste iets vasthebben speciale rechten geeft. Dus nu gebeurt het dat hij iets uit de handjes van de Broomie trekt en vervolgens uit volle borst “Ik had het eerst!” roept tegen de nu luid krijsende Broomie. Zo duidelijk zijn de ruzies niet altijd, ook wel omdat ik me af en toe afzijdig probeer te houden. Dan kom ik me pas moeien als het al wat ontspoord is, met zulke ouderlijke parels als “Je mag je broer niet slaan”, “Ga van je broer af” en de immer nutteloze “Als jullie niet samen kunnen spelen, ga dan gewoon een beetje verder uit elkaar zitten”. Dit speelt zich meestal af tussen acht en negen uur ’s ochtends, na het ontbijt, als ik rustig een koffietje wil drinken en de keuken wat probeer op te ruimen. Niet makkelijk als je de hele tijd parels moet gaan uitstrooien.

IMG-20200417-WA0010
When I ask them to listen to me …

Vervolgens wordt er aangekleed, wat meestal verrassend vlot gaat. Misschien omdat de kinderen daarna gelucht worden. Met loopfiets en kinderwagen doen we een grote wandeling door het park. De Brollie wil racen, dus dan ren ik met de kinderwagen naast hem. Tot mijn opluchting ben ik nog steeds sneller, ook als ik de Broomie moet voortduwen. Ik geniet ervan zolang het duurt. Soms komen we een klasgenootje van de Brollie tegen. Op die momenten verlies ik alle autoriteit en zit er niets anders op dan de Brollie te volgen die zijn klasgenootje volgt. Ik berust en praat met de ouders; nog nooit zo’n lange gesprekken gevoerd met de ouders van zijn klas. De Broomie hou ik tijdens dit alles in zijn kinderwagen, wat lukt zolang we in beweging blijven. Het probleem is niet zozeer dat hij eruit wil, maar wel dat hij er niet meer in wil achteraf. Uiteindelijk ronden we de wandeling af, in het beste geval vóór de Brollie moe is en ik zijn fiets moet dragen, en gaan we terug naar huis.

Dan fruit (voor de kinderen) en opruimen (voor mij, meestal) en dan boterhammen. En dan terug naar bed. De Broomie protesteert soms, maar gaat over het algemeen vrij vlot slapen, en slaapt dan ook een uur of twee, drie. Pro-tip: doe hem nog geen luierbroekje aan, want als je hem gaat halen staat hij soms (of toch één keer) met zijn luier in de hand; “Kaka ‘daan!” De Brollie is een wispelturiger beestje in dat opzicht. Als hij zegt dat hij op zijn kamer wil slapen, bedoelt hij dat hij daar wil spelen om vervolgens zijn broer wakker te maken. En leggen we hem bij ons in bed, met onszelf er schijnslapend naast, dan is het een kwestie van bidden en chance of hij al dan niet ook een dutje gaat doen en er een uurtje rust afgepingeld kan worden. Sinds deze week lijkt zelfs dat geen optie, en mag hij gewoon wakker blijven. Vaak is de Brollie dan al zo moe, dat er een voortdurende, ongefilterde stream of consciousness uitkomt, veelal over ‘zijn feest’, waarop we alle drie uitgenodigd zijn (als we niet te streng zijn) en waar chocolade en bananentaart zal zijn. Die woordenbrij kan hij makkelijk een half uur tot een uur aanhouden, al onze ‘tijdens het dutje van de Broomie voorzien de ouders geen entertainment’ ten spijt. Maar ach, één kind is al veel makkelijker dan twee kinderen.

Eens de Broomie wakker wordt (of wakker gemaakt wordt, die keren dat hij meer dan drie uur slaapt), is het tijd voor een film. Hoera! Iedereen blij! Momenteel hebben we er drie op rotatie: de poes en de muis (Tom & Jerry), de leeuw (De Leeuwenkoning) en de vis (Finding Nemo). Dit blijkt een stuk bevorderlijker voor ieders gemoed dan series kijken, waar er voortdurend onderhandeld moet worden over al dan niet nog eentje, en het vaak eindigt met een slecht humeur bij iedereen. Een film is duidelijk afgelijnd, vaak beter gemaakt (looking at you, Paw Patrol) en ook leuker voor ons om mee te kijken (looking at you, Paw Patrol). Ondertussen kunnen we ook wat ontspannen, nuttigen we soms wat alcohol (ahum), en wordt er aan het eten begonnen.

