Brollie & Broomie Take it All in

Kinderen zijn sponzen. Dat kan tellen als gemeenplaats om mee te beginnen. Want iedereen weet dit, niemand twijfelt hieraan. Tussen kennis en besef gaapt echter een leemte die enkel te overbruggen is door ervaringen, zoals een kleuter die, enorm vrolijk, “What the fuck?!” roept. Hoofdschuddend en met een matig verholen glimlach probeer ik de Brollie te kalmeren en hem duidelijk te maken dat hij dat best niet te veel zegt. Misschien kan het op een later moment door “What the hell?” vervangen worden. Of door “What the heck?”, want ik heb niets tegen vloeken, maar heck is wel gewoon schattig. Als ik het later tegen mijn ouders vertel, terwijl de Brollie enkele meters verder aan het spelen is, en de Broomie nog geconcentreerd bezig is met zijn dessert, vinden zij het ook in de eerste plaats hilarisch. Want ja, vloekende kleuters zijn nu eenmaal grappig. “What the fuck?” zegt de Broomie dan ook, blij dat hij een nieuwe trucje gevonden lijkt te hebben waarmee hij de mensen kan laten lachen. Het klinkt bij allebei als [waddifok], but you know, baby steps.

Open wide!

Natuurlijk zijn hun ouders nog steeds in een scheiding verwikkeld. Dat is een goed woord, ‘verwikkeld’, want het lijkt elk aspect van je leven te omvatten, als een triestig cadeautje in een verpakking van hartzeer. Dat is iets dramatischer dan de werkelijkheid, maar leuk is evenwel anders. Voor ons, maar ook voor de kinderen. De Broomie kan nog niet veel verwoorden; wanneer hij boos is, huilt hij consequent om de ouder die er niet is, dat wel. De Brollie die kan en wil er wel over praten. Wat goed is, uiteraard, maar niet altijd even makkelijk uit te leggen. Hoe leg je de complexiteit uit van een relatie die al meer dan drie keer zo lang duurt als hij leeft? Heel voorzichtig en sterk vereenvoudigd. Gelukkig zijn het niet echt zaken waar hij wakker van ligt, tot dusver.

Hun moeder en ik wel, van de impact op hen. Zeker toen bleek dat de Brollie, op vrolijke wijze, tegen haar had gezegd dat ik zo mijn best had gedaan, maar dat het nooit goed genoeg was voor haar. Ik slikte en bezwoer haar dat ik dat nooit tegen hem gezegd had. Maar ik had het wel gezegd, natuurlijk. Tegen iemand anders en op een moment dat hij wel in de buurt was, maar toch zo geconcentreerd aan het spelen was dat hij helemaal geen aandacht had voor de conversatie. Of dat dacht ik toch. Weer een illusie armer.

Het was zoeken naar een evenwicht in het gesprek erover met hem. Want ik kon niet gewoon zeggen dat het niet waar was. Hoogstens dat ik het zo zag en dat zijn moeder een andere visie op de feiten had. Dat leek niet echt binnen te komen. Toen ik hem daarna zei dat dat voor hem en zijn broer niet gold, dat wij hem sowieso graag zien, of hij nu zijn best doet of niet, of hij stout is of lief, wat er ook gebeurt, toen moest hij heel breed glimlachen. Ik noemde nog wat namen van mensen die hem ook onvoorwaardelijk graag zien, nonkels en tantes, en hij begon spontaan aan te vullen, zijn glimlach mogelijk nog breder. Toen de familieleden op waren, ging hij verder met vrienden en vriendinnen van ons. Op dat punt kon ik alleen maar beamen dat zij hem ook altijd graag zouden blijven zien.

Straks, na school, maak ik popcorn en kijken we samen een film. Dan druk ik hen stevig tegen mij aan, zolang ze dat nog willen. Gelukkig zal dat nog wel een paar jaar zo zijn.

Brollie & Broomie, at Least, are Loved

We kunnen stilaan labels op onze kinderen beginnen te kleven. Zo is de Broomie een meesterpuzzelaar. Voor Sinterklaas krijgt hij een puzzel van 50 stukjes. Vanaf vijf jaar staat erop, en ook al wordt hij in februari nog maar drie, toch zal hij die waarschijnlijk op een klein half uurtje in elkaar flansen en, terecht, zeer trots zijn op zichzelf. De Brollie heeft het geduld niet voor puzzels. Hij stuurt wel graag zijn broer aan terwijl die (in feite vrij autonoom) aan het puzzelen is. De Brollie is een probleemoplosser met veel sociale voeling. Dat bevestigde zijn leerkracht ook tijdens ons digitaal contactmoment (so very now); blijkbaar wil hij onenigheid in de klas niet alleen oplossen, hij wil ook zorgen dat het volgende keer voorkomen kan worden. Ja, we zijn best trots op onze kinders, zeker als ook nog blijkt dat de Broomie een favoriet rokje heeft op school, en ze af en toe ook heel mooie prinsesjes zijn.

Let it go!

Dat ze, voor zover we kunnen inschatten, vrolijk en gelukkig zijn en goed in hun vel zitten stelt me enigszins gerust. Bij mij is dat namelijk iets minder het geval, ten gevolge van een lang, redelijk tragisch en enigszins complex verhaal dat nu culmineert in de beslissing van the Missus en mezelf om te scheiden. Boe. Ik bedenk me nu dat ik dan ook een andere naam voor haar moet bedenken hier, en de ondertitel van de blog moet aanpassen. Maar dat voelt niet echt als een prioriteit op dit moment, nu we elkaar toch, ondanks alle aanmaningen tot het tegendeel, loslaten.

Ja, 2020, het is me het jaar wel. Het voelt banaal en clichématig om nu uit elkaar te gaan, maar uiteraard is er niets banaal aan een punt zetten achter een relatie van meer dan een decennium, zeker als er twee jonge kinderen in het spel zijn. Waren ze er niet geweest, dan kon ik nog enigszins uitkijken naar een clean break, eens alle praktische, financiële en administratieve zaken afgehandeld zouden zijn. Nu zijn al die zaken er ook, alleen zijn ze complexer en moet er dag tot dag zo veel geregeld worden dat het bijna onmogelijk is om elkaar langer dan 24 uur niet te horen. En laat dat nu net iets zijn wat me wel deugd zou doen.

Want natuurlijk is het onvermijdelijk (toch?) dat een scheiding gepaard gaat met negatieve gevoelens. Die zullen uiteindelijk wel opgelost, aanvaard en/of onderdrukt moeten worden (want, hè, we moeten nog samen kinderen groot brengen). Maar dat zal waarschijnlijk niet meer voor dit jaar zijn. En die negatieve gevoelens maken me niet bepaald een betere ouder. Gelukkig betekent het einde van het jaar ook veel snoepgoed en cadeaus. Hierdoor kan ik mijn mindere momenten met de kinderen toch enigszins compenseren met materiële liefde.

‘Alles komt altijd goed’, dat staat gegraveerd in de verlovingsring die ik tien jaar geleden heb ontworpen en laten maken. En, ondanks alles, blijft dat nog steeds gelden, al is het tweede deel van die uitspraak net iets relevanter geworden.

Alles komt altijd goed, de vraag is alleen hoe en wanneer.

Brollie & Broomie get Woke

Enkele stukjes terug vertelde ik dat onze kinders niet meer rustig en gedisciplineerd wilden gaan slapen. Dat euvel is ondertussen al een paar weken verholpen. Niet dat ze nu gedisciplineerd zijn, maar de truc bleek om te zeggen dat we ‘elke paar minuutjes’ terug komen en hen, als ze braaf in hun bed liggen, nog een kusje geven. Vaak moeten we maar één keertje terugkomen, maar evengoed liggen ze na vijf minuten al schattig te knorren. Bij de Broomie kunnen we het in de gang al horen als hij slaapt. Zijn vredige getutter echoot dan door het hele huis. Ze zijn zo schattig als ze slapen.

Maar dan: winteruur!

Dit is niet nieuw, uitzonderlijk, of onverwacht (hallo, alle andere mensen met jonge kinderen), maar er is toch een groot verschil tussen het weten en het meemaken. We hadden ze de dag ervoor halfslachtig laat in hun bedjes gedraaid. In plaats van dan langer te slapen, besloten ze veel te vroeg wakker te worden. Technisch gezien rond het uur waarop ze altijd wakker worden, maar de klokken (die ze nog niet kunnen lezen) waren echt wel aangepast. Ook hun schaapklok, die de ogen pas opendoet als ze mogen opstaan (‘Wake up, sheeple!’ is implied) was verzet naar de nieuwe tijd. Het blijft echter een artificieel schaap, waar de Brollie weinig autoriteit op projecteert. Terecht, waarschijnlijk.

Broomie eats popcorn with a spoon, so he doesn’t recognize any authority.