Tot slot, het avondritueel. Dat is, euh, enigszins ontspoord. Een week geleden was het tamelijk strak, met twee kinderen die vaak wel op een enigszins christelijk uur aan het slapen waren. Tot het afgelopen weekend … Dat eindigde met the Missus in het grote logeerbed en een kind aan elke kant, en vervolgens ging het door met twee huilende kinderen om drie uur ’s nachts, ik bij een huilende Broomie in bed, the Missus bij een huilende Brollie in een ander bed, en uiteindelijk iedereen moe. Lag het aan de paashaas? Lag het aan het tutje van de Brollie dat hij “meegegeven had aan de paashaas”? Worden de kinderen ons beu en gaan ze de regels testen? Of was het een combinatie van al deze dingen?

[Ondertussen is er nog een week voorbij geglibberd, slapen ze terug enigszins goed, al gilt de Broomie wel uit protest als hij erin gaat, en moet de Brollie nog een kwartier tegen ons lullen voor hij echt wil gaan slapen. Om maar te zeggen, van ons mogen de kleuterscholen en/of crèches opnieuw open. Toch op z’n minst voor iets onnozels als de tuincentra en doe-het-zelf-… Oh, nevermind…]

Brollie & Broomie Get (Home)Schooled

Hakuna Matata! […] Zorg maar dat je geniet

De Leeuwenkoning heeft een vaste plaats in de routine van de jongens verworven, sinds die vorige week is aangekocht. Ik zeg nadrukkelijk ‘De Leeuwenkoning’, want voor €13 heb ik van Google enkel de Nederlandstalige audio en geen ondertitels gekregen. Het zou een slechte deal zijn, moest de prijs per vertoning niet al onder de twee euro liggen, en waarschijnlijk nog zakken tot enkele centen op het moment deze crisis gepasseerd is. Al voelt ‘op het moment dat deze crisis gepasseerd is’ niet echt wezenlijk op dít moment. Alles zal anders zijn, daar lijken de meesten het wel over eens. Beter, of slechter, of een genuanceerde combinatie van de twee, of gewoon koffiedik, daar bestaat nog discussie over. Zelf zie ik het niet, voel ik het ook nog niet, hoe de molensteen van de geschiedenis enkele miljoenen levens zal verbrijzelen in haar apathische gemaal van onze samenleving. Of zoiets. Ik wou ‘onafwendbaar gemaal’ schrijven, maar het had natuurlijk enigszins voorkomen kunnen worden. GELUKKIG HEBBEN WE NU STRAALJAGERS DIE NUCLEAIRE BOMMEN KUNNEN DROPPEN!

Ahum.

De crèche heeft haar deuren gesloten voor onze Broomie, dus wij zijn gezellig met z’n vieren thuis. Het is te zeggen. The Missus werkt voltijds thuis, in theorie. In de praktijk werkt ze enkel als ik niet naar mijn werk moet, wat twee dagen per week is. Ze werkt dus voltijds op drie dagen en de restjes die ze bijeen kan schrapen. Ik heb duidelijk weer aan het langste eind getrokken, want ik mag nog af en toe buiten om met andere mensen binnen spuwafstand te praten, en hoef me niet verscheurd te voelen tussen mijn professionele en parentale zelf. Het is niet de comfortabelste situatie voor ons gezin, maar relatief gezien valt er weinig te klagen; we hebben een tuin en het Rivierenhof, we hebben elkaar, en onze kinderen slapen ’s nachts goed én doen meestal ook nog middagdutjes. Oh, en we hebben schatten van kinderen. Daarom kwam u naar deze blog, toch?

IMG_20200329_184725
Long live the Queen?

Brollie en Broomie lijken alleszins weinig te lijden onder deze crisis. Zij hebben ook elkaar, en dat doet veel. Met veel spelen en superschattige knuffels, en ook veel ruzie en elkaar pesten. De Broomie praat meer en meer, waarschijnlijk geholpen door het feit dat de Brollie haast non-stop aan het kwetteren is, tegen hem, tegen ons, tegen zichzelf, in het ijle. Vaak zijn het vreemde, wat onsamenhangende verhalen, opgehangen aan zijn moeder, Frimous, die op zolder woont (niet the Missus, en ook hebben we geen zolder). Wij knikken en glimlachen en vragen hem af en toe toch om stil te zijn. Zeker ’s avonds, als we de Brollie met zachte doch dwingende hand in de richting van zijn bed drijven, al zijn vertragingstactieken ten spijt. Het zijn er veel en ze zijn doorzichtig, die tactieken, beginnende dus bij gewoon te praten en te praten. Uiteindelijk lukt het meestal wel, en hebben the Missus en ik dan nog een uur of twee om op te ruimen, het huishouden te doen en te decompresseren; ja, ons alcoholgebruik is enigszins gestegen, maar we gaan ook flink joggen. Op andere dagen lukt het iets minder (dank u, zomeruur), maakt hij veel kabaal en komen we erachter dat de Broomie als een kleine acrobaat uit zijn bed kan klimmen. Het einde van een tijdperk. Ah, zo voelt dat dus.