En dus blijven ze hangen in het verleden, the before times, het zomeruur. Dan roept de Brollie om half zes vanuit zijn kamer, en maakt hij de Broomie uiteraard ook ineens wakker. Of dan staan ze om kwart voor zes plots allebei aan ons bed. We hebben een traphekje, maar laten dat los genoeg dat ze het zelf kunnen opendoen. We vertrouwen er niet volledig op dat ze (wel, dat de Broomie) niet met een stoel of een stapel boeken een ontsnappingspoging ondernemen en dan, spectaculair doch fataal, van de trap stuiteren of storten. Dus daar stonden ze dan, tegen het einde van het midden van de nacht. Te vroeg om op te staan, te laat om er lang mee bezig te zijn om ze terug in bed te steken. ‘Kom er gezellig bij!’ zeggen we dan, terwijl onze tanden hoorbaar knarsen. To sleep, perchance to dream? IJdele hoop, uiteraard. Een half uur later trek ik met de Brollie naar beneden, want zijn woorden (‘ik wil bij mama slapen’) komen niet overeen met zijn daden (stampen, ellebogenwerk, zich oprichten en zijn broer porren).

Vier dagen lang was iedereen dus uitgeput, omdat iedereen uiteraard wel op het nieuwe uur gaat slapen, maar iedereen dan toch op het oude uur opstaat. Daar komt ook nog de situatie van de wereld in het algemeen, en van België in het bijzonder, bovenop. Gelukkig werd er vannacht wel goed doorgeslapen, tot een enigszins christelijk uur. Dat scheelt weer een slok op de borrel van onze fysieke en mentale weerbaarheid. En over een half jaar mogen we onze kinderen uit bed gaan sleuren als het uur weer verandert. Die gedachte houdt me op de been. Wel, dat en het idee dat er na een heel donkere winter extra warme en zonnige zomers zullen volgen. Vooral dat laatste. The Roaring Twenties. Ik ben er klaar voor.

Brollie & Broomie Get a Life

Onze kinderen hebben nog niet echt een concept van normaal. En dat is maar goed ook, want ondanks het begin van de vorige post met ‘alles is enigszins terug een beetje normaal’ is het dat uiteraard niet het geval. En op wie je het ook wil steken – jongeren, boomers, de regering, een internationale samenzwering met onnozele en vaak tegenstrijdige doelstellingen, het virus – dit is de situatie waar we mee zitten. Maar terwijl the Missus en ik verder ploeteren, huppelen de jongens vrolijk voor en achter en rond ons, zonder al te veel besef van wat er dan wel anders zou zijn. Enkel over het handen wassen zeuren ze al eens; of eerder, daar zeurt de Brollie al eens over, en dat is de Broomie nu ook beginnen te doen, want het hoort blijkbaar zo. Dan komen we thuis na school en vraagt de Broomie ‘Handen wassen overslaan?’ terwijl hij mij zijn handjes toont, zwart van de aarde, alsof dat zijn vraag kracht bijzet, in plaats van ze volledig te ondermijnen.

De Brollie weet al iets beter wat werkt. Toen hij onlangs thuiskwam met een grote pluchen hond, vertelde hij vlot hoe alle kindjes in de klas er zo één gekregen hadden. Dat leek ons onwaarschijnlijk, en hij bleef ook niet echt standvastig onder ons doorvragen. Zijn leerkrachten vielen, uiteraard, uit de lucht toen we het beest de volgende dag toonden. Het was een hond van een ander kindje dat de Brollie zich, ongetwijfeld heel casual en vol zelfvertrouwen, toegeëigend had. “Komt de politie mij nu halen?” Er klonk maar een klein beetje nervositeit in door, maar het was toch de juiste reactie op een ‘je mag andermans spullen niet zomaar nemen’ speech van zijn vader. Heel even overwoog ik de complexe machtsverhouding uit de doeken te doen tussen de politie en de mensen die ze (zouden moeten) beschermen, en de plaats die hij daarin inneemt, als een blond, wit kindje. Maar ik zei enkel “Nee, nu niet. Je mag dat wel niet meer doen.” Die luxe hebben we dan wel.

He would do terrible in jail

De Brollie begint ook naar verjaardagsfeestjes te gaan, iets waar we een beetje jaloers op zijn. Zo ongedwongen met vrienden afspreken, dat is ons niet gegeven op dit moment. Maar het is altijd leuk om te zien, een groep enthousiaste kleuters die spelen en doen, ruzie maken en het terug bijleggen in een oogwenk, en roepen. Veel roepen. De Broomie krijgt dat soort invitaties nog niet, maar wordt soms wel mee uitgenodigd met zijn broer. Blijkbaar valt hij ook bij oudere kleuters in de smaak, wat niet zo gek is. Wie wil er nu geen levensechte pop die luid kan lachen en weinig zelfbehoud heeft?

Truly terrifying

Aan de andere kant (en sorry dat ik hier geen mooie overgang voor heb), zijn ze soms ook zeer zielig én smerig tegelijkertijd. Waar heb ik het over? Kots! Gedeelde smart is halve smart, zelfs al kan ik op deze manier nooit de hele ervaring communiceren. Vooral de zurige geur, zo penetrant, die in kamers en neusgaten blijft hangen, zodat je nooit helemaal zeker weet of je wel alles opgekuist hebt. De ene avond werd ik door luid gekrijs naar de kamer van de Broomie gesommeerd. Ondanks wat ik net zei, of misschien omdat het nog zo vers was, is het op zo’n moment niet onmiddellijk duidelijk wat er gebeurd is. Nachtmerrie? In zijn bed geplast? Tot het natuurlijk wel heel duidelijk wordt. Met het krijsende kind op armlengte naar de badkamer, krijsend kind proper maken en een nieuwe pyjama aandoen, krijsend kind even in onze slaapkamer laten wachten terwijl je de kotslakens van zijn bedje naar beneden haalt (tussendoor even een foto nemen, want wie wil dat nu niet zien?), samen met krijsend kind in het grote logeerbed kruipen en wachten tot hij opnieuw in slaap valt. Een eitje. Tot je een half uur later bijna exact hetzelfde mag doen. Alleen moet nu zijn bedje terug opgemaakt worden, maar eigenlijk wil hij nu toch liever in het grote bed, maar daar liggen geen lakens op (en dat stinkt ook een beetje, want er lag geen matrasbeschermer op; rookie mistake). Maar ach, hij valt terug in slaap. Tot hij een half uur later letterlijk zijn gal ligt te spuwen en ik hem dan maar op het babybedje in onze slaapkamer leg. Heel zielig allemaal, en ook best smerig. Gelukkig valt hij wel goed in slaap, vast onder het motto ‘derde keer, goeie keer’.

De Brollie, die heeft genoeg aan één keer stevig overgeven. Gelukkig op een andere nacht. Ook heel zielig en, euh, niet bepaald proper. Als ik dan later de gewassen stukjes half verteerd eten uit de wasmachine aan het vissen ben, en de wakke dotten toiletpapier met een zucht in het toilet laat vallen, dan herinner ik me weer waarom ik het doe. Een zuinige glimlach werkt mijn mondhoeken omhoog terwijl ik denk: ‘Dit wordt weer een fantastische blogpost.’

Heeft u, voor of na het lezen van dit stuk, last van stress en spanning? Woont u ook nog eens in Antwerpen? Dan heeft u vast nood aan een massage aan huis!

https://folkermasseert.be/ 

Brollie & Broomie Soothe the Masses

Het is niet mogelijk om met een uitgestreken gezicht te zeggen dat alles opnieuw het oude is. ‘Normaal’ is geen begrip dat ik op enigerlei wijze kan verbinden met 2020; behalve natuurlijk als je er ‘niet normaal’ van maakt, maar dat is valsspelen en wij zijn de Brollie momenteel aan het leren dat een overwinning pas waarde heeft als je je aan de regels houdt. Maar desondanks is de situatie, het leven, de dagelijkse flow, wel een klein beetje opgeschoven in de richting van normaal, al zal het wachten zijn op die allermenselijkste gave van gewenning voor de eindeloze neerwaartse spiraal die dit jaar is gebleken ons niet meer elke dag vol cortisol pompt. Gelukkig kan u in de tussentijd genieten van de avonturen van de Brollie & de Broomie, om uw zorgen even te vergeten. Opium voor een zeer select publiek, als het ware.

Dat gevoel van normaliteit is natuurlijk voor een groot deel te wijten aan de school waar de Brollie & de Broomie nu samen naartoe gaan. Niet dat het daar normaal is, met mondmaskers en restricties en een gapende kloof tussen de ouders en het dagelijkse leven in de klas. Die kloof wordt niet bepaald gedicht door de summiere uitleg die we van onze kinderen krijgen als we er een verslag proberen uit te peuteren. “Spelen”, antwoordt de Broomie als we vragen wat hij vandaag gedaan heeft; “ja”, zegt hij als we de namen noemen van kindjes waar hij mogelijk mee gespeeld heeft, of als we willekeurige namen zeggen. De Brollie geeft ons bij momenten nog steeds een schouderophalend “ça va” als we vragen hoe het was, maar begint af en toe iets meer te vertellen. Dit blijven wel flarden die amper iets doen om de fog of war die over hun dagen ligt te verlichten. Dus vertrouwen we erop dat het allemaal wel losloopt. De school doet haar best, daar hebben we geen twijfels over. En, misschien wel belangrijker, de kinderen gaan graag. Zelfs de Broomie heeft geen traan gelaten bij zijn eerste schooldag. Integendeel, hij nam het handje van zijn juf vast en vertrok, zonder om te kijken, terwijl zijn olifantenrugzakje ons glimlachend nastaarde. Toen we hem even later zochten in het kluwen kinderen van zijn klas, vonden we hem niet terug. Hij bleek vol vertrouwen weggewandeld naar de glijbaan, want die zag er toch wel leuk uit. De juf keek eerst paniekerig rond, om hem vervolgens onder zachte dwang terug naar de rest van de groep te begeleiden. Een liefdevolle warmte golfde door mijn lijf, vooral toen ik me gewoon kon omdraaien en vertrekken.