Brollie & Broomie and the Terrible, No Good Corona Virus

In tegenstelling tot wat alle motiverende Instagram posts zeggen, heeft de quarantaine ons niet plots de tijd gegeven om alle projecten te doen die we al zo lang uitstelden en alle vaardigheden onder de knie te krijgen die we al zo lang ontberen. Als de school dicht is en de Brollie thuis zit, dan is er niet veel tijd voor iets anders dan kleuterentertainment. Nog een geluk dat de parken open zijn. En dat de Broomie naar de crèche mag. #houtvasthouden

Want hoewel ze elkaar zeer graag zien, de broertjes, hebben ze soms nog moeite met de grenzen van de ander. Zeker als ze moe zijn moeten we de Brollie soms van een huilende Broomie afhalen. Dan kijkt de Brollie ons met onbegrijpende koeieogen aan terwijl we ettelijke keren vragen om van zijn broer te gaan, tot we hem gewoon oppakken en ernaast zetten. Met een dikke pruillip perst de Brollie er vervolgens wat krokodillentranen uit. Dat duurt ongeveer dertig seconden, voor alles weer vergeten is, inclusief de les die hij eruit zou moeten leren. Dat soort zaken gebeurt vooral als ze uitgeput zijn, natuurlijk, en wij er ook een lange dag hebben opzitten. Overdag, als ze nog echt vol energie zitten, lukt het samenspelen goed, soms verrassend goed, met knuffels en poppenkasten en boekjes en torens en stiekem op het toetsenbord van de laptop duwen want dan gebeurt er van alles (zelfs op het inlogscherm).

IMG-20200315-WA0002
Liefde in tijden van pandemie

Toch is één kleuter al meer dan genoeg om vijf weken te entertainen. Dit moet immers veelal individueel, want ofwel ben ik buitenshuis aan het werken en wordt de Brollie geëntertaind door the Missus, ofwel ben ik thuis en propt the Missus haar voltijdse werkweek in de uren die ze dan heeft. Thuiswerken is allemaal goed en wel, maar dat is niet compatibel met een driejarige, laat staan met een twee- én een driejarige. Waarom daar in de berichtgeving zo losjes wordt overgegaan, is me een raadsel. Ondertussen zijn ook de speeltuinen gesloten, en is het dus elk half uur kijken wat we het volgende half uur gaan doen. Dat is ten minste hoe ik het doe; waarschijnlijk niet heel slim. Maar over een week of vijf zit er vast wel enige regelmaat in. Net op tijd voor de zomervakantie.

Die vijf weken zijn nog maar net begonnen en zullen vast nog uitgebreid worden. Het heeft dan ook geen zin om die onmetelijke periode voortdurend te overschouwen, want daar wordt iedereen toch maar hopeloos van. Dag tot dag enkele leuke dingen doen, zonder al te veel verplichtingen, en blij zijn dat de zon schijnt en dat het park open is. En vertederd zijn, want dat gebeurt gelukkig nog zeer geregeld. Wanneer de Broomie meer kusjes vraagt, en er dan giechelend onder bezwijkt. Of wanneer de Brollie ’s avonds zachtjes in zijn bed zit te huilen en dan, als ik vraag wat er is, antwoordt ‘Merlijn heeft mijn kop thee genomen.’ Hij zit rechtop in zijn bed en lijkt er zeer ongelukkig over. “Euh, zullen we morgen een nieuwe kop thee voor jou maken?” Hij knikt, gaat liggen en is aan het slapen voor ik hem helemaal heb ondergestopt. Komt wel goed, denk ik dan.