So very sleepy …

Een gevolg van deze nieuwe indrukken, nieuwe prikkels en nog in te slijten routines is dat ze ’s avonds allebei uitgeput zijn. Dat maakt de avonden wel wat huileriger en lastiger, maar zorgt er – oh, ironie! – ook voor dat ze niet meer zo goed slapen ’s nachts. Groeipijnen voor de Brollie, sure, maar ook terug een ‘ik wil bij papa in het grote bed’ fase, want uiteraard mocht dit enkele keren in het begin in de hoop de verloren slaap tot een minimum te beperken. Let wel, de Brollie wil bij mij in het grote bed. De Broomie, die wil mij ab-so-lúút niet zien ’s nachts. Wordt hij een beetje tranerig en jengelend wakker, dan transformeert dit tot hysterisch gekrijs als ik naar boven ga. Dit houdt hij dan vol voor wat een eeuwigheid lijkt, maar in feite waarschijnlijk maar vijf tot tien minuten is, tot hij pardoes in slaap valt, van het ene moment op het andere; in een oogwenk van zoveel decibels als een overscherende straaljager tot het vredig geknor van een ronkende kleuter. Weirdo. In het beste geval heeft de Brollie er lekker doorgeslapen, of is hij terug in slaap gevallen. In het slechtste geval heeft hij geen zin meer om alleen in zijn eigen bed te blijven slapen. Hoe het ook zij, de volgende dag betalen we allemaal de prijs.

Sta mij nog even toe om reclame te maken voor mezelf: sinds kort bied ik een massage-aan-huisservice aan, waarbij ik mijn massagetafel in de bakfiets laad en naar uw huis (dat in de buurt van Antwerpen ligt) kom gefietst voor een heerlijke, deugdoende massage. Alle info op folkermasseert.be 

Brollie & Broomie Back Together Again

Groeipijn heet eigenlijk beenpijn heet eigenlijk paroxysmale nocturnale pijn heet eigenlijk benign idiopathic paroxysmal nocturnal limb pains of childhood. De Brollie maakt het allemaal niets uit. “Ik ben aan het groeien”, snikt hij, zijn gezicht verwrongen van de pijn, zijn handje rond zijn enkel geklemd. Het is altijd erger als hij uitgeput is, zeker als hij ook nog veel fysieke inspanningen geleverd heeft. Heel triestig, maar dat zal de komende weken minder een probleem zijn, aangezien we opnieuw in hoge mate aan ons huis gekluisterd zitten. No physical activity for you, buddy.

Exactly.

Heel eerlijk: we zien het niet volledig zitten. Met ‘we’ bedoel ik vooral the Missus, aangezien onze crèche de volgende twee weken dicht is. Ze zit volgende week dus sowieso al thuis was met de twee monstertjes terwijl ik ga werken, maar nu kan ze niet eens afspreken met iemand anders en moet ze er bij elke stap buitenshuis ook nog eens aan denken om een mondmasker aan te doen, bovenop de hele zooi die je sowieso al moet meesleuren als je met kleine kinderen op stap gaat. De week erop zouden we met ons gezinnetje op vakantie gaan naar een hoeve-met-kinderboerderij (Google tip: “gottinger varkens”). De vraag is natuurlijk of wij, Antwerpse leprozen, nog welkom zullen zijn in de koningin der Vlaamse Ardennen. Het is alleszins een noodzakelijke verplaatsing, laat daar geen twijfel over bestaan. Onze hoop is dat die mini varkens enigszins de sociale contacten kunnen vervangen die we moeten ontberen.

Not those piggies.

Het enige pluspuntje is dat de Brollie en de Broomie elkaar wel kunnen appreciëren. Zolang ze wat uitgerust zijn (lees: niet te vroeg ’s ochtends en niet te laat ’s avonds), vormen ze een topteam, met lachen en spelen en knuffels en rennen en samen boekjes lezen. Ook als we proberen om ze samen te laten slapen gibberen ze er een heel eind op los. Maar dat vinden we dan weer niet zo leuk.

Exactly.

En ja, de lockdown 2.0 is nog maar net begonnen, maar het is zeker niet zo dat we in de tussentijd aan grootse bacchannalia hebben deelgenomen, laat staan zelf georganiseerd. Te midden van een ongeziene pandemie leek erring on the side of caution ons de beste strategie. Misschien hadden we toch beter enkel uitspattingen toegelaten. Er is natuurlijk ook zoiets als te voorzichtig zijn, zoals de Broomie die door de crèche naar huis wordt gestuurd omdat hij een peuter is, ik bedoel omdat hij groene snottebellen had. Pas met een attest van de dokter waarin staat dat hij géén corona heeft, kan hij terugkomen. De dokters hebben het vast nog niet druk genoeg.

Wat we gaan doen in de laatste week van augustus, als the Missus opnieuw gaat (thuis)werken, de Brollie naar zijn kampje mag (r-right?), en ik ook wat beleg op de plank probeer te brengen (naast het brood dat the Missus levert), dat weten we nog niet. Thuiswerken met een peuter blijft je reinste onzin, voor alle duidelijkheid. Misschien kunnen we hem heen en terug op een trans-Atlantische vlucht zetten. Want daar heb je blijkbaar geen attest voor nodig.

2020, am I right?

He’s gonna do a 2020.

Brollie & Broomie Can’t Sleep, Won’t Sleep

Onze kinderen slapen vrij goed. Soms wordt er ’s nachts eentje wakker, maar dat is eerder regel dan uitzondering en meestal vrij makkelijk op te lossen. Al bestaat dat oplossen soms gewoon uit een huilend kind knuffelen tot de kramp annex groeipijn voorbij is. “Ik ben aan het groeien”, snikt hij dan. Quel drame! En af en toe mag de Brollie ook op het kleine matrasje bij ons op de kamer. De Broomie niet; hij is veel te enthousiast als wij erbij zijn en komt niet verder dan met een brede glimlach op zijn gezicht de ogen te sluiten en tien seconden lang te doen alsof hij slaapt. Schattig, maar niet om twee uur ’s nachts.

Het inslapen, daarentegen, dat is de laatste dagen wat problematisch geworden. De Broomie schikt zich nog enigszins, vraagt opnieuw en opnieuw een laatste knuffel (“Eéntje?”), of even buiten kijken, of in de stoel gaan zitten, maar uiteindelijk gaat hij wel slapen. Of toch op z’n minst rustig tegen zichzelf praten in zijn bed. De Brollie die heeft er echter geen zin meer in. Hij gaat vlot mee in het avondritueel, met tandenpoetsen, warme melk en verhaaltjes lezen, als waren we een sitcom uit de jaren vijftig. Maar zodra het tijd is om ondergestopt te worden, dan weigert hij, carrement. We proberen hem in eerste instantie vooral rustig te houden. Er ligt immers een Broomie in de kamer ernaast.

The sacred ritual
The sacred ritual

Dat is ook wat de Brollie, en bij uitbreiding de Broomie, het liefst doen op dat moment: samen spelen. Gaan wij te vroeg (te hoopvol) naar beneden, dan lijkt het soms even rustig, tot het gegiechel en gestommel van die aard wordt dat het weergalmt door onze gang. Dan begeef ik me met zware tred naar boven en hoor ik in een luid gefluister “Huh? Papa!”, gevolgd door meer gegiechel en gestommel. Als ik binnenkom gooien ze zich op de matras, knielend, biddend bijna, als ze niet zo aan het lachen zouden zijn, verstopt voor mij in hun gedachten. De Broomie laat zich gewillig terug naar zijn bed voeren. De Brollie in het geheel niet. Terwijl ik op de gang wacht tot de combinatie van verveling en uitputting hem teveel wordt, vraag ik me af waarom ze overdag nooit zo lang gezellig samen kunnen spelen.

Op andere momenten is het minder fijn, met geruzie en gekrijs. Dat hoort er ook bij, waarschijnlijk, maar leuk is anders. Zeker omdat hij overdag dan zo moe is dat alles veel moeizamer loopt, inclusief het gaan slapen. Tijd dus om gestructureerd (te proberen) op te voeden, met afspraken en regels en stickers en beloningen. Want een beetje rust kunnen we allemaal wel gebruiken.

Brollie & Broomie Grow Out of Our Shell

Het is, dat zei ik al eerder, niet al kommer en kwel. We zijn dan wel geen gezin dat één is met de natuur, elkaar, onze emoties en/of de energetische aardstralen die bij momenten tussen mijn slapen lijken te kloppen. Maar het beetje verlichting dat de crèche en de school hebben gebracht, en het vooruitzicht op nog een klein beetje meer verlichting, het maakt alles net iets draaglijker. Wat nu begint op te vallen, na ettelijke maanden in zeer beperkt gezelschap, is de evolutie van onze kinderen.