Brollie & Broomie Carry on

Na onze tamelijk verschrikkelijke vakantie, bracht het nieuwe schooljaar terug wat welgekomen routine; voor de kinderen en the Missus dan toch. Ikzelf ben een beetje in een, euh, quarter life crisis beland (ja, ik ben nog te jong voor die mid life), en ben nu op zoek en op weg naar een nieuw carrièrepad. Leuk en spannend, maar deze blog gaat natuurlijk niet over mij. Edoch, ik ben sinds 1 december werkloos, en mijn tijd met de kinderen is substantieel toegenomen. Geen totaal irrelevante informatie, dus.

De Broomie is nu echt niet langer een baby. Hij wandelt en hij praat. Maar hij heeft ook weinig haar en is nog steeds enorm schattig, en we merken dat we hem een beetje blijven zien als onze kleine baby. Zelfs met die intelligente, guitige blik waardoor het lijkt of hij op elke moment ondeugend is of zal zijn. Over het algemeen kan hij al goed zeggen wat hij wil, en hij blijft ook bijna continu vrolijk, enkele kleine koortsaanvallen daargelaten. Behalve als de Broomie niet blij is, omdat hij niet gezegd krijgt wat hij wil, of omdat hij niet krijgt wat hij wil. Dan is het nog steeds, alsof je een schakelaar omzet, brullen en dikke tranen. Raakt het opgelost, of raakt hij afgeleid, is hij ook direct weer vrolijk, het enige bewijs van zijn stemmingswisseling de grote druppels die op zijn wangen biggelen.

De Brollie is gelijkaardig zeer groot en zeer klein. Hij praat goed en veel, vertelt verhalen, redeneert, kan zijn eigen emoties benoemen en herkent die ook al enigszins bij anderen. (Terzijde: de verhalen die hij vertelde waren maandenlang over zijn papa die opgegeten werd door monsters en dinosaurussen, waarbij de Brollie dan een superheld was en me moest komen redden; in zijn laatste verhaal was ik echter zelf in staat het monster te verslaan, weliswaar met zijn hulp. Hoera?) Maar evengoed raakt hij nog steeds uitgeput en verliest hij dan veel van die capaciteiten. Voor de kerstvakantie was het al duidelijk dat hij nood had aan wat rust. Maar jammer genoeg was dat niet wat de kerstvakantie in de aanbieding had.

IMG_20200108_174036
Begging for scraps

Op de dag van kerstavond, bij de familie van the Missus, op het appartement van haar vader, speelden de Brollie en de Broomie tamelijk goed samen, al duurde het soms lang en werden er af en toe grenzen opgezocht. Maar na een fijne kerstavond, toen de Broomie al goed was gaan slapen, probeerden we de Brollie ook in bed te leggen. Dit in een slaapkamer die enkel door één deur gescheiden werd van het (zeer rustige) feest. Ruim twee uur later, twee uur waarin hij allerlei excuses verzon om toch maar uit bed te komen en ik steeds geïrriteerder werd, hebben we het opgegeven. Zodat hij tegen elf uur nog steeds in de woonkamer aan het rondlopen was, lijkbleek en met grote, donkere wallen, maar wel vrolijk. Niet bepaald bevorderlijk voor de nachtrust.

Kerstmis was beter op dat vlak, omdat we ’s avonds in ons eigen huis sliepen, maar de twee dagen vol aandacht en verwennerij, gevolgd door een periode van slecht weer en algehele uitputting, maakten dat the Missus en ik tegen Oudjaar al uitkeken naar het einde van de vakantie. Oudjaar zelf viel dan weer heel goed mee. We vierden het in ons eigen huis, wat altijd helpt, en de Broomie ging rond half acht vlot slapen. De Brollie mocht deze keer opblijven tot hij omviel, de kerstfrustratie indachtig, maar om half negen besloot hij geheel zelfstandig dat het tijd was om te gaan slapen. En dat deed hij, zonder problemen.

Het blijft zoeken, zo’n kleine kinderen. De eerste schooldag zette ik de Broomie zonder problemen af op de crèche. Toen ik doorging uit het klasje van de Brollie, huilde die dan weer zoals nooit tevoren. (Wel, tot ik enkele dagen later zijn vingers tussen de achterkant van de deur plette, maar dat, opnieuw, terzijde.) En de volgende dag was het afzetten op school allemaal weer geen probleem.

Op dit moment is the Missus op zakenreis naar Roemenië en doe ik de ochtenden en avonden op m’n eentje. Wat blijkt? Het is een eitje!

Vreemde jongens, die Brollie & Broomie …