Waar de Brollie in het begin van deze pandemie nog eigenzinnig en koppig was, met een neiging tot onredelijke tantrums, is hij nu nog steeds eigenzinnig en koppig, met een neiging tot onredelijke tantrums, maar komt er af en toe ook een heel lief jongetje piepen dat veel te zeggen heeft. Een jongetje dat zijn broer stevig knuffelt als die ongelukkig is, en altijd met een voorstel afkomt over wat we gaan doen; een jongetje ook dat al heel goed boos kan worden, met ostentatief gezucht en vloer-trillend gestampvoet. Een jongetje, ook, dat altijd meer wil. Geef hem een vinger en nog voor zijn handje er goed en wel rond zit, vraag hij of hij je schouder uit de kom mag trekken. Ik overdrijf, zo sterk is hij niet, maar als het van hem afhangt blijft het nooit bij één ijsje, of één aflevering van Paw Patrol. Hij zal alleszins niet opgroeien tot iemand die nog nooit ‘Nee’ heeft gehoord. Als hij niet té moe is, leert hij dit gelukkig steeds beter accepteren. Als hij wel te moe is, leidt dit vaak tot shakespeareaanse pathetiek.

IMG_20200521_080905b
Feed us, father!

Dat deelt de Brollie met de Broomie, zowel de pathetiek als de gulzigheid. Wat dat over hun ouders wil zeggen, daar heb ik geen idee van. De uiting van die gulzigheid is wel merkbaar anders. Geef je de Broomie een vinger, dan kijkt hij er even naar, dan naar jou en zegt hij ‘Meer’. Dit blijft hij doen tot je alle tien je vingers voor zijn gezicht houdt, waarop hij ze zonder aarzeling, als een slang die haar onderkaak ontwricht*, allemaal in zijn mond propt. Vervolgens, terwijl zijn lippen het eten amper kunnen bedwingen en het kwijl langs zijn kin naar beneden stroomt, kijkt hij je terug aan, een brede glimlach op zijn gezicht, voor hij het eten met zijn handjes terug naar binnen probeert te duwen. Schattig en walgelijk tegelijk. Dat vat hem goed samen, denk ik. Temeer omdat hij soms, geregeld, te vaak, na zijn middagdutje zijn slaapzak uitritst, uit zijn bed klimt, zijn luier uitdoet en vakkundig op de vloer kakt. Vol trots staat hij dan naast zijn uitgesmeerde uitwerpselen als ik de deur opendoe, bruin handjes liefdevol naar mij uitgestoken. Walgelijk, maar schattig.

De jongens kunnen nu terug naar de crèche en naar school, toch al drie dagen per week. Daar zijn we alle vier enorm blij mee. Plots opnieuw op een specifiek uur ergens moeten zijn, vergt enige aanpassingen, maar het is niet zo dat we nu vroeger opstaan. “Papa!” roept de Brollie soms op een onchristelijk uur door de gang, “De Broomie is wakker!” Ja, nu wel, zoon. Nu wel.

 

* dit klopt niet helemaal, maar het beeld is accuraat.

Brollie & Broomie Dull and Overstimulate

De Broomie mag terug naar de crèche, en het is alsof hij nooit weggeweest is. Vorige week en deze week ging hij enkel op de momenten dat ik buitenshuis werkte, maar vanaf volgende week mag hij opnieuw elke dag (denk ik? Zoals alles deze tijden, is het onzeker). Dat verlicht ons leven al enigszins. Al geef ik toe dat ik niet meer precies weet wat ik wil: meer rust? Of minder rust?

Want in de eerste plaats, dat geef ik grif toe, verveel ik me. Kinderen zijn heel leuk, en zo, maar een hele dag spelen, nee, daar slaag ik niet in. Iets nuttig of productief doen zou leuk zijn, maar dat komt er zelden van. Nu wel (ja, dit telt als productief zijn), al is het met horten en stoten, terwijl de jongens naar de psychologische horrorfilm ‘Pinocchio’ kijken; die ezeltransformatie! Een walvis met tanden! ’s Avonds lukt een mentale inspanning zelden, ook als de jongens goed gaan slapen. Als ze niet goed gaan slapen, dan wordt het de-escaleren van de situatie de avondactiviteit. Gaan lopen, dat komt er af en toe wel eens van. En binnenkort naar dat ene gezin waar we een beetje mee samengesmolten zijn, op een respectabele anderhalve meter afstand wanneer mogelijk, voor een bordspelletje.

IMG-20200507-WA0002
KEEP YOUR DISTANCE!

Anderzijds blijf ik elke onderneming met de kinderen die afwijkt van de routine stresserend vinden. Zelfs als de Broomie gewoon rondloopt in het park, hou ik voortdurend mijn hart vast, in de hoop dat het kan helpen voorkomen dat hij aangereden wordt door een fiets, of met de ogen open in een rivier waggelt. Maar ook de routine blijft stresserend, of toch alleszins enorm prikkelend en bij momenten ook overprikkelend. Want jeetje, zo’n kinderen kunnen veel lawaai maken en doen dit vooral onafgebroken.

Ja, sorry, ik heb besloten dat ik mag klagen, ook al hebben (veel) andere mensen het (veel) zwaarder. Voor deze pandemie had ik mijn leven zo ingedeeld dat ik geregeld uren had waarin ik helemaal alleen was zonder al te expliciete verplichtingen. Die uren zijn volledig verdwenen, en ik mis ze. Wandelingen in het park zijn ook leuk, maar toch niet echt hetzelfde.

Toch is het niet al kommer en kwel. Gelukkig maar. Perspectief zou uiteraard leuk zijn; de Brollie zal waarschijnlijk pas echt terug naar school mogen in september. Er vallen evenwel genoeg leuke momenten te rapen, met onze schattige en relatief brave kinders. En als the Missus of ik het even niet meer zien zitten, creëren we een beetje rust en afstand voor de ander. Maar eerlijk? Iedereen hier in huis zou graag andere leeftijdsgenoten zien.

Brollie & Broomie Have an Opinionated Father

Geen leuke kinderverhalen deze keer; enkel wat tristesse over de komende weken. Maar ik zet er wel een leuke foto bij.

De Belgische exitstrategie is even triestig als voorspelbaar. Met één persconferentie staat de mens weer volledig ten dienste van de economie, het voortschrijdend inzicht van de afgelopen decennia dat er meer nodig is voor een gezonde gemeenschap ten spijt. Je kan het moeilijk op de experts steken. In een groep virologen en economen wordt de mens nu eenmaal snel herleid tot een homo economicus annex virale incubator. Maar hier staan we wel weer, van de ene dag op de andere, terug in een maatschappij met enkel onafhankelijke gezinseenheden die in de eerste plaats bestaan uit werknemers, in de tweede plaats uit consumenten en tot slot, als er nog een beetje energie over is, uit sociale wezens.

Hoe is het anders te verklaren dat alle winkels opnieuw opengaan voor er zelfs maar overwogen wordt om vrienden of familie te bezoeken? Welke zinnige uitleg is er te bedenken dat je golfclubs mag kopen in de winkel en naar de golfclub mag gaan, allemaal onder het mom van een essentiële verplaatsing, maar dat je niet in het park mag gaan picknicken? Het zou grappig zijn als het niet zo schrijnend was, dat consumeren blijkbaar belangrijker wordt geacht dan sociaal contact.

IMG_20200427_100542
For my next trick, I will consume this banana.

Er zijn veel mensen die het in deze tijd extra moeilijk hebben. Ik heb zelf een peuter en een kleuter rondlopen, dus daar denk ik zelf het eerste aan, want het moet gezegd: het is ondertussen best zwaar om voortdurend, zonder onderbreking, aan alle zorg voor mijn kinderen op te nemen en zo veel mogelijk aan hun noden tegemoet te komen. Alle noden lukt uiteraard niet, want een kind heeft veel meer nodig dan enkel hun ouders. Klagen is echter geen optie, omdat ik me maar al te goed bewust ben van mijn luxepositie: twee ouders, deeltijds werk, een huis met een tuin en afzonderingsmogelijkheden, en een gigantisch park op een boogscheut van de voordeur. Er zijn ontelbare gezinnen die al deze luxe niet hebben, die niet geholpen zijn met tuincentra en partijtjes tennis. Zowat alle mogelijke oplossingen voor de zorg van kinderen (nog los van hun pedagogische noodzaak om andere mensen en leeftijdsgenootjes te zien) vloeien voort uit een sociaal netwerk, een netwerk waar iedereen nu al weken van afgesneden is. Laten we wel wezen: de veiligheidsraad heeft alle kwetsbare groepen alleen wat lippendienst bewezen, maar geen enkel perspectief geboden.

In de komende weken zal er voor veel mensen (waar ik al dan niet bij hoor) maar één mogelijkheid zijn om het leefbaar te houden: de regels met de voeten treden en toch opnieuw dat sociaal netwerk aanspreken. Sommigen zullen ziek worden, in de winkel of in het huis van hun familie, maakt niet uit, dat is onontkoombaar. Maar hoeveel mensen zullen er daarna bij de contact tracing liegen? Hoevelen zullen doen alsof ze zich toch aan de regels hebben gehouden, en zullen niet het volledige plaatje durven geven? Hoeveel besmettingen gaan we op deze manier missen, omdat men niet kon inschatten waar mensen het meeste nood aan hebben?

Deze exitstrategie gaat diepe wonden slaan, los van de eigenlijke pandemie, en die wonden gaan lange tijd onder het oppervlak etteren. Uiteindelijk zal het ons veel meer geld kosten dan deze kortzichtigheid ons oplevert. Om van het menselijk leed nog maar te zwijgen. Want dat is blijkbaar bon ton.